Projectomschrijving

Mensen die een hersenbloeding hebben gehad als gevolg van een kapot gesprongen hersenslagader (een zogeheten subarachnoïdale bloeding, kortweg SAB) lopen een risico in de weken erna nog meer hersenschade te ontwikkelen. Dit als gevolg van een tekort aan bloed in de hersenen. Om het bloedvolume op peil te brengen en te houden, krijgen patiënten daarom na een SAB extra vloeistof toegediend. In Utrecht zijn twee methoden vergeleken om te bepalen wat de optimale hoeveel vloeistof is die de patiënt dagelijks moet krijgen toegediend. In de ene groep is dagelijks het volume van de totale hoeveelheid bloed in de vaten gemeten, in de andere groep werd een vochtbalans bijgehouden (het verschil tussen de hoeveelheid toegediend vocht en vocht dat het lichaam o.a. via urine verlaat). De dagelijkse meting van het bloedvolume leidde minder vaak tot een ernstig tekort aan bloed dan het bijhouden van de vochtbalans. Of dit ook leidt tot minder extra hersenschade is in dit project niet onderzocht.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website