Projectomschrijving

Een matige tot ernstige schedelvervorming komt voor bij 1 tot 2 van elke 100 zuigelingen van 5 maanden. Ouders kunnen bij een schedelvervorming bij hun kind afwachten of en hoe de schedel vanzelf herstelt, maar ook behandeling met een helm is mogelijk. Omdat wetenschappelijke evidentie voor de werkzaamheid van de helm ontbreekt, is de keuze voor de aanpak op dit moment een beslissing die sterk afhankelijk is van de persoonlijke voorkeuren en inschattingen van de ouders en behandelaars van het kind. 

Dit project legt de relatie tussen de afweging die ouders en behandelaars van kinderen met een schedelafplatting maken tussen waargenomen voor en nadelen van een helm, de inschatting van de ernst van de aandoening en de twijfel over de keuze bij aanvang van de behandeling en de tevredenheid over de behandeling achteraf. De resultaten van dit onderzoek geven inzicht in de factoren die tevredenheid over behandeling bepalen en kunnen gebruikt worden om het beslissingsproces over behandeling te verbeteren.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website