Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Doel was om doeltreffendheid (effectiveness) en doelmatigheid (efficiency) te evalueren van gebruik van de Zorgmonitor (ZM) bij de behandeling. De Engelse afkorting voor de Zorgmonitor is CNCM. Deze meet onder andere zorgbehoefte, ernst van de symptomen en functioneren. Gegevens kunnen worden gebruikt in het behandelplan (“maatwerk”). Patiënt en hulpverlener zouden hiertoe regelmatig (tenminste jaarlijks) gezamenlijk een checklist moeten invullen.

De onderzoekspopulatie bestond uit patiënten met Severe Mental Illness (SMI; in het Nederlands ook wel Ernstige Psychiatrische Stoornissen, EPS, genoemd). De interventiegroep bestaat uit alle patiënten waar de zorgmonitor is afgenomen. Deze is op 4 verschillende manieren vergeleken met care as usual (CAU).

1. Dezelfde patiënten. De eerste meting geeft de situatie weer van voordat de Zorgmonitor gebruikt werd (voor na).

2. Idem, maar nu vergeleken met de eerste meting na 2004. In de Westelijke Mijnstreek (WM) en in Oostelijk Zuid-Limburg (OZL) is de Zorgmonitor in 2004 gestart en was dit de eerste meting, in Maastricht en omgeving bestond de zorgmonitor al. De vraag was of de verschillen tussen de 2004-baseline en de latere follow-ups groter waren in WM en OZL dan in Maastricht (tussen-subregio).

3. Een aantal behandelaren deed niet mee aan de Zorgmonitor. Een onderzoeksassistent heeft bij deze patiënten toch eenmalig de Zorgmonitor afgenomen, zodat deze als controles gebruikt konden worden (binnen-regio).

4. Zowel in Zuid-Limburg als in Noord-Nederland is een Psychiatrisch Casus Register (PCR) actief. PCRs registreren het zorggebruik en dit kon dus vergeleken worden tussen patiënten uit beide regio's. Hierbij is gematcht op zorgconsumptie van tevoren (tussen-regio analyse).

Voor iedere patiënt wordt meerdere malen een Zorgmonitor ingevuld, daarom zijn gegevens geclusterd binnen patiënten en zijn multilevel regressie technieken gebruikt om hiervoor te corrigeren.

Als de Zorgmonitor gebruikt wordt, lijken de patiënten beter te functioneren en minder hoog te scoren op depressie/angst. Maar het gebruik van de Zorgmonitor gaat ook gepaard met een stijging in ambulante contacten. Omdat dit niet gepaard gaat met een (even grote) daling in opnames leidt dit tot hogere kosten. Voor meer resultaten zie ook "resultaten".

 

Implementatie

De bedoeling was en is om de Zorgmonitor of vergelijkbare monitorsystemen in andere Nederlandse regio's in te voeren. Bijvoorbeeld in de regio Eindhoven en in Noord Nederland is dit al gebeurd.

Dat de resultaten aangeven dat er maar een kleine afname van het aantal opnamedagen is, zou het gevolg kunnen zijn van het zorgsysteem. Er is een bepaalde beddencapaciteit en de bedden liggen altijd vol, want als de bedden niet vol zijn, draait de afdeling verlies. Aanbevolen wordt de beddencapaciteit meer flexibel te maken, bijvoorbeeld door units op te richten die ingezet kunnen worden in de ambulante zorg of de intramurale zorg, afhankelijk van de zorg die patiënten nodig hebben. Alleen dan kan tijdige signalering en extensieve zorg het aantal opnamedagen verminderen.

Er dient een nieuw instrument ontwikkeld te worden dat geschikt is om utiliteiten in de SMI-populatie te meten om kosten-utiliteitsanalyse uit te kunnen voeren.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

• Als men zorgbehoeftes in kaart brengt bij SMI patiënten (SMI=severe mental illness), zijn deze een meting later vaker opgelost. Maar dit geldt niet voor werk/dagbesteding, psychotische symptomen, psychisch onwelbevinden en veiligheid voor zichzelf.

