Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

ACHTERGROND: Patiënten die met curatieve intentie behandeld zijn voor borstkanker, worden in het huidige follow-up (f-up) beleid frequent gecontroleerd, met als doelen 1) vroeg ontdekken van locoregionale recidieven of een tweede primaire tumor; 2) het bieden van psychosociale ondersteuning; 3) ontdekken en registreren van neveneffecten van de behandeling; 4) feedback aan de medische specialist (MS) over de effecten van de behandeling. Diverse studies laten echter zien dat de huidige frequente f-up niet effectief is met betrekking tot de eerste twee doelen, en voor doelen 3 en 4 is het niet nodig om patiënten zo vaak te zien als in de huidige f-up. Daarentegen leidt de huidige f-up wel tot een grote belasting van de MS en tot hoge kosten.

 

DOEL: Het doel van deze studie was het onderzoeken van zowel de kosten als de effectiviteit (QoL) van verschillende f-up strategieën, bij curatief behandelde borstkankerpatiënten (BKP).

 

STUDIE-OPZET: Gerandomiseerde fase III multicenter studie, volgens een 2x2 factorial design. BKP werden gerandomiseerd in 4 armen: 1) standaard f-up, dat wil zeggen in het eerste jaar elke 3 maanden een poliklinische controle, in het tweede jaar na 6 maanden, en jaarlijks een mammografie; 2) f-up 1x per jaar inclusief mammografie, gecombineerd met telefonische f-up door een nurse-practitioner (NP) op dezelfde momenten als de standaard f-up; 3) arm 1 met daarbij een groepsinterventie gericht op voorlichting (Info-Care Programma (ICP)); 4) arm 2 met daarbij het ICP.

 

POPULATIE: Tussen juni 2005 en maart 2008 werden 320 BKP die in opzet curatief behandeld zijn, uit zeven deelnemende ziekenhuizen, geïncludeerd.

UITKOMSTMATEN: Effectiviteit werd uitgedrukt in ‘quality of life’ (QoL), gemeten op de Global Functioning scale van de EORTC QLQ-C30 vragenlijst. Voor de kosten-effectiviteitsanalyse werd QoL uitgedrukt in ‘quality-adjusted life years’ (QALYs), gemeten met de EQ-5D vragenlijst. Zowel kosten binnen als buiten de gezondheidszorg werden meegenomen in de kostenanalyse (maatschappelijk perspectief). Zorggebruik werd geregistreerd met behulp van kostendagboeken, case report forms, en het ziekenhuisinformatiesysteem. De tijdshorizon van de analyse was één jaar.

 

RESULTATEN: Van de 320 geïncludeerde patiënten vielen 21 patiënten uit om diverse redenen; terugtrekking na randomisatie, niet retourneren van voldoende vragenlijsten, ontwikkelen van metastasen/recidief/nieuwe primaire tumor. Data van 299 deelnemers werd gebruikt voor de analyse. Deelnemers waren gemiddeld 5 jaar jonger dan de Nederlandse borstkankerpopulatie, maar wat betreft opleiding en behandelingsmodaliteit was het een representatieve steekproef. Tien patiënten die gerandomiseerd waren voor telefonische f-up gaven na randomisatie aan standaard f-up te willen volgen. Twintig patiënten hebben minder dan twee telefonische f-ups gehad. Dertien patiënten die gerandomiseerd waren voor f-up met het ICP, hebben niet deelgenomen aan het ICP.

Er werd geen significant verschil gevonden tussen de gemiddelde QoL op 12 maanden van patiënten in de armen met telefonische f-up (n=150) 78.4 (SD 16.3) en patiënten in de armen met poliklinische f-up (n=149) 77.7 (SD 16.2) (p = 0.719). Er was eveneens geen significant verschil tussen de patiënten die gerandomiseerd waren voor wel versus geen deelname aan het ICP respectievelijk 78.9 (SD 15.7, n=149) versus 77.2 (SD 16.7; n = 150)(p = 0.377). Multiple regressie, met onder andere QoL op baseline, behandelingsmodaliteit, leeftijd, opleiding, ziekenhuis, en wel of geen partner, als covariaten, bevestigde dat er geen significant effect was van de telefonische f-up (p = .242) en het ICP (p = .421) op de 12 maanden QoL.

