Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

ACHTERGROND - De zorg voor personen met een cognitieve stoornis en hun mantelzorgers is een enorme uitdaging voor de (toekomstige) gezondheidszorg. Er is een dringende behoefte aan kosteneffectieve ondersteuningsprogramma’s die de mantelzorger ervoor kunnen behoeden overbelast te raken en daarmee opname van de cliënt in een verpleeg- of verzorgingshuis te voorkomen of uit te stellen. Hiertoe is het “Systematisch Zorgprogramma Dementie” (SZP-dementie)ontwikkeld.

DOELSTELLING - het onderzoek van de potentiële efficiency van het SZP-dementie.De onderzoeksvragen zijn: wat zijn de kosten en baten van het SZP-dementie in vergelijking met reguliere zorg? En wat zijn de effecten van het programma op de kwaliteit van leven van personen met geheugenproblemen of dementie en hun mantelzorgers?

Interventie: Professionals screenen het gevoel van zorgcomptentie en depressieve symptomen met behulp van de SZP-dementie screeningstool (inventarisatie en interpretatie). Wanneer de tevredenheid van de mantelzorger ten aanzien van het eigen functioneren gering is, kan de zorgverlener overgaan tot het gezamenlijk stellen van verbeterdoelen die haalbaar moeten zijn.

Psychosociale begeleiding. Het SZP-dementie is flexibel in het koppelen van pro-actieve interventies aan individuele problemen.

 

STUDIEONTWERP - Er is een clustergerandomiseerd enkel blind gecontroleerd design gebruikt (CRCT). De randomisatie heeft plaatsgevonden binnen vier regio’s in Nederland: regio Rotterdam, regio Heerlen, regio Nijmegen/Oss en regio Deventer/Zwolle. In totaal zijn 80 professionele behandelaren van de GGz/RIAGG (psychologen en sociaal psychiatrisch verpleegkundigen) at random toegedeeld aan de interventie- of controlegroep. Per regio zijn gemiddeld 11 professionals in de interventiegroep en 10 professionals in de controlegroep gerandomiseerd. De studiepopulatie bestaat uit 532 personen met geheugenproblemen of dementie en hun mantelzorgers die voor het eerst de GGz/RIAGG bezoeken. 456 Paren zijn toegewzen aan hetzij de interventie- hetzij de controlegroep. Na uitval waren 263 paren beschikbaar voor de baseline meting. Zij zijn door de GGz/RIAGG gekoppeld aan de behandelaren (cluster).

UITKOMSTMATEN - De primaire uitkomstmaat is opname in een verpleeg- of verzorgingshuis bij een follow-up periode van 12 maanden. Zowel het aantal opnamen als de tijd tot opname is daarbij meegenomen. Deze maat is de belangrijkste input voor de schatting van het kostenverschil tussen interventie- en controlegroep. De secondaire uitkomstmaat is kwaliteit van leven. Voor de mantelzorger wordt dit vastgesteld aan de hand van het gevoel van competentie (SCQ), depressieve symptomen (CES-D) en kwaliteit van leven (EuroQol), voor personen met geheugenproblemen en of dementie door het vaststellen van gedragsproblemen (NPI-Q) en de kwaliteit van leven (QOL-AD) zoals ervaren door de mantelzorger.

RESULTATEN

De voornaamste uitkomst van het huidige onderzoek naar systematische zorg van informele mantelzorgers en personen met een cognitieve stoornis (op)nieuw aangemeld bij de ambulante geestelijke gezondheidszorg is dat systematische zorg niet leidt tot minder opnamen van de persoon met een cognitieve stoornis over een periode van een jaar (12 maanden) in vergelijking tot de groep informele mantelzorgers en personen met een cognitieve stoornis welke reguliere ambulante geestelijke gezondheidszorg ontvangen hebben. Daarnaast blijkt dat de kwaliteit van leven van zowel de informele mantelzorgers als personen met een cognitieve stoornis die systematische zorg hebben ontvangen niet significant verbetert over de periode van een jaar in vergelijking met de groep welke reguliere ambulante geestelijke gezondheidszorg ontvangen hebben. De reguliere zorg lijkt er enigszins op achteruit te gaan, terwijl SZP-dementie er enigszins op vooruit lijkt te gaan. De verschillen zijn echter niet significant.