• Na invoering van de Zorgmonitor lijkt het functioneren van SMI-patiënten te verbeteren.

• Deze verbetering is ook enigszins zichtbaar bij analyse van de ernst van de symptomen en dan vooral in de dimensie depressie/angst.

• De EuroQol is in de psychiatrie niet bruikbaar (in het bijzonder bij mensen met SMI).

• Zorgmonitor patiënten gebruiken meer ambulante zorg. Maar de daling van het aantal opnamedagen was gering. Dat betekent dat gebruik van de Zorgmonitor gepaard gaat met een stijging in de kosten.

• De incremental Cost-Effectiveness Ratio (iCER) is tussen de 46 duizend en de 58 duizend euro per jaar.

• De emotionele belasting wordt door mantelzorgers minder vaak als een probleem ervaren dan bij de eerste afname van de Zorgmonitor. Als er een zorgbehoefte is, dan is deze op follow-up vaker opgelost.

• De behandelaren hielden zich in 2009 beter aan de voorschriften wat betreft afname van de Zorgmonitor, maar het kan nog beter.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

• Doel/vraagstelling

Doel is om doeltreffendheid (effectiveness) en doelmatigheid (efficiency) te evalueren van gebruik van feedback uit een Zorgbehoefte Monitor in de geestelijke gezondheidszorg (Zorgmonitor: ZM) voor op de persoon toegesneden behandelplannen (“maatwerk”). Patiënt en hulpverlener vullen hiertoe regelmatig (jaarlijks) gezamenlijk een checklist in, onder andere over de zorgbehoefte gemeten met de Camberwell Assessment of Need (CAN).

• studie opzet

Omdat we de regiobrede implementatie willen onderzoeken toepasbaar op de “real life” praktijk van de geestelijke gezondheidszorg, is niet gekozen voor een Randomised Controlled Trial (RCT) maar voor een cohort studie. De interventiegroep wordt vergeleken met verschillende referentiekaders van niet geëxponeerde patiënten, met voldoende controle voor confounders.

• studiepopulatie / databronnen

Alle patiënten met de diagnose Severe Mental Illness (SMI), die in Zuid-Limburg wonen (bronpopulatie 660,000) zitten in de interventiegroep. Het design maakt vergelijkingen mogelijk binnen personen (2 of meer meetmomenten van iedere patiënt), tussen personen en tussen regio's (vergelijking met Noord-Nederland of vergelijking tussen de regio's in Zuid-Limburg). Hierbij worden gegevens uit het ZM interview en uit Psychiatrische Casus Registers (PCR) gebruikt.

• interventie

Het feedback-rapport uit de ZM beschrijft de status van de patiënt, de evolutie over de tijd en vergelijkt met referentiegegevens. De geïntroduceerde innovatieve diagnostiek, evaluatie en feedback helpen hulpverlener en patiënt expliciet te onderhandelen over behandelplan.

• uitkomstmaten

Primair: Kwaliteit van leven, percentage patiënten met SMI in intensive zorg. Secundair: functioneren, ernst symptomen, Zorgbehoefte (CAN), Kosten van zorgconsumptie, reiskosten, deelname aan arbeidsproces, belasting van mantelzorgers, compliance van hulpverleners.

• sample size berekeningen/data analyse

Alle potentiële patiënten uit Zuid-Limburg komen in het databestand. Dus de studie is "overpowered" (n>1000).

• economische evaluatie

Uitgevoerd worden kosten-effectiviteit (incrementele gezondheidszorgkosten per patiënt met verbeterd functioneren) en kosten-utiliteit analyse (incrementele maatschappelijke kosten per QALY) gebaseerd op besliskundige modellen.