De gemiddelde (bootstrapped) maatschappelijke kosten van arm 1 waren € 3553 (95% CI: € 2911 - € 4513), van arm 2 € 3925 (95% CI: € 2953 - € 5081), van arm 3 € 3282 (95% CI: € 2679 - € 4052), arm 4 € 2984 (95% CI: € 2147 - € 4207). Arm 1 leverde 0.74 QALYs, arm 2 0.77 QALYs, arm 3 0.73 QALYs en arm 4 0.77 QALYs. Arm 4 heeft de laagste kosten en samen met arm 2 de het hoogste aantal QALYs. Arm 4, telefonische f-up met ICP, is dan ook de meest kosten-effectieve f-up strategie. Om de onzekerheid rondom de kosten en effecten in kaart te brengen werden 1000 bootstrap simulaties en sensitiviteitsanalyses uitgevoerd. Bootstrap simulatie liet zien dat de kans dat arm 4 het meest kosten-effectief is tussen de 65-75% is, afhankelijk van de monetaire waarde die de maatschappij aan een QALY toekent. Diverse secundaire- en sensitiviteitsanalyses lieten zien dat de resultaten zeer robuust waren.

 

CONCLUSIE: De poliklinische f-up kan gedeeltelijk worden vervangen door telefonische f-up door een NP mét handhaven van dezelfde QoL. Het toevoegen van een ICP verbetert de QoL echter niet. De kosten-effectiviteitsanalyse liet zien dat, vanuit een maatschappelijk perspectief, de telefonische f-up door een NP mét daarbij deelname aan het ICP de meest kosten-effectieve strategie was.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

HET BEOOGDE DOEL, het onderzoeken van zowel de kosten als de effectiviteit (kwaliteit van leven) van verschillende f-up strategieën bij curatief behandelde borstkankerpatiënten, werd gerealiseerd.

 

GEBRUIKTE METHODEN: De studie was een gerandomiseerde fase III multicenter studie, volgens een 2x2 factorial design. Patiënten werden gerandomiseerd in 4 armen: 1) standaard f-up, dwz het eerste jaar elke 3 maanden een poliklinische controle, in het tweede jaar na 6 maanden, en jaarlijks een mammografie; 2) f-up 1x per jaar inclusief mammografie, gecombineerd met telefonische f-up door een nurse-practitioner (NP) op dezelfde momenten als de standaard f-up; 3) arm 1 met daarbij een groepsinterventie gericht op voorlichting (Info-Care Programma (ICP)); 4) arm 2 met daarbij het ICP.

Effectiviteit werd uitgedrukt in ‘quality of life’ (QoL), gemeten op de Global Functioning scale van de EORTC QLQ-C30 vragenlijst. Voor de kosten-effectiviteitsanalyse werd QoL uitgedrukt in ‘quality-adjusted life years’ (QALYs), gemeten met de EQ-5D vragenlijst. Zowel kosten binnen als buiten de gezondheidszorg werden meegenomen in de kostenanalyse (maatschappelijk perspectief). Zorggebruik werd geregistreerd met behulp van kostendagboeken, case report forms, en het ziekenhuisinformatiesysteem. De tijdshorizon van de analyse was één jaar.

 

RESULTATEN: Er werd geen significant verschil gevonden tussen de gemiddelde QoL op 12 maanden van patiënten in de armen met telefonische f-up (n=150) 78.4 (SD 16.3) en patiënten in de armen met poliklinische f-up (n=149) 77.7 (SD 16.2) (p = 0.719). Er was eveneens geen significant verschil tussen de patiënten die gerandomiseerd waren voor wel versus geen deelname aan het ICP, respectievelijk 78.9 (SD 15.7, n = 149) en 77.2 (SD 16.7, n = 150)(p = 0.377). Multipele regressie, met QoL op baseline, behandelingsmodaliteit, leeftijd, opleiding, ziekenhuis, en wel of geen partner, als covariaten, bevestigde dat er geen significant effect was van de telefonische f-up (p = .242) en het ICP (p = .421) op de 12 maanden QoL.