Tot slot lijkt uit de economische evaluatie dat de SZP-dementie (de interventie) er als meest gunstige uitkomt. De verschillen zijn echter relatief klein. Significante verschillen tussen interventie- en controlegroep worden niet aangetoond in deze analyse.

CONCLUSIE Men zou kunnen concluderen dat de extra zorg SZP-dementie geen significante uitkomsten heeft opgeleverd, maar wel uitkomsten die de richting uit lijken te gaan van verbetering van kwaliteit van leven en besparing van kosten. In ieder geval levert versterking van de zorg geen extra kosten op. Deze resultaten vormen aanleiding tot nadere analyses.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

AD1: FLOW OF PARTICIPANTS THROUGH THE TRIAL

RESULTAAT1: In totaal zijn 532 mantelzorgcliëntparen uitgenodigd om deel te nemen aan het onderzoek. Hiervan zijn 456 paren toegewezen aan een professional gerandomiseerd in de controle- of interventiegroep. Er zijn 269 paren uitgevallen (zie bijlage voor redenen).

 

RESULTAAT2: In totaal zijn er in potentie 263 paren geschikt bevonden voor de baselineanalyses. Doch van 11 mantelzorgers zijn de gegevens van de baseline metingen niet compleet (gegevens vragenlijst of gegevens van het telefonisch interview ontbreken).

 

RESULTAAT3: In totaal zijn er 252 paren geselecteerd ( intention-to-treat ).

 

RESULTAAT1: Kenmerken van en scores op de geëvalueerde instrumenten zijn vergelijkbaar (≤ 10% / klinisch niet relevant) voor informele mantelzorgers en cliënten zoals toegewezen aan respectievelijk reguliere zorg en het SZP-dementie, met uitzondering van de “relatie van de informele mantelzorger met de cliënt” indien deze een andere is dan die van “partner” of “kind”.

 

RESULTAAT1: na 12 maanden is geen significant verschil in opnamen tussen cliënten waarvan de mantelzorgers reguliere zorg hebben ontvangen en cliënten waarvan de mantelzorgers behandeld zijn volgens het SZP-dementie (Fischer Exact, 2-zijdig getest, p = .79; Pearson Chi-Square, 2-zijdig getest, p = .77).

 

RESULTAAT2: Uit de intracluster correlatie coëfficiënt (ICC = 0,000) blijkt dat er geen sprake is van een designeffect (1,000) van het aantal mantelzorgcliëntparen per behandelaar (gemiddelde 4,06) op de uitkomstmaat “aantal opnamen op 12 maanden”; de clusterindeling kan daarom worden losgelaten en mantelzorgcliëntparen kunnen als 1 groep beschouwd worden voor vervolganalyses.

 

RESULTAAT3: Logistische regressieanalyse toont aan dat controlevariabelen zoals relatie mantelzorger met de cliënt niet significant van invloed zijn op het aantal opnamen van cliënten waarvan de mantelzorgers reguliere zorg hebben ontvangen en cliënten waarvan de mantelzorgers behandeld zijn volgens het SZP-dementie bij een follow-up van 12 maanden.

 

RESULTAAT4: Logistische regressieanalyse toont aan dat maten van “kwaliteit van leven”, niet significant van invloed zijn op het aantal opnamen van cliënten waarvan de mantelzorgers reguliere zorg hebben ontvangen en cliënten waarvan de mantelzorgers behandeld zijn volgens het SZP-dementie bij een follow-up van 12 maanden.

 

RESULTAAT5: Subgroep analyses (cognitieve stoornis, relatie mantelzorger met de cliënt) tonen geen verschil in opnamen tussen cliënten waarvan de mantelzorgers reguliere zorg hebben ontvangen en cliënten waarvan de mantelzorgers behandeld zijn volgens het SZP-dementie bij een follow-up van 12 maanden.

 

 

RESULTAAT1: er is geen verschil in tijd tot opname (dagen) tussen cliënten waarvan de mantelzorgers reguliere zorg hebben ontvangen en cliënten waarvan de mantelzorgers behandeld zijn volgens het SZP-dementie bij een follow-up van 12 maanden (Log Rank Test p= .405; CI 95% 137,923 – 178,629).

