Projectomschrijving

De meeste kinderen liggen rond de achtste maand van de zwangerschap met het hoofd naar beneden (hoofdligging). In 3-4% van de zwangerschappen ligt het kind juist met het hoofd naar boven (stuitligging). Een uitwendige behandeling is het keren van het kind in de baarmoeder via druk op de buik. Omdat zo een stuitligging bij de bevalling voorkomen kan worden, wordt dit aanbevolen bij alle zwangeren met een stuitligging. Het blijkt dat in de praktijk echter slechts 1 op de 2 vrouwen deze behandeling ondergaat.
Het doel van dit project is om te onderzoeken hoe het komt dat niet alle vrouwen een uitwendige versie krijgen. Met de bevindingen van dit onderzoek zal een strategie worden ontwikkeld en geëvalueerd om het aantal uitwendige versies te verhogen. Deze strategie zal zich met name richten op goede voorlichting van zwangeren door zorgverleners.  Van de implementatie interventie wordt de kosten-effectiviteit berekend. Het onderzoek zal worden uitgevoerd in verloskundigenpraktijken en gynaecologische praktijken in en rondom 24 ziekenhuizen.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website