Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Coeliakie is een immuun-gemedieerde aandoening welke gekenmerkt wordt door gluten geïnduceerde vlokatrofie in genetisch vatbare personen. Een belangrijk probleem in de diagnostiek naar coeliakie is het gebrek aan een niet-invasieve methode om de diagnose te stellen. Bepaling van coeliakie specifieke antistoffen is een sensitieve methode om patiënten te screenen voor de aandoening, maar geeft geen inzicht in de darmschade die aanwezig is en is slechts in een kleine groep coeliakie patiënten voldoende om de diagnose te bevestigen. Bij de overige patiënten moet momenteel een darmbiopt worden genomen. Het nemen van zo’n darmbiopt middels endoscopie is een belastend onderzoek voor patiënten. Daarnaast bestaat er geen gevoelige test om darmherstel na gluten eliminatie te evalueren. Het doel van deze studie is het bepalen van de waarde van Intestinal Fatty Acid Binding Protein (I-FABP), een sensitieve marker voor darmschade, als additionele test naast de coeliakie antistoffen voor het stellen van de diagnose coeliakie en voor het evalueren van het effect van gluten eliminatie op darmherstel. In een prospectieve studie werd een nieuw algoritme voor coeliakie geëvalueerd waarbij de diagnose werd gesteld op basis van de I-FABP concentraties in plasma en urine voor en na behandeling gecombineerd met coeliakie antistoffen en HLA-typering, in plaats van met een darmbiopt. Bijna alle patiënten met coeliakie hadden een verhoogde plasma I-FABP concentratie op het moment van diagnose vergeleken met controle patiënten. De kans dat een patiënt met positieve coeliakie antistoffen en een verhoogde I-FABP concentratie coeliakie heeft is buitengewoon groot. Toevoeging van deze niet-invasieve marker aan de bestaande coeliakie richtlijn zou het aantal duodenumbiopten dat nu nodig is om de diagnose te bevestigen sterk verminderen, wat zou leiden tot een evenredige kostenbesparing per nieuw gediagnosticeerde patiënt. Daarnaast daalden de I-FABP concentraties snel na de start van het glutenvrij dieet en normaliseerden relatief sneller dan de huidige marker tTG-IgA voor het vervolgen van coeliakie activiteit. Dit suggereert dat I-FABP concentraties bruikbaar zijn voor het stellen van de diagnose en voor het vervolgen van de coeliakie activiteit na behandeling.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De hypothese van de studie is dat de diagnose coeliakie gesteld kan worden op basis van I-FABP concentraties voor en na behandeling in combinatie met coeliakie specifieke antistoffen en genotypering waardoor het invasieve biopt niet meer nodig is. Daarnaast evalueerden we de waarde van I-FABP voor het monitoren van het herstel van de darmmucosa na start van het glutenvrije dieet. Tot slot werd de kostenwinst van dit voorgestelde algoritme in kaart gebracht.

Plasma I-FABP concentraties waren verhoogd in kinderen met coeliakie vergeleken met de controle groep (kinderen met verdenking coeliakie maar met normale antistoffen). De kans dat een patiënt met positieve coeliakie antistoffen en een verhoogde I-FABP concentratie coeliakie heeft is erg groot. Toevoeging van deze niet-invasieve marker aan de bestaande coeliakie richtlijn zou het aantal duodenum biopten dat nodig is om de diagnose te bevestigen sterk kunnen verminderen, wat zou leiden tot een evenredige kostenbesparing per nieuw gediagnosticeerde coeliakie patiënt.

Plasma I-FABP concentraties daalden en normaliseerden snel na de start van een glutenvrij dieet in coeliakie patiënten. Dit gebeurde veel sneller dan de normalisatie van de huidige follow-up marker tTG-IgA concentratie. Dit suggereert dat plasma I-FABP een goede marker is voor het vervolgen van ziekte activiteit bij coeliakie patiënten.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Coeliakie is een immuun-gemedieerde aandoening welke gekenmerkt wordt door gluten geïnduceerde vlokatrofie in genetisch vatbare personen. Een belangrijk probleem in de diagnostiek naar coeliakie is het gebrek aan een niet-invasieve methode om de diagnose te stellen. Bepaling van coeliakie specifieke antistoffen is een sensitieve methode om patiënten te screenen voor de aandoening, maar is niet specifiek genoeg om de diagnose te bevestigen. Daarvoor moet momenteel een invasief darmbiopt worden genomen. Daarnaast bestaat er geen sensitieve test om darmherstel na gluten eliminatie te evalueren.

Het doel van deze studie is het bepalen van de waarde van Intestinal Fatty Acid Binding Protein (I-FABP), een sensitieve marker voor darmschade, als additionele test naast de coeliakie antistoffen voor het stellen van de diagnose coeliakie en voor het evalueren van het effect van gluten eliminatie op darmherstel. In een prospectieve studie opzet testen we dit nieuwe algoritme voor coeliakie waarbij I-FABP concentraties in plasma en urine voor en na behandeling gecombineerd met coeliakie antistoffen en HLA-typering de diagnose coeliakie stellen en het invasieve biopt vervangen. Daarnaast meten we de I-FABP concentratie gedurende de eerste zes maanden na therapie om de waarde van I-FABP voor het evalueren van darmherstel te bepalen.