• Onderzoekspopulatie

Alle patiënten uit Zuid-Limburg die binnen de doelgroep van de Zorgmonitor vallen worden in het onderzoek betrokken. Als extra controle wordt ook een groep patiënten uit een controle regio in Noord Nederland gebruikt. Daarom zijn de volgende groepen patiëntengroepen te onderscheiden: 1. Alle patiënten uit de regio Maastricht waarbij de Zorgmonitor wordt gebruikt bij de behandeling 2. Alle patiënten uit de regio's Oostelijk Zuid-Limburg en Westelijke Mijnstreek waarbij de Zorgmonitor wordt gebruikt bij de behandeling 3. Alle patiënten uit de regio's Maastricht, Oostelijk Zuid-Limburg en Westelijke Mijnstreek waarbij de Zorgmonitor wel wordt afgenomen, maar niet wordt gebruikt in de behandeling 4. Alle patiënten uit de regio's Maastricht, Oostelijk Zuid-Limburg en Westelijke Mijnstreek waar de Zorgmonitor niet wordt afgenomen, terwijl de patiënt wel tot de doelgroep van de Zorgmonitor behoort. 5. Controlepatiënten uit een regio in Noord-Nederland. Er zijn zo meerdere vergelijkingen mogelijk: (a en b) de patiënten waarbij de Zorgmonitor is afgenomen met zichzelf (op 2 manieren); (c) de patiënten waarbij de Zorgmonitor gebruikt wordt in de behandeling met patiënten waarbij de Zorgmonitor niet wordt gebruikt of niet wordt afgenomen (terwijl dit wel zou moeten) (d) de patiënten uit Zuid-Limburg met de patiënten uit een controleregio in Noord-Nederland.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Er zijn nu in totaal vier artikelen geschreven binnen het E-Tail project. Eén daarvan is gepubliceerd (available online in 2007 en op papier in 2008); twee zijn "gesubmit" en één ligt bij de coauteurs.

 

DE GGZ ZORGMONITOR (CNCM): EEN UNIEKE MONITOR IN ZUID-LIMBURG

Als achtergrond bij alle artikelen zijn de methoden van de Zorgmonitor (in het Engels Cumulative Needs for Care Monitor genoemd; CNCM) opgeschreven. Dit artikel is nu "gesubmit".

 

HET GEBRUIK VAN DE CAMBERWELL ASSESSMENT OF NEEDS BIJ DE BEHANDELING; WELKE ONOPGELOSTE ZORGBEHOEFTEN KUNNEN WORDEN OPGELOST?

Onze eerste wetenschappelijke artikel (zie voortgangsverslag 2007) betreft de vergelijking binnen personen (verschillende interviews). De waarde van de CAN voor de individuele patiënt is geëvalueerd door op groepsniveau te kijken of onopgeloste problemen bij een volgende meting opgelost waren. De CAN is immers bedoeld om zorgbehoeften op te sporen en aan te pakken. De vraag is of dit in de praktijk ook gebeurt.

De CAN is ontwikkeld om somscores te berekenen: bijvoorbeeld totaal opgeloste problemen of onopgeloste problemen. Deze globale scores bleken weinig informatief bij veranderingen in zorgbehoefte over de tijd. Er blijken in de loop van de behandeling steeds nieuwe zorgbehoeften in de aandacht te komen. Daarom zijn ook specifieke items bestudeerd. Sommige hulpbehoeften zijn makkelijker op te lossen dan andere. De resultaten laten zien dat zorgbehoeften wel degelijk worden aangepakt in de hulpverlening, met succes op het gebied van financiën, zelfzorg en huishouden. Het tegemoetkomen van zorgbehoeften was moeilijker op de gebieden van dagelijkse activiteiten/werk, psychotische symptomen, psychisch onwelbevinden en veiligheid voor de patiënt zelf.

 

KAN HET GEBRUIK VAN DE ZORGMONITOR HET FUNCTIONEREN BEÏNVLOEDEN?

