Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De vraagstelling van de PANDA studie was: Is een patiëntgebonden behandeladvies aan de huisarts effectief in het verminderen van onterecht langdurig antidepressiva gebruik? Pandastudie 1 onderzocht of langdurige gebruikers die niet meer depressief of angstig zijn, kunnen stoppen als dit op basis van de huidige richtlijnen aanbevolen wordt. Pandastudie 2 onderzocht of langdurige gebruikers die nog wel depressief of angstig zijn effectiever behandeld kunnen worden door huisarts en patiënt attent te maken op aanvullende behandelingsmogelijkheden op basis van de huidige richtlijnen.

Uit Pandastudie 1 blijkt dat het erg moeilijk om is langdurig antidepressivagebruik bij mensen die niet meer depressief of angstig zijn, te staken. Zowel vanuit de patiënt als vanuit de huisarts was hier vaak weerstand tegen. Het stopadvies was niet effectief in het terugdringen van onterechte behandeling met antidepressieve medicatie en ook niet kosteneffectief. Wel leidde het stopadvies tot lagere maatschappelijke kosten (minder productiviteitsverlies); mogelijk door de impliciete boodschap dat men geen ‘psychiatrisch patiënt’ meer is.

Uit Pandastudie 2 blijkt dat het geven van een patiëntgebonden behandeladvies bij langdurige antidepressiva gebruikers die nog depressief of angstig zijn, geen verbetering opleverde. Patiënten en huisartsen waren maar beperkt van plan zijn het advies op te volgen.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De PANDA studie bestond uit 2 studies die parallel werden uitgevoerd in 45 huisartspraktijken.

Studie 1 richtte zich op het terugdringen van overbehandeling. In studie 1 werden 146 langdurig gebruikers geïncludeerd, waarbij geen psychiatrische stoornis werd vastgesteld en waarbij op basis van de huidige richtlijnen voortzetting van het gebruik niet nodig is. De helft van deze mensen kreeg actief het advies hun antidepressivagebruik te staken. Slechts de helft van de patiënten en huisartsen waren voornemens die advies op te volgen. In de interventiegroep die het advies kreeg hun gebruik te staken, lukte dit slechts 4 (6%) patienten zonder een terugval te krijgen; in de conotrolegroep kregen de mensen geen advies en staakten 6 (8%) patiënten hun gebruik. In de interventiegroep bestond zelf een significant hogere mate van terugval (36% versus 14%) na één jaar; echter wanneer we enkel kijken naar degenen die de antidepressiva staakten in de loop van de twee jaar, dan werd dit verschil tussen beide groepen niet gevonden. Opmerkelijk was dat de groep die het advies kreeg hun medicatiegebruik te staken, lagere maatschappelijke kosten genereerde (minder productiviteitsverlies). Mogelijk dat het stempel psychiatrisch patient mensen motiveert tot intensievere(arbeids)participatie.

Studie 2 richtte zich op onderbehandeling. Hierin werden 58 patiënten geïncludeerd die ondanks langdurig gebruik van antidepressiva nog kampten met een depressive- of angststoornis. In de interventiegroep kregen de patiënten een advies wat de volgende behandelstap zou kunnen zijn op basis van de huidige, multidisciplinaire richtlijnen. Slechts 42% van de patiënten was voornemens dit advies op te volgen. Wanneer we de interventiegroep die wel advies kreeg en de controlegroep waarin geen advies werd verstrekt met elkaar vergeleken, dan bleek de oorspronkelijke psychiatrische aandoening in beide groepen bij 45% van de mensen volledig in remissie. Een specifiek advies had in de de groep van onderbehandeling dus geen meerwaarde.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Er zijn in Nederland veel mensen die antidepressiva gebruiken en veel van die mensen gebruiken die middelen erg lang. In dit onderzoek, de PANDA studie, onderzoeken we of het terecht is dat mensen langer dan 9 maanden antidepressiva gebruiken. Mensen die langer dan 9 maanden antidepressiva gebruiken krijgen een interview. Aan de hand daarvan kunnen we een diagnose stellen en kijken of er een goede reden is om door te gaan met het slikken van antidepressiva. Soms is de reden om door te gaan niet meer aanwezig. Dan krijgen mensen het advies om het middel, onder begeleiding van de huisarts, af te bouwen en te stoppen. Als het antidepressivum na 9 maanden nog onvoldoende effect heeft gehad krijgt de huisarts en de patient een advies welke stappen er in de behandeling gezet kunnen worden om het beter te laten gaan.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Halverwege het project nemen bijna 50 huisartspraktijken deel die elk een aantal patienten leveren. De interviews lopen goed en patienten waarderen het zeer dat er goed gekeken wordt naar het doorgaan met de antidepressiva. Wel zien ze er soms tegenop om misschien te moeten stoppen. Er zijn redelijk wat mensen bij wie geadviseerd kan worden om de antidepressiva af te bouwen en te stoppen. Het is goed mogelijk om met de gegevens van het interview een advies voor verdere behandeling te geven.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Inappropriate prescription of antidepressants is worrisome for reasons of patient safety and costs in case of overtreatment (continuation in the absence of a clinical indication) and, in case of undertreatment (continuation in the absence of therapeutic efficacy), because of disorder-related burden, i.e. lack of wellbeing and associated costs. Both scenarios are highly prevalent according to a recent Dutch report, showing a prevalence rate of 50-60 long-term users of antidepressants per average Dutch general practice providing care for 2350 persons. The proposed study will examine the efficiency and costs of a brief intervention aimed at the reduction of inappropriate prescription for antidepressants in primary care in two randomised controlled trials. Both trials include a 12-month follow-up and will be conducted in tandem (see appendix for study flow-chart and expected patient numbers). All long-term users of antidepressants (> 9 months) in 30 general practices will be identified by means of a computerised search of the prescription database (n=1500). Eligible patients (n=800) will receive a structured psychiatric interview, the Composite International Diagnostic Interview (CIDI), and Life Chart Interview (LCI) to assess the appropriateness of continued antidepressant prescription. In the absence of a clinical indication (n=240), patients will be assigned to trial 1, an antidepressant drug discontinuation trial. In the absence of therapeutic efficacy (n=240), patients will be assigned to trial 2, a trial on the efficacy of a patient-tailored treatment advice to patient and general practitioner, based on the results of the psychiatric interview and the Dutch multidisciplinary guidelines. Both trials include a usual care control condition, in which neither patients nor general practitioners receive diagnosis and treatment advice. Cluster randomization will be used at the level of general practices (intervention arm in trial 1 and 2 vs usual care in trial 1 and 2). The primary outcome (successful discontinuation for trial 1; remission of psychiatric disorder for trial 2) will be analysed using a mixed model analysis to take the cluster randomisation into account. A cost-effectiveness analysis will be performed from a societal viewpoint. Incremental cost-effectiveness ratios (ICER) will be computed based on QALYs (EuroQoL-5) and costs (Trimbos/iMTA questionnaire for Costs associated with Psychiatric Illness).

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website