Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Samenvatting

Het onderzoek is gericht op het optimale naonderzoek (follow-up) na de operatieve verwijdering van dikke darm en endeldarmkanker. Follow-up kan bestaan uit controle van de patiënten op de polikliniek, het maken van scans en het doen van bloedonderzoek met zogeheten tumormarkers (Carcino-Embryonic Antigen, CEA). Uit eerder onderzoek is bekend dat wanneer CEA stijgt er een grote kans is op het bestaan van uitzaaiingen.

 

In deze studie zijn de resultaten van een intensief follow-up protocol met frequente CEA controles en minder poliklinische controles vergeleken met de resultaten van de gebruikelijke follow-up volgens de Nederlandse richtlijn. Tijdens de studie ondergingen patiënten eerst de normale follow-up, en vervolgens de intensieve follow-up. Hiermee is beoogd uitzaaiingen zo snel mogelijk op te sporen zodat er een grotere kans is op genezing van deze recidieven. Daarbij is er een kosten-effectiviteitsanalyse gedaan om te beoordelen of de intensieve nacontrole niet duurder is dan de standaard nacontrole. Ook is en een onderzoek naar de tevredenheid van patiënten met de nieuwe follow-up verricht. Op langere termijn wordt het effect van de nieuwe follow-up op de overleving onderzocht.

 

De studie is gestart op 1 oktober 2010. Er zijn 3223 deelnemers. In de periode met intensieve follow-up werden significant vaker behandelbare uitzaaiingen gevonden dan in de periode met gebruikelijke follow-up. Patiënten hebben aangegeven, dat zij de nieuwe follow-up waarderen. De kosten-effectiviteitsanalyse bewijst dat deze nieuwe manier van follow-up ook economisch gezien efficiënt is met een zeer geringe toename van kosten tijdens de intensieve follow-up.

 

Concluderend stellen wij dat de nieuw geïntroduceerde manier van follow-up efficiënt en kosten-effectief is.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In totaal zijn er 3223 patiënten die hebben deelgenomen aan de studie. Er werden bij 243 patiënten uitzaaiingen gevonden door follow-up; 139 uitzaaiingen warden gedetecteerd tijdens de intensieve follow-up periode (57%) en 104 uitzaaiingen warden gedetecteerd in de controle follow-up periode. De uitzaaiingen die in de intensieve periode werden gevonden konden in 42 % van de gevallen worden genezen, voor de uitzaaiingen die werden gevonden met de standaard follow-up is dit percentage 30 %. Dit geeft aan, dat met de nieuwe follow-up de uitzaaiingen vaker in een te genezen stadium werden gedetecteerd. Daarom is de nieuwe manier van controle efficiënt. Het effect is statistisch significant.

 

Met behulp van vragenlijsten die naar alle patiënten zijn opgestuurd is getoetst wat patiënten van de nieuwe manier van follow-up vonden. 78% van de patiënten heeft de vragenlijsten ingevuld en teruggestuurd. Er is gebleken dat patiënten in de intensieve follow-up minstens even tevreden zijn over hun controle als in de controlegroep. Daarbij blijkt de angst voor het terugkomen van de ziekte in beide groepen even groot, wat erop wijst dat minder poliklinische controles maar vaker CEA controles niet leiden tot een grotere ongerustheid.

 

De kostenanalyse laat zien dat beide protocollen bijna even duur zijn; gemiddeld E 497,- per jaar in de controlegroep en gemiddeld E 546,- per jaar in de intensieve groep. De uitzaaiingen in de intensieve groep zijn vaker te genezen dan in de controlegroep en de extra kosten daarvan zijn gering wat duidt op een goede kosteneffectiviteit. Het meer strict volgen van het goede interventieprotocol kan de kosten nog aanzienlijk verminderen.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het onderzoek is gericht op het optimale naonderzoek(follow-up) na de operatieve verwijdering van dikke darm kanker. Uit de literatuur is bekend, dat het vroeg vinden van recidiverende kanker (uitzaaiingen of metastasen) geassocieerd is met een grotere kans op genezing van die recidieven dan het laat vinden van deze recidieven. Follow-up kan bestaan uit controle van de patienten op de polikliniek, het maken van scans, en het doen van bloedonderzoek met zogeheten tumormarkers(Carcino-Embryonic Antigen=CEA).

