Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het doel van deze studie was het inventariseren van de inzetbaarheid van radiodiagnostisch laboranten in de beoordeling van mammogrammen in de dagelijkse klinische praktijk teneinde de werkdruk van radiologen te kunnen verminderen.

De eerste 9 maanden werd een opleidingsprogramma verzorgd voor 2 laboranten, bestaande uit een theoretisch en een praktisch gedeelte. Met behulp van een test-set van 108 geselecteerde mammogrammen werd een vooruitgang in performance gemeten na afloop van de opleidingsactiviteiten en na afloop van de routinematige inzet van hun vaardigheden in de dagelijkse praktijk.

In een effectiviteitstrial werd in 2007 gedurende 9 maanden de performance van de laboranten in het beoordelen van mammogrammen bestudeerd in een set opeenvolgende patiënten. De gouden standaard voor de aan-of afwezigheid van borstkanker werd bepaald uit de beschikbare mammapathologie na een follow-up periode van minimaal 4 maanden.

In totaal werden 2031 mammogramonderzoeken van 2024 patiënten geïncludeerd en beoordeeld door zowel de mammaradioloog als de 2 getrainde laboranten. De prevalentie mammacarcinoom was 4.1% (85 maligniteiten op 83 mammogrammen). Bij het onderscheiden van mammogrammen met en zonder afwijkingen, werd door de radioloog op 740 mammogrammen (36%) een afwijking gerapporteerd en door de laboranten in 1040 (51%) en 993 gevallen (49%). Bij het onderscheiden van benigne van maligne afwijkingen werden 66 van de 83 mammogrammen met een maligniteit door de radioloog als zodanig beoordeeld (sensitiviteit= 79.5%). De laboranten rapporteerden 78 en 77 maligniteiten (sensitiviteit respectievelijk 94.0% en 92.8%). Deze hogere sensitiviteit van de laboranten ging ten koste van de specificiteit (96% voor de radioloog en 81.7% en 80.9% voor de laboranten) door een groter aantal foutpositieve diagnosen.

De resultaten van de effectiviteitstrial werden verwerkt in een vaardigheidscurve, die de kwaliteit van de geleverde zorg visueel illustreert door het uitzetten van het aantal beoordeelde mammogrammen tegen de bovengrens van het 95% betrouwbaarheidsinterval voor een reeks foutnegatieve resultaten. Uit de curve is af te lezen dat zowel het aantal gemiste benigne als maligne afwijkingen van de laboranten binnen de grenzen van de gestelde onzekerheidsmarge vallen.

Geconcludeerd kan worden dat de laboranten goed presteerden in zowel het voorselecteren van mammogrammen met en zonder afwijking alswel het onderscheiden van benigne van maligne mammografische afwijkingen.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Bereikte resultaten/nieuwe inzichten t.b.v. projectenpoort

De resultaten van dit onderzoek suggereren dat radiodiagnostisch laboranten goed inzetbaar zijn in de beoordeling en voorselectie van diagnostische mammogrammen in de dagelijkse klinische praktijk.

 

Methoden en Resultaten

De overall doelstelling van deze studie was het inventariseren van de inzetbaarheid van radiodiagnostisch laboranten in de beoordeling van mammogrammen in de dagelijkse klinische praktijk teneinde de werkdruk van radiologen te kunnen verminderen. Hierbij werd enerzijds gekeken naar de vaardigheid van laboranten om patiënten met mammogrammen met en zonder afwijkingen van elkaar te onderscheiden; anderzijds naar de vaardigheid om mammogrammen met benigne en maligne afwijkingen van elkaar te onderscheiden.

De eerste 9 maanden werd een opleidingsprogramma verzorgd voor 2 laboranten, bestaande uit een theoretisch gedeelte (cursussen, symposia, zelfonderwijs met literatuur, casussen en teaching files) en een praktisch gedeelte (begeleiding door mammaradiologen, patiëntbesprekingen, externe stage). Met behulp van een test-set van 108 geselecteerde mammogrammen werd een vooruitgang in performance gemeten na afloop van de opleidingsactiviteiten en na afloop van de routinematige inzet van hun vaardigheden in de dagelijkse praktijk.

In een effectiviteitstrial werd gedurende 9 maanden in 2007 de performance van de laboranten in het beoordelen van mammogrammen bestudeerd in een set opeenvolgende patiënten. De gouden standaard voor de aan-of afwezigheid van borstkanker werd bepaald uit de beschikbare mammapathologie na een follow up periode van minimaal 4 maanden.