Als de zorgbehoeften bekend zijn, kun je de patiënt beter helpen. Daarom werkt de hele GGZ in Zuid-Limburg (integrale zorg) tegenwoordig met de GGZ Zorgmonitor. Hulpverlener en patiënt registreren samen tenminste één keer per jaar de "zorgbehoefte" van de patiënt, uitgesplitst naar verschillende gebieden, zoals huisvesting, dagelijkse bezigheden en psychotische symptomen. Per gebied wordt nagegaan of er een probleem is en of dit probleem opgelost is. Daarnaast registreert de behandelaar ook ernst van de symptomen, functioneren en dergelijke, terwijl de patiënt vragen over kwaliteit van leven en kwaliteit van zorg mag beantwoorden. Al deze gegevens worden in de computer ingevoerd en er wordt een feedback verslag naar de behandelaar gestuurd. Zodat dit gebruikt kan worden om te onderhandelen met de patiënt over de te leveren zorg. Zo wordt de zorg dus meer vraaggestuurd.

 

De bedoeling is dat de patiënten daar beter van worden. Dat zou betekenen dat ze ook beter functioneren. Dit is alleen via een omweg te onderzoeken, omdat functioneren geregistreerd wordt als onderdeel van de Zorgmonitor. Er zijn dus geen gegevens over functioneren van personen uit een regio waar deze niet gebruikt wordt. Daarom zijn twee gebieden binnen Zuid-Limburg met elkaar vergeleken. In de regio Maastricht en omstreken is de Zorgmonitor al sinds 1998 in gebruik; in de rest van Zuid-Limburg is deze pas in 2004 gestart. Er werd dus van tevoren verwacht dat in Maastricht, waar de Zorgmonitor al langer werd gebruikt, het functioneren bij patiënten stabiel (hoog) zou zijn, terwijl in de rest van Zuid-Limburg het functioneren zou stijgen na de start van de Zorgmonitor.

 

Het functioneren werd gemeten met de Global Assessment of Functioning (GAF), bestaande uit 2 scores, een voor psychopathologie en een voor handicap. Bij de GAF-psychopathologie werd het verwachtte verschil tussen de regio's inderdaad gevonden, bij GAF-handicap niet. Mogelijk verbetert de GAF-handicap pas op langere termijn. Dus alles bij elkaar zijn er aanwijzingen dat het functioneren inderdaad verbetert als de Zorgmonitor gebruikt wordt bij de behandeling.

Dit artikel is "gesubmit" en we wachten nu op commentaar van de reviewers.

 

KAN HET GEBRUIK VAN DE ZORGMONITOR DE ZORGCONSUMPTIE VERANDEREN?

Als de Zorgmonitor inderdaad een bijdrage levert aan het veranderen van de zorg en het verbeteren van het functioneren, dan zou het patroon van zorgconsumptie ook anders moeten zijn in de Zorgmonitor-regio. Om dit te onderzoeken is de zorgconsumptie van de Zuidlimburgse Zorgmonitor-patienten vergeleken met de zorgconsumptie van vergelijkbare patiënten in Noord-Nederland (alle Zorgmonitor patiënten zijn gematcht met Noord-Nederlandse patiënten).

Het bleek dat bij de Zorgmonitor-patiënten extramurale zorgconsumptie toenam en de intramurale afnam (niet significant) in het jaar na afname van de Zorgmonitor vergeleken met de controles uit Noord-Nederland. Er kan dus voorzichtig geconcludeerd worden dat het gebruik van de Zorgmonitor opnames kan voorkomen door eerder de juiste (extramurale) zorg aan te bieden.

Dit artikel ligt nu bij de coauteurs.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

" Doel/vraagstelling

Doel is om doeltreffendheid (effectiveness) en doelmatigheid (efficiency) te evalueren van gebruik van feedback uit een Zorgbehoefte Monitor (Zorgmonitor: ZM) voor op de persoon toegesneden behandelplannen (maatwerk). Patiënt en hulpverlener vullen hiertoe regelmatig (jaarlijks) gezamenlijk een checklist in, onder andere over de zorgbehoefte gemeten met de Camberwell Assessment of Need (CAN).

" studie opzet

Omdat we de regiobrede implementatie willen onderzoeken toepasbaar op de real life praktijk van de geestelijke gezondheidszorg, is niet gekozen voor een Randomised Controlled Trial (RCT) maar voor een cohort studie. De interventiegroep zal worden vergeleken met verschillende referentiekaders van niet geëxponeerde patiënten, met voldoende controle voor confounders.

