Projectomschrijving

Bij het stellen van diagnoses maakt een arts allereerst gebruik van het verhaal en de lichamelijke kenmerken van de patiënt (anamnese, lichamelijk onderzoek). In veel gevallen is aanvullend diagnostisch onderzoek, in de vorm van één of meer testen, nodig om tot een betrouwbare diagnose te komen. Het uitvoeren van aanvullende testen is alleen zinvol (en kosteneffectief) als deze extra informatie opleveren over de kans op aan- of afwezigheid van ziekte. In Rotterdam is een model ontwikkeld dat het mogelijk maakt patiënten te identificeren en te selecteren bij wie aanvullende diagnostiek de kans op aan- of afwezigheid van ziekte zal veranderen. Of de verandering in kans op ziekte voldoende groot is om het extra onderzoek te rechtvaardigen hangt af van andere factoren, bijvoorbeeld de kosten van de test en de last die de patiënt van de test ondervindt.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website