De huidige studie is gericht op de effectiviteit (in termen van het vroeg opsporen van metastasen) en praktische haalbaarheid (in termen van logistiek) van het te onderzoeken follow-up schema. In het te onderzoeken follow-up schema, het studieschema, wordt het CEA bij patienten elke 2 maanden gecontroleerd en wordt een CT-scan van thorax en abdomen verricht gemaakt indien zich een significante stijging voordoet. Voorts krijgen patienten jaarlijks een standaard beeldvormend onderzoek gevolgd door een polikliniekbezoek. We beogen hiermee de metastasen zo snel mogelijk op te sporen, terwijl het aantal polikliniekbezoeken veilig kan worden gereduceerd.

In de controle groep wordt het gebruikelijke schema gevolgd van drie maandelijkse bezoeken.

Voorts worden er gevalideerde vragenlijsten aan de patienten opgestuurd om te onderzoeken hoe de patienten het studieschema ervaren, vergeleken met hun oude controleschema.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Voorafgaand aan deze studie is een fase 2 pilot studie verricht, om het optimale follow-up schema voor de studie op te stellen. Hieruit is gebleken, dat recidieven kunnen worden opgespoord met frequente CEA bepalingen wanneer wordt gekeken naar de stijging van het CEA en niet alleen naar de absolute waarde. Een stijging van 20% ten opzichte van de waarde 2 maanden ervoor was geassocieerd met het vinden van een recidief met een sensitiviteit van 75% en een specificiteit van 79%. Deze resultaten zijn gepubliceerd in "Cancers".

 

Tijdens de pilot is verder een vragenlijstenonderzoek verricht onder patienten waaruit is gebleken dat de nieuwe manier van follow-up wordt beschouwd als prettig en dat een vermindering van het aantal polikliniekbezoeken goed wordt gewaardeerd. De resultaten van het vragenlijstonderzoek zijn ingediend voor publicatie.

 

Voorts is een analyse gedaan naar de efficientie en het gebruikersgemak van de software die is ontwikkeld in het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Hieruit is gebleken dat de software gemakkelijk is in het gebruik, veel tijd (> 50%) bespaart ten opzichte van een follow-up schema met polikliniekbezoeken en telefonische afspraken, en goed wordt gewaardeerd door de artsen die werken met de softwaren. Bovendien werden recidieven in de groep met software even snel gevonden als in de groep zonder softwaren. De resultaten van dit onderzoek zijn ingediend voor publicatie in BMC Medical Informatics and Decision Making.

 

De software is vervolgens in alle deelnemende centra geimplementeerd. Hierbij bleek, dat het overnemen van de programmerbestanden niet eenvoudig was aangezien het oorspronkelijke programma gebruikmaakt van koppelingen met het ziekenhuis informatie systeem. Aangezien er meerdere ZIS in gebruik zijn in de deelnemende centra bleek het moeilijk om het programma opnieuw te installeren. Hierop is besloten het programma iets aan te passen en te laten draaien op de server van het UMCG, waarbij de locale onderzoekers kunnen inloggen en data kunnen invoeren. Op deze manier werken nu alle deelnemende centra naar tevredenheid met de software. Bovendien wordt er 1 database gegenereerd (in plaats van 12 verschillende) zodat de data-analyse an beeindigen van de studie eenvoudiger wordt.

 

Er zijn nog geen harde data bekend over de primaire uitkomstmaten. Een interim analyse wordt in januair 2012 verricht door een onafhankelijke commissie met een statisticus. Op dit moment zijn 6 ziekenhuizen bezig met follow-up volgens het studieschema. In totaal zijn er 1004 informed consents.