De gemiddelde (bootstrapped) maatschappelijke kosten van arm 1 waren € 3553 (95% CI: € 2911 - € 4513), van arm 2 € 3925 (95% CI: € 2953 - € 5081), van arm 3 € 3282 (95% CI: € 2679 - € 4052), arm 4 € 2984 (95% CI: € 2147 - € 4207). Arm 1 leverde 0.74 QALYs, arm 2 0.77 QALYs, arm 3 0.73 QALYs en arm 4 0.77 QALYs. Arm 4 heeft de laagste kosten en samen met arm 2 de het hoogste aantal QALYs. Arm 4, telefonische f-up met ICP, is dan ook de meest kosten-effectieve f-up strategie. Om de onzekerheid rondom de kosten en effecten in kaart te brengen werden 1000 bootstrap simulaties en sensitiviteitsanalyses uitgevoerd. Bootstrap simulatie liet zien dat de kans dat arm 4 het meest kosten-effectief is tussen de 65-75% is, afhankelijk van de monetaire waarde die de maatschappij aan een QALY toekent. Diverse secundaire- en sensitiviteitsanalyses lieten zien dat de resultaten zeer robuust waren.

 

CONCLUSIES/ ANTWOORDEN OP DE SPECIFIEKE ONDERZOEKSVRAGEN: 1)Poliklinische follow-up kan gedeeltelijk worden vervangen door telefonische follow-up door een NP mét handhaven van dezelfde kwaliteit van leven. Onze studie heeft laten zien dat QoL, patienttevredenheid, angst- of controlegevoelens gelijk waren voor beide groepen.

2)Het toevoegen van een ICP verbetert de QoL niet. Echter, het programma werd zeer goed gewaardeerd door deelnemers (gemiddeld rapportcijfer 8). Analyse op 3 maanden liet een tendens zien tot een snellere verbetering in QoL.

3)De meest kosten-effectieve follow-up strategie is de telefonische f-up door een NP/MCV mét daarbij deelname aan het ICP. Deze strategie leidde tot de meeste QALYs en de laagste kosten. Verschillende gevoeligheids- en onzekerheidsanalyses zijn uitgevoerd, wat liet zien dat de resultaten zeer robuust zijn.

 

AANBEVELINGEN: Gezien de vergelijkbare gemiddelde QoL scores (geen significante verschillen) op de verschillende f-up strategieën lijkt het voor de QoL van de gemiddelde borstkankerpatiënt niet uit te maken welke f-up strategie geïntroduceerd wordt. Uit de kosten-effectiviteitsanalyse blijkt dat het, voor de hele populatie, het meest efficiënt zou zijn om telefonische f-up in te voeren, met daarnaast het ICP. Echter, ons additioneel patiëntenvoorkeuren onderzoek liet zien dat preferenties voor f-up erg verschillen per patiënt. We zouden dan ook willen adviseren om niet voor iedereen de telefonische f-up met ICP in te voeren, maar om voor een geïndividualiseerde aanpak te kiezen. We bevelen aan om in landelijke richtlijnen op te nemen dat 1x per jaar follow-up (met mammografie) voldoende is, maar dat in overleg met arts en patiënte bepaald moet worden hoe de nazorg en nacontrole er in het eerste jaar verder uit komt te zien, met als eerste keus telefonische controle en deelname aan een ICP. (10 regels hierboven ook voor projectenpoort)

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

* ACHTERGROND: Patiënten die met curatieve intentie behandeld zijn voor borstkanker, worden in het huidige standaard follow-up (f-up) beleid frequent gecontroleerd, met als doelen 1) vroeg ontdekken van locoregionale recidieven of een tweede primaire tumor, omdat deze nog genezen zouden kunnen worden; 2) het bieden van enige vorm van psychosociale ondersteuning; 3) ontdekken en registreren van neveneffecten van de behandeling; 4) feedback aan de medisch specialist (MS) over de effecten van de behandeling. Het probleem met het huidige f-up beleid is echter dat het polibezoek bij de MS niet effectief is met betrekking tot de eerste twee doelen, en dat het voor doelen 3 en 4 niet nodig is om patiënten zo vaak te zien als in de huidige f-up. Daarentegen leidt het standaard f-up beleid wel tot een grote belasting van de MS en tot hoge kosten. Deze punten tezamen hebben er toe geleid dat verschillende onderzoeken zijn verricht om de f-up te veranderen. Uit deze onderzoeken blijkt dat het verminderen van controles ‘veilig’ is met betrekking tot het ontdekken van recidieven, en dat vooral informatieve groepsinterventies de kwaliteit van leven (QoL) kunnen verbeteren.

* DOEL: Het doel van deze studie is het onderzoeken van zowel de kosten als de effectiviteit (QoL) van verschillende follow-up strategieën, bij curatief behandelde borstkankerpatiënten (BKP).

