Projectomschrijving

Bij vrouwen die (veel) te vroeg bevallen zijn, kan het risico op een volgende (veel) te vroege bevalling op twee manieren worden verminderd. Het geven van het hormoon progesteron vanaf de 20e week van de zwangerschap en het controleren op – en zo nodig behandelen van - bacteriële vaginose (bacterie-infectie in de vagina). Het toepassen van deze preventieve maatregelen gebeurt niet overal in dezelfde mate. In Amsterdam is nagegaan wat het toepassen ervan belemmert dan wel bevordert om op grond van deze kennis het landelijk toepassen van de twee interventies gericht te kunnen verbeteren. Vragenlijsten, interviews en groepsdiscussies met gynaecologen, verloskundigen en te vroeg bevallen vrouwen maakten duidelijk dat gebrek aan kennis over het nut van de twee maatregelen de belangrijkste reden is waarom deze niet altijd worden toegepast. Meer voorlichting (brochures, tijdschriften, presentaties) en opnemen van de maatregelen in protocollen lijkt daarmee de beste aanpak om het naleven van preventieve maatregelen voor een hernieuwde vroeggeboorte  te verbeteren.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website