" studiepopulatie / databronnen

Alle patiënten met de diagnose Severe Mental Illness (SMI), die in Zuid-Limburg wonen (bronpopulatie 660,000) zitten in de interventiegroep. Het design maakt vergelijkingen mogelijk binnen personen (2 of meer meetmomenten van iedere patiënt), tussen personen en tussen regio's (vergelijking met Noord-Nederland). Hierbij worden gegevens uit het ZM interview en uit Psychiatrische Casus Registers (PCR) gebruikt.

" interventie

Het feedback-rapport uit de ZM beschrijft de status van de patiënt, de evolutie over de tijd en vergelijkt met referentiegegevens. De geïntroduceerde innovatieve diagnostiek, evaluatie en feedback helpen hulpverlener en patiënt expliciet te onderhandelen over behandelplan.

" uitkomstmaten

Primair: Kwaliteit van leven, percentage patiënten met SMI in intensive zorg. Secundair: functioneren, ernst symptomen, Zorgbehoefte (CAN), Kosten van zorgconsumptie, reiskosten, deelname aan arbeidsproces, belasting van mantelzorgers, compliance van hulpverleners.

" sample size berekeningen/data analyse

Alle potentiële patiënten uit Zuid-Limburg komen in het databestand. Dus de studie is "overpowered" (n>1000).

" economische evaluatie

Uitgevoerd worden kosten-effectiviteit (incrementele gezondheidszorgkosten per patiënt met verbeterd functioneren) en kosten-utiliteit analyse (incrementele maatschappelijke kosten per QALY) gebaseerd op besliskundige modellen. De tijdshorizon is 5 jaar, disconteren is gesteld op 4%. Utiliteiten worden bepaald in een sub-studie. Onzekerheid wordt gekwantificeerd gebruik makend van statistische methoden.

" tijdspad

Analyses en wetenschappelijke publicaties vinden plaats tussen 2007-2009.

 

" objective(s) / research question(s)

To evaluate effectiveness and efficiency of a person-based rehabilitation strategy, which is based on regular clinical feedback through a regional Cumulative Needs for Care Monitor (CNCM), allowing for a continuously personalised and needs-based approach in rehabilitation. Patients and professional carer regularly (yearly) fill in assessment scales such as the Camberwell Assessment of Need (CAN).

" study design

As we intend to assess a catchment area-wide implemented system of care in real life, routine clinical practice, evaluation is not carried out using a Randomised Controlled Trial (RCT), but by a cohort study with one intervention group (exposed patients), several comparison groups (non-exposed patients) and sufficient control for important confounders.

" study population(s) / datasets

The intervention group consists of all patients diagnosed with severe mental illness (SMI) living in South Limburg (source population 660,000). The research design enables within-person, within-region and between-region (exposed vs. non-exposed) comparisons. Data obtained from (1) CNCM interview and (2) Psychiatric Case Registers will be used.

" intervention:

The intervention consists of continuous feedback, to the professional carer, obtained from the CNCM interview for treatment planning. This feedback report describes the individual's clinical course over time including reference figures, and introduces innovative diagnostic and evaluative tools that allow clinicians to explicitly evaluate patients needs and negotiate treatment with the patient.

" outcome measures:

Primary: Quality of life, percentage of SMI patients in intensive care. Secondary: functioning, severity of symptoms, Need for care (CAN), costs of mental health service consumption, travel costs, work, informal care givers burden, physician compliance.

" sample size calculation / data analysis

The CNCM interview has been implemented as part of routine care in the intervention region. Therefore, the study is overpowered (n>1000).

" economic evaluation

We will perform a cost-effectiveness (incremental health care costs per patient with improved functioning) and a cost-utility analysis (incremental societal costs per QALY) based on decision analytical modelling. Health state utilities will be assessed in a sub study. Time horizon is 5 years, discounting is 4%. Parameter, structural and decision uncertainty will be assessed using the appropriate methods.

" time schedule

2007-2009: data analyses and writing papers for scientific journals.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website