* STUDIE-OPZET: De opzet is een gerandomiseerde fase III multicenter studie, volgens een 2x2 factorial design. Patiënten worden gerandomiseerd in 4 armen: 1) standaard f-up, dat wil zeggen in het eerste jaar 4 controles, in het tweede jaar 2 controles, en 1x per jaar mammografie; 2) f-up 1 x per jaar inclusief mammografie, gecombineerd met tussentijdse telefonische follow-up door een nurse-practitioner (NP) op dezelfde momenten als de standaard f-up; 3) arm 1 met daarbij een groepsinterventie gericht op voorlichting (Info-Care Programma (ICP)); 4) arm 2 met daarbij een ICP.

* POPULATIE: 320 BKP die in de eerste 6 weken zijn na een in opzet curatieve behandeling.

* STAND VAN ZAKEN PER 22/01/08: Sinds de start van de studie in 2005 zijn er 311 patiënten geïncludeerd, van wie 142 in 2007. In een uitgebreide evaluatiemiddag met de mammacare verpleegkundigen halverwege 2007, is naar voren gekomen dat de telefonische f-up goed verloopt. Ook de informatieve groepsinterventie (ICP) wordt door de patiënten positief beoordeeld (gemiddeld “rapportcijfer” 8). Door enkele recidieven, metastasen en nieuwe vormen van kanker is er ongeveer 4% uitval. Op dit moment is 92% van de vragenlijsten geretourneerd, en 90% van de kostendagboekjes. De laatste patiënte wordt naar verwachting in februari 2008 geïncludeerd. Tevens is er in 2007 een start gemaakt met het inventariseren van de kostprijzen van de verschillende medische handelingen tijdens de follow-up.

De studie is goed ontvangen op nationale en internationale congressen. Twee artikelen zijn gepubliceerd in internationale tijdschriften. Tevens is onderzocht of de generieke QoL vragenlijst (EQ-5D) die in deze studie gebruikt wordt, voldoende responsief is om veranderingen in QoL te registreren, in vergelijking met de ziekte-specifieke vragenlijst gebruikt in deze studie (EORTC QLQ-C30). Hiervoor zijn de vragenlijsten van het tijdstip 0 en 6 maanden van de eerste 112 patiënten uit deze studie geanalyseerd. Hieruit werd geconcludeerd dat de EQ-5D een goede maat is om de kosten-effectiviteit van de verschillende follow-up strategieën te bepalen. Een artikel hierover zal eind januari 2008 ingestuurd worden voor publicatie in een internationaal tijdschrift.

Het jaar 2008 zal verder in het teken staan van dataverzameling. Eindresultaten worden medio 2009 verwacht.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

* IN HOEVERRE IS DE DOELSTELLING GEREALISEERD? De hoofddoelstelling van het project, namelijk het bepalen van de meest kosteneffectieve follow-up strategie voor borstkankerpatiënten is logischerwijs nog niet gerealiseerd, omdat de inclusie nog loopt. De gegevens kunnen pas geanalyseerd worden 1 jaar na inclusie van de laatste patiënt.

* GEBRUIKTE METHODE: Om de meest kosteneffectieve follow-up strategie voor borstkanker patiënten te bepalen, wordt sinds 2005 een gerandomiseerde trial uitgevoerd, met 4 verschillende follow-up strategieën: 1) standaard f-up, dat wil zeggen in het eerste jaar 4 controles, in het tweede jaar 2 controles, en 1x per jaar mammografie; 2) f-up 1 x per jaar inclusief mammografie, gecombineerd met tussentijdse telefonische follow-up door een nurse-practitioner (NP) op dezelfde momenten als de standaard f-up; 3) arm 1 met daarbij een groepsinterventie gericht op voorlichting (Info-Care Programma (ICP)); 4) arm 2 met daarbij een ICP. De uitkomstmaten zijn kankerspecifieke (KS) QoL (primaire eindpunt), QoL, angst, verlies van controle, patiënten tevredenheid, kosten. Deze parameters worden gemeten met gevalideerde vragenlijsten, voor randomisatie, en na 3, 6, 12 en 18 maanden. Om deze trial logistiek goed te laten verlopen hebben we 2-wekelijks overleg met projectgroep. Tevens zijn er regelmatig evaluatiemomenten met betrokkenen /uitvoerders van het project, middels overleg, telefonisch contact en per e-mail. Zo is er bijvoorbeeld intensief contact met de verpleegkundigen die de telefonische follow-up verzorgen, de artsen die patiënten includeren en de uitvoerders van de ICP’s. Om ook overige betrokkenen zoveel mogelijk te informeren over de stand van zaken wordt er 3-maandelijks een nieuwsbrief rondgestuurd, en worden regelmatig presentaties verzorgd (zie voortgangsverslag; activiteiten). Teneinde de inclusie te vergroten is in 2007 samengewerkt met 4 centra in de IKZ regio.