 

RESULTAAT2: Cox-regressie analyse toont aan dat controlevariabelen (plaats van behandeling, geslacht mantelzorger, leeftijd mantelzorger, opleidingsniveau mantelzorger, relatie mantelzorger met de cliënt, gedeeld huishouden van mantelzorger, geslacht en de ernst van de cognitieve stoornis van de cliënt) niet significant van invloed zijn op het verschil in tijd tot opname (dagen) tussen cliënten waarvan de mantelzorgers reguliere zorg hebben ontvangen en cliënten waarvan de mantelzorgers behandeld zijn volgens het SZP-dementie bij een follow-up van 12 maanden.

 

RESULTAAT3: Cox-regressie analyse toont aan dat maten van “kwaliteit van leven” niet significant van invloed zijn op het aantal opnamen van cliënten waarvan de mantelzorgers reguliere zorg hebben ontvangen en cliënten waarvan de mantelzorgers behandeld zijn volgens het SZP-dementie bij een follow-up van 12 maanden.

 

RESULTATEN ECONOMISCHE EVALUATIE

 

KOSTPRIJS SZP-DEMENTIE PER MANTELZORGCLIENTPAAR PER JAAR is - €31802,78 (totale kosten SZP-dementie) / 130 (aantal mantelzorgcliëntparen) = €244,64 per paar per jaar.

 

De reguliere zorg gaat er enigszins op achteruit in de tijd, terwijl SZP-dementie er enigszins op vooruit gaat. De a priori veronderstelling dat er geen verschil te verwachten is op de EQ-5D lijkt gerechtvaardigd.

De totale kosten voor de huidige praktijk bedragen €76300,- en voor de SZP-Dementie modaliteit €73713,- voor een gemiddeld mantelzorgerclientpaar. De SZP-Dementie modaliteit leidt tot een gemiddelde besparing van €2587 per mantelzorgerclient paar over een periode van 12 maanden. De verschillen in totale kosten over de periode 12 maanden zijn echter niet significant.

 

Men zou kunnen concluderen dat de extra zorg SZP-dementie geen significante uitkomsten heeft opgeleverd, maar wel uitkomsten die de richting uit lijken te gaan van verbetering van kwaliteit van leven en besparing van kosten. In ieder geval levert versterking van de zorg geen extra kosten op.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het doel van het onderzoek is de potentiële efficiency te onderzoeken van het systematisch

zorgprogramma voor mantelzorgers van personen met dementie(SZP-dementie). De onderzoeksvragen

zijn: wat zijn de kosten en baten van het SZP-dementie in vergelijking met gangbare zorg? Wat zijn de effecten van het programma op de kwaliteit van leven van personen met dementie en hun

mantelzorgers? Er wordt een cluster gerandomiseerd gecontroleerd design gebruikt. De randomisatie

zal binnen de regio´s plaatsvinden. Professionele hulpverleners van de RIAGGs (psychologen en

sociaal psychiatrisch verpleegkundigen) worden toegedeeld aan interventie- of controlegroep. De studiepopulatie bestaat uit personen met dementie en hun mantelzorgers die voor het eerst de RIAGG bezoeken. Zij worden gekoppeld aan deze hulpverleners. De interventie bestaat uit een training in en het gebruik van de SZP-dementie: inventarisatie van gevoel van competentie van de mantelzorger en suggesties om met tekortkomingen om te gaan. De follow-up periode is een jaar. De primaire

uitkomstmaat is opname van de patiënt in een verpleeghuis. Dit vormt de belangrijkste input voor de schatting van het kostenverschil tussen interventie- en controlegroep. De secondaire uitkomstmaat is kwaliteit van leven. Voor de mantelzorger wordt dit vastgesteld aan de hand van het gevoel van competentie (SCQ), depressie (CES-D) en kwaliteit van leven (EuroQol), voor personen met dementie

door het vaststellen van gedragsproblemen (NPI). De power analyse is gebaseerd op eerder onderzoek, waarbij in de interventiegroep 14% van de personen met dementie werd opgenomen en in de controlegroep 28% (Vernooij-Dassen, 1993;Vernooij-Dassen et al., 1995). Bij een tweezijdige toetsing, met een alfa van 5% en power van 80% en Intra Class Correlatie 0.05 zijn in ieder groep 260 paren van personen met dementie en mantelzorgers nodig. De economische evaluatie bestaat uit een kosteneffectiviteitanalyse die uitgaat van een maatschappelijk perspectief. In de economische evaluatie zullen kosten en effecten worden vastgesteld en zal de netto winst worden berekend.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Project loopt nog, vooralsnog geen resultaten.

