Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Valincidenten bij ouderen vormen een groot maatschappelijk en gezondheidszorgprobleem. Een eenvoudige val gaat bij

ouderen met grote regelmaat gepaard met fors letsel, zoals een heup- of polsfractuur. Dit leidt tot veel spoedeisende hulp behandelingen, ziekenhuisopnamen en (tijdelijk) verblijf in een verzorgings- of verpleeghuis. De oorzaak voor valincidenten bij ouderen is multifactorieel. Bekende risicofactoren voor valincidenten zijn leeftijd, geslacht, co-morbiditeit en medicatiegebruik.

 

Gezien het stijgend aantal ouderen in Nederland ten gevolge van de vergrijzing, is het van belang dat dit probleem goed

ondervangen wordt, om een verdere groei van valincidenten en de gevolgen en ervan te beperken.

 

Personen van 65 jaar en ouder die na een valincident de Spoedeisende Hulp bezochten en valrisico verhogende medicatie gebruikten, kwamen in aanmerking voor deelname aan de IMPROveFALL studie. Zowel de controlegroep als de

interventiegroep, kregen een valanalyse op de onderzoekspolikliniek Geriatrie. Tijdens dit bezoek werd de patiënt gerandomiseerd voor de interventie- of controlegroep. De interventiegroep kreeg naast de valanalyse nog een gestructureerde medicatie-analyse op de polikliniek Geriatrie, met indien mogelijk, het reduceren of staken van valrisico verhogende middelen.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De gestructureerde medicatieanalyse en het reduceren of staken van valrisico verhogende middelen bleek een positief effect te hebben op de kwaliteit van leven in de interventiegroep, terwijl er geen verschil werd gevonden in het aantal nieuwe

valincidenten.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Achtergrond: Valincidenten bij ouderen vormen een groot individueel, maatschappelijk en gezondheidszorgprobleem. Een eenvoudige val gaat bij ouderen met grote regelmaat gepaard met fors letsel, zoals een heup- of polsfractuur. Dit leidt tot veel spoedeisende hulp behandelingen, ziekenhuisopnamen en (tijdelijke) plaatsing in een verzorgings- of verpleeghuis. De zorgkosten die hiermee gepaard gaan zijn hoog. Bij ouderen boven de 80 jaar wordt er jaarlijks meer geld uitgegeven aan valincidenten dan aan ziekten zoals diabetes mellitus of cardiale aandoeningen. De oorzaak voor valincidenten bij ouderen is in het algemeen multifactorieel. Bekende risicofactoren voor valincidenten zijn leeftijd, geslacht, co-morbiditeit en medicatiegebruik. Gezien het stijgend aantal ouderen in Nederland door de dubbele vergrijzing, is het van belang dat dit probleem goed ondervangen wordt.

Studie opzet: Multicenter gerandomiseerde, enkelblinde, interventiestudie met 620 deelnemers. Deelnemende centra zijn het Erasmus MC (Rotterdam), Havenziekenhuis (Rotterdam), Sint Franciscus Gasthuis (Rotterdam), IJsselland Ziekenhuis (Capelle aan den IJssel), Reinier de Graaf Groep (Delft) en het VUmc (Amsterdam).

Populatie: Personen van 65 jaar en ouder, die na een valincident op de Spoedeisende Hulp (SEH) komen voor medische behandeling. Indien zij valrisico verhogende medicatie gebruiken, komen zij in aanmerking voor deelname aan de studie. Zowel de controlegroep als de interventiegroep krijgt een valanalyse op de onderzoekspolikliniek Geriatrie. Direct na deze analyse wordt de patiënt gerandomiseerd voor de interventie- of controlegroep. De interventiegroep krijgt naast de valanalyse nog een gestructureerde medicatie-analyse op de polikliniek Geriatrie, met indien mogelijk, het reduceren of staken van valrisico verhogende geneesmiddelen.

Beloop: Het Erasmus MC is in oktober 2008 gestart met de inclusie van patiënten. In juli 2009 is het VUmc gestart met de inclusie van patiënten. Eind 2008 waren de inclusies, ondanks zorgvuldige screening van patiënten, lager dan gepland. Vanwege de achtergebleven inclusie-aantallen in het Erasmus MC en de later dan geplande start van de inclusie in het VUmc, is de IMPROveFALL studie uitgebreid met een derde centrum, het Sint Franciscus Gasthuis (SFG) in Rotterdam waar patiënten geworven worden (start september 2009), waar nu omzetting naar participerend centrum voorbereid wordt (juni 2010), dit gezien de moeizame bereikbaarheid van het Erasmus MC door bouwactiviteiten. Daarnaast zijn in april 2010 het IJsselland Ziekenhuis in Capelle aan den IJssel als wervend centrum en het Havenziekenhuis in Rotterdam als volledig participerend centrum toegevoegd. Bovendien wordt in de regio Rotterdam nu ook de Reinier de Graaf Groep in Delft als wervend centrum toegevoegd (juli 2010). In de regio Amsterdam zijn er besprekingen gaande met het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis over eventuele participatie in de studie.