* TUSSENRESULTATEN:

o De inclusie is toegenomen van 7 patiënten per maand in 2005, naar 10 patiënten per maand in 2006, naar 11 tot 12 patiënten per maand in 2007. Er zijn per 22/01/2008 311 patiënten geïncludeerd.

o De trial is uitgebreid van 5 naar 9 centra in Zuid-Nederland.

o Er zijn 21 Info-Care-Programma's uitgevoerd voor de helft van de geïncludeerde patiënten (arm 3 en 4 van de studie). De beoordeling van deze ICP’s door de patiënten is goed (rapportcijfer 8).

o Zowel de nurse-practitioners als de patiënten hebben goede ervaringen met de telefonische follow-up.

o Er zijn 22 getrainde mammacare verpleegkundigen en nurse-practitioners die regelmatig telefonische follow-up verzorgen (arm 2 en 4 van de studie).

o Er zijn in januari 2007 twee artikelen rondom het project gepubliceerd in internationale tijdschriften.

o Met behulp van de gegevens van de eerste 112 patiënten geïncludeerd in deze studie, is een analyse verricht naar de responsiviteit van de generieke vragenlijst die gebruikt wordt in deze studie (de EQ-5D), in vergelijking met de gebruikte ziekte-specifieke vragenlijst (EORTC QLQ-C30). Hieruit werd geconcludeerd dat de EQ-5D een goede maat is om de kosten-effectiviteit van de verschillende follow-up strategieën te bepalen. Een artikel hierover zal eind januari 2008 ingestuurd worden voor publicatie in een internationaal tijdschrift.

* CONCLUSIES: Hoewel de inclusie iets langzamer loopt dan oorspronkelijk verwacht, laten de behaalde tussenresultaten zien dat het project goed aanslaat bij zowel ziekenhuizen als patiënten. Bijgevoegd zijn een grafiek rondom de inclusie (bijlage 1) en de Balanced Score Card van 2007 (bijlage 2).

 

IN 10 REGELS VOOR DE PROJECTENPOORT:

Het doel van deze gerandomiseerde studie is om de meest kosteneffectieve follow-up strategie te bepalen bij in opzet curatief behandelde borstkanker patiënten. Deze studie is in 2005 gestart en begin 2008 zijn 311 van de benodigde 320 patiënten geïncludeerd. Inmiddels hebben er 21 succesvolle Info-Care-Programma’s plaatsgevonden en verzorgen 22 getrainde mammacare verpleegkundigen telefonische follow-up. Er zijn 2 artikelen gepubliceerd in internationale tijdschriften, en 1 artikel zal eind januari 2008 ingestuurd worden voor publicatie in een internationaal tijdschrift. Naar verwachting zal de inclusie in februari 2008 voltooid zijn en kan één jaar later met data-analyse gestart worden.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

