Projectomschrijving

Patiënten met een hartinfarct worden gedotterd met stentplaatsing in de kransslagader. Vervolgens krijgen patiënten bloedplaatjesremmers, bijvoorbeeld clopidogrel, om stolselvorming te voorkomen. Clopidogrel zelf is niet werkzaam, maar moet in het lichaam worden omgezet in de werkzame stof. Hierbij speelt het CYP2C19 enzym een rol. Patiënten kunnen drager zijn van een genetische variatie die een verminderde acitiviteit van het enzym geeft. Dit maakt clopidogrel mogelijk minder effectief.

Eén groep wordt getest op de aanwezigheid van de genetische variatie. Patiënten die drager zijn worden behandeld met prasugrel, degenen zonder de genetisch variatie krijgen clopidogrel. Patiënten in de controlegroep worden niet vooraf getest en worden behandeld met clopidogrel.

Het doel is om te onderzoeken of de behandeling gebaseerd op de genetische test beter is dan de behandeling met clopidogrel. Het optreden van onder andere een volgend hartinfarct, een hersenberoerte en bloedingen in beide groepen wordt met elkaar vergeleken. Bij de vergelijking worden ook gezondheidszorgkosten en kwaliteit van leven meegenomen.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website