Op 30 juni 2011 zal de inclusieperiode worden afgesloten. Met de huidige inclusiesnelheid, van 20-25 patiënten per maand, verwachten wij dat er dan 580 tot 620 deelnemers in de studie zitten. Daarna volgt nog een jaar follow-up (tot 30 juni 2012) en nog 6 maanden voor de afrondende berekeningen, analyses en de eindrapportage. De einddatum van de studie is gesteld op 31 december 2012.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Inmiddels zijn er in totaal 1495 patiënten gescreend voor deelname in alle deelnemende ziekenhuizen gezamenlijk. Hiervan bleken 279 patiënten bereid tot deelname aan de studie. Hiervan zijn er 65 deelnemers geïncludeerd in Amsterdam en 213 in Rotterdam. Deze aantallen lopen nog achter ten opzichte van het aangepaste tijdsschema van juni 2009.

Om de inclusie aantallen voor de nieuw geplande afsluitingsdatum (30 juni 2011) te behalen, worden meer centra in deze studie betrokken. Voor de regio Rotterdam betekent dit dat het Sint Franciscus Gasthuis als wervend centrum is gestart in september 2009. Daarnaast zijn ook het Havenziekenhuis en het IJsselland Ziekenhuis gaan deelnemen aan de studie. De Reiner de Graaf Groep in Delft kan per 1 juli 2010 patiënten gaan werven. In de regio Rotterdam wordt verwacht dat het aantal beoogde deelnemers (310) gehaald wordt in november 2010. Daarna zullen de Rotterdamse centra nog doorgaan met inclusie van patiënten om de achterblijvende aantallen in de regio Amsterdam te compenseren. In de regio Amsterdam is een gesprek geweest met het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis over deelname als wervend centrum.

De 279 reeds geincludeerde patiënten zijn op de onderzoekspolikliniek van de deelnemende centra geweest. Patiënten krijgen een volledig geriatrisch onderzoek, en afhankelijk van de randomisatie een medicatie-interventie wanneer mogelijk. De follow-up van de eerste 40 participanten is afgerond. Zij zijn voor een tweede en afsluitend bezoek op de onderzoekspolikliniek geweest. De verzameling van de follow-up gegevens verloopt conform de studie opzet.

Het eerste artikel is gepubliceerd in een vooraanstaand internationaal wetenschappelijk tijdschrift (Hartholt et al, Arch Intern Med 2010, 170(10):905-11) met betrekking tot valgerelateerde ziekenhuisopnamen bij ouderen in Nederland. Een tweede artikel met betrekking tot valgerelateerde Spoedeisende Hulp bezoeken is onder voorbehoud van kleine wijzigingen geaccepteerd in het Journal of Trauma. Daarnaast zijn er meerdere presentaties gegeven over dit onderwerp.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Objective/ research questions:

To evaluate the positive and negative effects, and the cost-effectiveness of a systematic assessment of drug use and drugs modification in older fallers presenting at the Accident and Emergency (A+E) Department. Based on the results of this study, a clinical protocol will be developed for assessment and modification of drug use among older fallers at the A+E.

 

Study design:

RCT with one intervention and one control group, and with a single intervention.

 

Study population:

Older fallers (65+) presenting at the A+E of the Erasmus MC or VUmc, and on 1 or more fall-risk increasing drugs, are eligible. We will randomise 620 (2x310) patients. The intervention group will receive a systematic drugs assessment. Fall-risk increasing drugs will be stopped, reduced or substituted by safer drugs where possible. The control group will receive usual care. During 1 year of follow-up, fall incidence, fall-related injuries, medication use, recurrence of (disease)symptoms, and health care consumption (costs) will be registered.

 

Intervention:

Single intervention (i.e., fall-related drugs assessment + drugs modification + follow-up) in older fallers.

 

Outcome measures:

Primary outcome parameters will be the incidence of further falls and the possible negative health outcomes of drug withdrawal.

Secondary outcome measures will be fall-related injuries, generic health-related quality of life (HRQOL), compliance and quality adjusted life years.

 

Sample size calculation:

All consecutive persons of 65+ who visit the A+E of the Erasmus MC and VUmc because of a fall and who use one or more fall-related drugs (n=about 1500-2000 in one year for both UMCs together) will be asked to participate. Based on previous studies, we may assume an annual cumulative incidence of further falling of 50% without intervention, a 15% drop-out (including death), drug withdrawal being possible in 50% of the participants in the intervention group, and a 52% decrease of further falls among participants with successful withdrawal. Under these assumptions, a sample size of 616 would have 80% power to detect a 26% decrease of respondents reporting further falls in the intervention group, with an alpha of 0.05.

 

Data analysis:

The intention-to-treat principle will be followed. The hazard ratio (HR) for falling will be calculated with Cox-regression analyses using the time between the intervention till the first/second fall as the outcome measure.

 

Economic evaluation:

Cost-effectiveness analysis, including costs per prevented fall as primary outcome measure, and costs per prevented fall-related injury and costs per QALY as secondary outcome measures.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website