In totaal werden 2031 mammogramonderzoeken van 2024 patiënten geïncludeerd en beoordeeld door zowel de mammaradioloog als de twee getrainde laboranten. De prevalentie mammacarcinoom was 4.1% (85 maligniteiten op 83 mammogrammen). Bij het onderscheiden van mammogrammen met en zonder afwijkingen, werd door de radioloog op 740 mammogrammen (36%) een afwijking gerapporteerd en door de laboranten in 1040 (51%) en 993 gevallen (49%). Bij het onderscheiden van benigne van maligne afwijkingen werden 66 van de 83 mammogrammen met een maligniteit door de radioloog als zodanig beoordeeld (sensitiviteit= 79.5%). De laboranten rapporteerden 78 en 77 maligniteiten (sensitiviteit respectievelijk 94.0% en 92.8%). Deze hogere sensitiviteit van de laboranten ging ten koste van de specificiteit (96% voor de radioloog en 81.7% en 80.9% voor de laboranten) door een groter aantal foutpositieve diagnosen.

De resultaten van de effectiviteitstrial werden verwerkt in een vaardigheidscurve, die de kwaliteit van de geleverde zorg visueel illustreert door het uitzetten van het aantal beoordeelde mammogrammen tegen de bovengrens van het 95% betrouwbaarheidsinterval voor een reeks fout-negatieve resultaten. Uit de curve is af te lezen dat zowel het aantal gemiste benigne als maligne afwijkingen van de laboranten binnen de grenzen van de gestelde onzekerheidsmarge vallen.

Geconcludeerd kan worden dat laboranten goed kunnen presteren in zowel het voorselecteren van mammogrammen met en zonder afwijking alswel het onderscheiden van benigne van maligne mammografische afwijkingen. Een degelijk opleidingsprogramma met een goede begeleiding en terugkoppeling van performanceresultaten zijn hierbij van belang.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De toegenomen vraag naar radiologische verrichtingen zoals mammografie gaat niet gemakkelijk gepaard met een toename in radiologische staf. Een herverdeling van taken tussen radioloog en radiodiagnostisch laborant kan een mogelijke oplossing bieden voor de grotere werkdruk. In dit project (PERSPECT studie: PERformance of SPECialised breast Technicians) worden laboranten geschoold in het beoordelen van mammogrammen zodat ze kunnen worden ingezet bij een zgn. voorselectie van foto’s. Door de mammaradioloog alleen de mammogrammen met een afwijking te laten beoordelen, wordt een winst in efficiëntie, tijd en kosten verwacht.

De eerste 9 maanden van de studie staan in het teken van de scholing van twee laboranten. Dit opleidingsprogramma bestaat uit een theoretisch en praktisch gedeelte. Theoretische scholing wordt aangeboden in de vorm van literatuur, mammografie teaching files, symposia en een cursus aan het LRCB. Praktische scholing omvat het meelopen met radiologen op de eigen afdeling en in een ander ziekenhuis, het bespreken van mammografie-resultaten en diagnoses, deelname aan multidisciplinaire patiëntbesprekingen en IKL patiëntbesprekingen en het bekijken van screeningsmammogrammen uit het bevolkingsonderzoek.

 

De vooruitgang in kennis en “performance”van het beoordelen van mammogrammen wordt getoetst met een in deze studie ontwikkelde en gevalideerde test-set van 108 diagnostische mammogrammen. Deze test-set wordt beoordeeld aan het begin en aan het einde van de opleidingsfase. Aansluitend op deze opleidingsfase zullen de laboranten worden ingezet in de voorselectie van foto’s in de dagelijkse praktijk (effectiviteitsstrial).

 

Voorts wordt de praktische toepasbaarheid en inzetbaarheid van deze innovatie in de dagelijkse klinische praktijk modelmatig benaderd. Mogelijke scenarios hierbij zijn de voorselectie en het dubbel beoordelen van mammogrammen door laboranten.

 

Actuele Nederlandstalige beschrijving:

 

Een herverdeling van taken tussen radioloog en radiodiagnostisch laborant kan een mogelijke oplossing bieden voor de grotere werkdruk. In dit project (PERSPECT studie: PERformance of SPECialised breast Technicians)worden laboranten geschoold in het beoordelen van mammogrammen zodat ze kunnen worden ingezet bij een zgn. voorselectie van foto’s. De opleidingsfase van de laboranten bestaat uit een praktische scholing en een theoretische scholing. De vooruitgang in kennis en performance in het beoordelen van mammogrammen wordt hierbij getoetst m.b.v. een test-set diagnostische mammogrammen.