Zie bijlage.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

The objective is to ascertain the potential efficiency of a systematic care programme for caregivers of dementia patients. The research questions are: What are the costs and benefits of the Systematic Care Programme -Dementia (SCP-Dementia), as compared with usual care? What are the effects on quality of life of patients and informal caregivers (spouse, relative)? A cluster randomised controlled trial design will be used to study its efficiency. Randomisation will take place in each of the three participating regions. Professionals in the ambulatory mental health care services (psychologists and social psychiatric nurses) will be randomly assigned to either the intervention group or the control group before recruitment of patients and informal caregivers. The study population consists of pairs of patients and their informal caregivers visiting the ambulatory mental health care service for the first time. The intervention is the training in SCP-Dementia and its subsequent use. SCP-dementia consists of an assessment of the caregiver?s sense of competence and suggestions on how to deal with deficiencies in competence. The follow-up period is one year. The primary outcome is patients´ admissions to nursing homes or residential homes. The secondary outcome is quality of life. Caregivers´ quality of life is assessed by sense of competence (SCQ), depression (CES-D) and physical quality of life (EuroQol). Patients´ quality of life by behavioural problems assessed by the NPI and the QoL-AD-Scale.

The power analysis is based on our previous study in which 14% of the patients in the intervention group and 28% in the control group were institutionalised. The numbers of pairs of patients and informal caregivers needed is based on two-sided testing with an alpha of 5%, a power of 80% and Intra Class Correlation 0.05; the numbers are 260 for both the intervention and the control group. The economic evaluation is a cost-effectiveness analysis regarding a societal perspective. In the economic evaluation both costs and effects will be monetarized and consequently result in a net benefit.

Time schedule: Introduction of the intervention and logistic preparation within three large mental health care services, development of checklists and study material 6 months; inclusion period of 13 months; follow-up period of 12 months, analysis and report 5 months.

 

Het doel van het onderzoek is de potentiële efficiency te onderzoeken van het systematisch zorgprogramma voor mantelzorgers van personen met dementie(SZP-dementie). De onderzoeksvragen zijn: wat zijn de kosten en baten van het SZP-dementie in vergelijking met gangbare zorg ? Wat zijn de effecten van het programma op de kwaliteit van leven van personen met dementie en hun mantelzorgers? Er wordt een cluster gerandomiseerd gecontroleerd design gebruikt. De randomisatie zal binnen de regio´s plaatsvinden. Professionele hulpverleners van de RIAGGs (psychologen en sociaal psychiatrisch verpleegkundigen) worden toegedeeld aan interventie- of controlegroep. De studiepopulatie bestaat uit personen met dementie en hun mantelzorgers die voor het eerst de RIAGG bezoeken. Zij worden gekoppeld aan deze hulpverleners. De interventie bestaat uit een training in en het gebruik van de SZP-dementie: inventarisatie van gevoel van competentie van de mantelzorger en suggesties om met tekortkomingen om te gaan. De follow-up periode is een jaar. De primaire uitkomstmaat is opname van de patiënt in een verpleeghuis. Dit vormt de belangrijkste input voor de schatting van het kostenverschil tussen interventie- en controlegroep. De secondaire uitkomstmaat is kwaliteit van leven. Voor de mantelzorger wordt dit vastgesteld aan de hand van het gevoel van competentie (SCQ), depressie (CES-D) en kwaliteit van leven (EuroQol), voor personen met dementie door het vaststellen van gedragsproblemen (NPI).

De power analyse is gebaseerd op eerder onderzoek, waarbij in de interventiegroep 14% van de personen met dementie werd opgenomen en in de controlegroep 28% (Vernooij-Dassen, 1993; Vernooij-Dassen et al., 1995). Bij een tweezijdige toetsing, met een alfa van 5% en power van 80% en Intra Class Correlatie 0.05 zijn in ieder groep 260 paren van personen met dementie en mantelzorgers nodig. De economische evaluatie bestaat uit een kosteneffectiviteitanalyse die uitgaat van een maatschappelijk perspectief. In de economische evaluatie zullen kosten en effecten worden vastgesteld en zal de netto winst worden berekend.

Tijdplanning: Introductie interventie en logistieke voorbereiding , ontwikkelingen van checklisten en cursus materiaal 6 maanden; inclusieperiode 13 maanden; follow-up periode 12 maanden, analyse en verslag 5 maanden.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website