. AIM: To investigate the cost-effectiveness (C-E) of different follow-up (f-up) strategies in curatively treated breast cancer patients (BCPs). RESEARCH QUESTIONS in this patient group: 1) Can regular physical f-up partly be replaced by nurse-led telephone f-up (T-f-up), with similar quality of life (QoL)? 2) Does an informative/ educational group intervention (Info-Care-Programme (ICP)) improve QoL? 3) Which f-up strategy is the most cost-effective? STUDY DESIGN: A randomised multicentre trial, with a 2x2 factorial design, 4 arms:1) f-up as usual;2) f-up once a year in combination with T-f-up;3) arm 1 combined with an ICP;4) arm 2 combined with an ICP. STUDY POPULATION: BCPs treated with curative intent. INTERVENTION: The ICP consists of 2 sessions in the first 3 months after treatment, and is led by two nurse-practitioners (NPs). At this ICP, BCPs and their partners will be informed about the psychosocial and physical consequences of the disease and its treatment, and where to present any problems. This is aimed at stimulating the perceived behavioural control (PBC), thereby improving QoL. Partly replacing the physical f-up by T-f-up is expected to reduce health care costs. OUTCOME MEASURES: Cancer-specific QoL (primary endpoint), QoL, anxiety, PBC, patients' satisfaction, costs, determined at randomisation, 3, 6, 12, and 18 months after inclusion. POWER ANALYSIS: 320 BCPs will be included, to show with a power of 0.8 and a significance level of 0.05, that the cancer-specific (CS) QoL of T-f-up, measured at 12 months, is not more than 5 points less than after usual f-up. This will also allow detection of a difference of 10 points in CS QoL at 12 months between BCPs treated with or without the ICP, with a power of 0.95 and a significance level smaller than 0.01. ECONOMIC EVALUATION will be performed from a societal perspective. Costs will consist of health care costs and costs outside health care. The incremental C-E ratios will be expressed as costs per quality adjusted life expectancy. The time perspective of the C-E analysis will be 5 years. Sensitivity analyses will be performed. Costs and effects occurring after 1 year will be discounted. Bootstrap analyses will be performed in order to quantify the uncertainty surrounding the C-E data. TIME SCHEDULE: month 1: training of NPs, months 1-19: inclusion of patients; months 19-31: f-up; months 31-36: data-analysis.

 

. DOEL: Onderzoeken van de kosteneffectiviteit van verschillende follow-up (f-up) strategieën, bij curatief behandelde borstkankerpatiënten (BKP). VRAAGSTELLINGEN voor deze patiënten groep: 1) Kan de poliklinische f-up gedeeltelijk vervangen worden door telefonische (T-f-up) f-up door een nurse-practitioner (NP), met handhaven van tenminste dezelfde kwaliteit van leven (QoL)? 2) Verbetert het toevoegen van een informatief/educatief groepsprogramma (Info-Care-Programma (ICP)) de QoL? Welke f-up strategie is het meest kosteneffectief? STUDIE-OPZET: Gerandomiseerde multicenter studie, volgens een 2x2 factorial design, met 4 armen:1) standaard f-up;2) f-up 1 x per jaar, gecombineerd met T-f-up;3) arm 1 met daarbij een groepsinterventie gericht op voorlichting (ICP);4) arm 2 met daarbij een ICP. STUDIEPOPULATIE: Curatief behandelde BKP. INTERVENTIE: Het ICP bestaat uit 2 bijeenkomsten in de eerste 3 maanden na de behandeling, en wordt geleid door 2 NP's. Op dit ICP zullen de patiënten en hun partners geïnformeerd worden over de mogelijke psychosociale en lichamelijke gevolgen van de ziekte en de behandeling, en waar ze met eventuele problemen terecht kunnen. Dit is gericht op het bevorderen van de ervaren gedragscontrole (zelfredzaamheid), met een gunstig effect op QoL. De T-f-up is gericht op het verminderen van de medische kosten. UITKOMSTMATEN: Kankerspecifieke (KS) QoL (primaire eindpunt), QoL, angst, verlies van controle, patiënten tevredenheid, kosten. Deze parameters zullen gemeten worden bij randomisatie, en na 3, 6, 12 en 18 maanden. POWER ANALYSE: 320 patiënten zullen geïncludeerd worden om met een power van 0.8 en een significantie niveau van 0.05 aan te tonen dat de KS QoL bij T-f-up niet meer dan 5 punten lager is dan bij de standaard f-up. Met dit aantal patiënten kan een verschil in KS QoL gevonden worden tussen f-up zonder en met ICP van 10 punten, met een power van 0.95 en een significantie niveau kleiner dan 0.01. ECONOMISCHE EVALUATIE wordt uitgevoerd vanuit een maatschappelijk perspectief. Kosten zowel binnen als buiten de gezondheidszorg worden meegenomen. De kosten-effectiviteitsratio's worden uitgedrukt in incrementele kosten per voor kwaliteit gecorrigeerde levensjaren. Het tijdsperspectief van de kosten-effectiviteitanalyse is 5 jaar. Sensitiviteitsanalyses zullen worden uitgevoerd. Kosten en effecten die optreden na 1 jaar zullen worden verdisconteerd. De onzekerheid rondom de kosteneffectiviteit gegevens zal worden gekwantificeerd met behulp van bootstrap analyses. TIJDPLANNING: maand 0-1: training van de NP's; maand 1-19: inclusie van patiënten; maand 19-31: follow-up; maand 31-36: data-analyse.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website