Na de scholing zal de effectiviteit van deze innovatie worden bestudeerd in de dagelijkse praktijk.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De eerste fase van de PERSPECT studie (PERformance of SPECialised breast Technicians)staat in het teken van de scholing van twee laboranten. Het opleidingsprogramma bestaat uit een theoretisch en praktisch gedeelte. Theoretische scholing is aangeboden in de vorm van relevante literatuur, mammografie teaching files, symposia en een cursus aan het LRCB. Praktische scholing omvat het meelopen met radiologen op de eigen afdeling, een praktijkstage in een ander ziekenhuis (Viecuri Venlo), het bespreken van mammografie-resultaten en diagnoses met de radiologen, deelname aan multidisciplinaire patiëntbesprekingen en IKL patiëntbesprekingen en het bekijken van screeningsmammogrammen uit het bevolkingsonderzoek.

Gedurende deze opleidingsfase zijn de activiteiten van de laboranten nauwkeurig geregistreerd om hieruit de kosten van een dergelijke opleiding te kunnen bepalen.

 

De vooruitgang in kennis en “performance”van het beoordelen van mammogrammen wordt getoetst met een in deze studie ontwikkelde en gevalideerde test-set van 108 diagnostische mammogrammen. Deze test-set wordt beoordeeld aan het begin en aan het einde van de opleidingsfase. Voorts zijn er initiatieven om deze test-set ook structureel te gaan gebruiken op de afdeling radiologie bij de opleiding van arts-assistenten.

 

Mogelijke scenarios voor de praktische toepasbaarheid en inzetbaarheid van deze innovatie in de dagelijkse klinische praktijk worden modelmatig benaderd. Hierbij wordt de kosteneffectiviteit bepaald van het voorselecteren danwel dubbel beoordelen van mammogrammen door laboranten.

 

Tenslotte is een literatuurreview geschreven over de bewezen effectiviteit van het beoordelen van mammogrammen door niet-radiologen. Deze review laat een gebrek aan wetenschappelijk bewijs voor deze taakherschikking zien en demonstreert de behoefte aan een gedegen prospectief onderzoek naar de effectiviteit van deze innovatie in een dagelijkse klinische setting.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

. objective(s) / research question(s):

To study the diagnostic performance of breast technicians in (pre-)reading diagnostic mammograms.

. study design:

Prospective effectiveness study

. study population(s)/ datasets:

Patients referred for mammography to the radiology department of Maastricht University Hospital.Two radiologic technicians will be trained as specialised breast technicians.

. intervention:

Organisational innovation consisting of training and deployment of specialised breast technicians in the interpretation of mammograms.

. outcome measures:

Sensitivity, specificity, rate of normal test results, learning curve, costs

. power/data analysis:

2000 patients are needed in order to include 800 patients with a BI-RADS category 1 test result; excluding a positive rate lower than 98% with a power of 82% and a certainty of 95%.

. economic evaluation:

Shortterm and longterm costs and effects will be studied.

. time schedule:

9 months: training programme of technicians; 9 months: effectiveness trial; 6 months: follow up, data-analysis and reporting

 

 

. doel / vraagstelling:

Het bepalen van de "performance" van laboranten in het interpreteren van diagnostische mammogrammen.

. studie-opzet:

Prospectieve effectiviteit studie

. studiepopulatie / databronnen:

Patienten verwezen voor mammografie naar de afdeling radiologie het het Academisch Ziekenhuis Maastricht. Twee laboranten worden opgeleid om mammogrammen te interpreteren.

. interventie:

Organisatorische innovatie, waarbij laboranten getraind en ingezet worden om diagnostische mammogrammen te interpreteren.

. uitkomstmaten:

Sensitiviteit, specificiteit, ratio normale testuitslagen, leercurve, kosten

. power-/data-analyse:

2000 patienten zijn nodig om 800 patienten te includeren met een BI-RADS category 1 testuitslag; waardoor een positieve rate lager dan 98% wordt uitgesloten met een power van 82% en een zekerheid van 95%.

. economische evaluatie:

Korte en lange termijn kosten en effecten worden bestudeerd.

. tijdplanning:

9 mnd: opleidingsprogramma van laboranten; 9 mnd: effectiviteit studie; 6 mnd: follow up, data-analyse en verslaglegging.

 

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website