Projectomschrijving

Bij het uitvoeren van gezondheidsprogramma’s liggen de gezondheidswinst en een deel van de kosten soms in de toekomst, bijvoorbeeld bij vaccinatie of het opsporen van borstkanker. In kosteneffectiviteitsberekeningen wordt hiermee rekening gehouden door kosten en gezondheideffecten te ‘disconteren’ ofwel met een vastgesteld percentage (4%) te verrekenen. Dit komt er op neer dat investeren in positieve gezondheidseffecten minder kosteneffectief wordt naarmate de verwachte gezondheidseffecten verder in de toekomst liggen. In Rotterdam is  deze discontering getoetst aan de werkelijke maatschappelijke voorkeuren van een groep proefpersonen ten aanzien van het investeren in toekomstige gezondheidseffecten. Door de voorkeur van proefpersonen (gezondheidswerkers en beleidsmakers) in allerlei scenario’s (met snelle of late gezondheidswinst) te meten, werd duidelijk dat er weliswaar een voorkeur is voor het investeren in gezondheidswinst op korte termijn, maar dat het tot nu toe in kosteneffectiviteitsberekeningen gehanteerde disconteringspercentage (4%) hoger is dan de uitkomsten van de metingen onder proefpersonen rechtvaardigt.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website