De resultaten tot nu toe bevestigen onze hypothese; bijna alle patiënten met coeliakie hebben een verhoogde plasma I-FABP concentratie op het moment van diagnose vergeleken met controle patiënten. Daarnaast dalen de I-FABP concentraties na de start van het glutenvrij dieet. Dit suggereert dat I-FABP concentraties bruikbaar zijn voor het stellen van de diagnose en in de follow-up van coeliakie.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Momenteel is de studie 10 maanden van start. De inclusie verloopt naar wens, er zijn momenteel 39/100 coeliakie patiënten en 30/100 controle patiënten geincludeerd.

De hypothese van de studie is dat de diagnose coeliakie gesteld kan worden op basis van I-FABP concentraties voor en na behandeling in combinatie met coeliakie specifieke antistoffen en genotypering waardoor het invasieve biopt niet meer nodig is. Daarnaast evalueren we de waarde van I-FABP voor het monitoren van het herstel van de darmmucosa na start van het glutenvrije dieet.

De hypothesen worden getest door het bepalen van HLA genotype, coeliakie specifieke antistoffen en I-FABP in plasma en urine voor therapie en na de start van het glutenvrije dieet in patiënten met biopt bewezen coeliakie. Patiënten waarbij de coeliakie specifieke antistof concentraties niet verhoogd zijn en/of een normaal biopt hebben, dienen als controlegroep.

De resultaten van de studie tot nu toe laten verhoogde plasma I-FABP concentraties zien in bijna alle patiënten met biopt bewezen coeliakie op het moment van diagnose vergeleken met controle patiënten. Daarnaast dalen de I-FABP concentraties na de start van het glutenvrije dieet. De kosteneffectiviteit van het nieuwe algoritme zal in een later stadium worden bepaald. De huidige resultaten ondersteunen de hypothese dat het bepalen van I-FABP concentraties bruikbaar kan zijn voor diagnose en follow-up van coeliakie, en mogelijk duodenum biopten kan vervangen in de toekomst.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Focus of the proposed study is to evaluate the clinical feasibility of a minimal-invasive method for diagnosing and monitoring celiac disease in children. Celiac disease is an immune-mediated disorder characterized by atrophy of intestinal villi, triggered by the ingestion of gluten-containing grains in genetically susceptible individuals. Celiac disease has a high prevalence (3:1000) and is greatly underdiagnosed. Defining celiac disease in patients is of utmost importance since gluten elimination leads to clinical and histological improvement and seems to be protective against long-term complications.

A major concern in the clinical management of celiac disease, especially in children, is the absence of non-invasive methods for diagnosing celiac disease. Measurement of antibodies against tissue transglutaminase (tTG), endomysium (EMA) and gliadin (AGA) is a sensitive screening tool for identification of patients who need an intestinal biopsy, but not specific enough for a definitive diagnosis celiac disease. The diagnosis of celiac disease still rests on the demonstration of small-bowel villous atrophy in intestinal biopsies. These biopsies are taken by endoscopy under general anaesthesia in children, which is invasive, expensive, has health risks and a substantial emotional impact on the child and its parents. Moreover, due to the invasive character of this method it is not suitable for evaluation of diet effects or compliance.

Goal of the proposed study is to evaluate the utility of a new minimal-invasive diagnostic method in clinical practice. The method consists of measurement of a biomarker for intestinal damage, Intestinal Fatty Acid Binding Protein (I-FABP), in children with a clinical suspicion of celiac disease. I-FABP is a very small (15 kDa) unbound cytosolic protein present in enterocytes which is released rapidly into the blood after cell damage. Our prior study data emphasize the potential of this innovation. In a retrospective study design we found significantly enhanced I-FABP levels in untreated celiac disease as compared to controls. Most interesting we found a rapid recovery of I-FABP levels in response to elimination of gluten from the diet. The data of this study suggest that measurement of I-FABP levels before and after gluten elimination, as an additional diagnostic tool besides measurement of tTG and EMA antibodies, will reduce the necessity of biopsies in a substantial number of patients. Moreover, our notification of rapid normalization of I-FABP levels after gluten elimination implies a role for I-FABP measurement in monitoring diet effects in celiac disease.

In a prospective study design we now propose to evaluate the clinical feasibility of a new diagnostic algorithm for celiac disease in which I-FABP levels before and after treatment combined with antibody titres (tTG, EMA and AGA) and genotyping define celiac disease and replace the invasive diagnostic procedure of intestinal biopsies. The drawing of blood or sampling of urine will be an important clinical and economic advantage above obtaining an intestinal biopsy.

Besides the diagnostic concerns, there is an urgent need for new technology to detect and quantify activity of celiac disease to enable evaluation of therapy, compliance and unintended gluten ingestion. Therefore, the utility of I-FABP levels in blood and urine for monitoring disease activity will also be examined in children suffering from celiac disease in the proposed study. In this respect I-FABP may also improve clinical management of celiac disease since no reliable markers for disease monitoring are available nowadays.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website