 

Om alle basale patient gegevens van de studieparticipanten te verzamelen ( naam, geboortedatum, enzovoorts) is gebruikgemaakt van de Dutch Surgical Colorectal Audit (DSCA). Deze audit is een landelijk verplichte dataverzameling van data van patienten met colorectale kanker. Om te voorkomen dat voor onze studie een soortgelijke database opnieuw werd aangelegd is met de DSCA overeengekomen om patientdata te exporteren naar onze database. Het is op deze manier de eerste maal dat de DSCA supportief data verstrekt aan een prospectieve trial.

 

In alle deelnemende centra is een locale onderzoeker aangesteld om de patienten te informeren, de software te gebruiken en de studie locaal te coordineren. Regelmatig worden in Amersfoort bijeenkomsten gehouden voor alle locale onderzoekers om informatie uit te wisselen. Zoals afgesproken in de ZonMW subsidie wordt voor de werkzaamheden salaris uitgekeerd vanuit de subsidie.

 

Er is door de onderzoekers uit het project en een onafhankelijke tweede reviewer een onderzoek verricht naar tumormarkers die tot nu toe bekend zijn uit de literatuur voor het vinden van recidieven in follow-up. De review is op dit moment nog in de maak.

 

Hiernaast zijn er twee kleinere projecten voortgekomen uit de trial. De eerste betreft de opslag van alle CEA monsters vanuit het Medisch Spectrum Twente in een Biobank in het UMCG. Op de monsters kunnen dan nieuwe bepalingen worden gedaan op veelbelovende nieuwe tumormarkers, die uit de review naar voren komen. De tweede betreft de bepaling van CA 19-9, een bekende tumormarker, op alle monsters die in het kader van de studie worden verzameld in het Catharina Ziekenhuis Eindhoven.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Summary

The aim of the current study is to develop an evidence-based guideline with standard diagnostic tools (CEA and CT scan) that results in a (cost-) effective recommendation which is applicable for all hospitals in the routine follow-up after curative treatment of colorectal cancer.

We propose a study in which patients will be closely monitored in an outpatient setting by a frequent testing of CEA, supported by a computer-based system (CEA watch,). The patients will be asked to come to the hospital every 8 weeks to assess their CEA value. The computer-based system allows us to closely monitor the blood values and to communicate the results to the patient as soon as possible (by e-mail and/or p-mail). In case of two consecutive significant rises in CEA values, imaging diagnostics (usually CT scan) will be performed.

In the control group the intervention is follow-up care as usual. In the intervention group follow-up care consists out of bi-monthly CEA measurements starting six months after surgery, a yearly outpatient clinical visit and CT imaging after one and two years. The starting point of the new regime will be randomised among the participating clinics.

Primary outcome: increase of 15 percent of radical resected metastases in patients as expressed as the percentage of total recurrences. Secondary outcomes: overall survival time cancer specific survival time , time to recurrent disease ,Quality of life, costs related to diagnostics

Increase in percentage of resected metastases from 10-25% needs 115 patients with metastases in both groups. With an expected recurrence rate of 25% 460 patients per group are needed. After correction factor about 800 patients per group are needed.

In the economic evaluation costs of both follow-up strategies will be assessed en compared. In addition cost-utility analysis will be conducted based on Quality Adjusted Life Years (QUALY’s)

The study will be conducted in three years. After a start up period of three months every three months implementation will start in a new hospital. The last three months will be used for analysis of the data.

 

Samenvatting

Het doel van de voorgestelde studie is het ontwikkelen van een evidence-based richtlijn voor de standaard follow-up van colon tumoren met de standaard diagnostische middelen (CEA en CT scan) die (kosten-)effectief is en toepasbaar in alle ziekenhuizen.

In de voorgestelde studie worden patiënten nauwkeurig en frequent vervolgd door middel van een CEA bepaling elke 8 weken. Dit programma wordt ondersteund door een computerprogramma(CEA watch). Resultaten worden aan patiënt per e-mail medegedeeld. Bij significante verhoging wordt beeldvormend onderzoek verricht.

In de controle groep is de interventie “care as usual”.In de interventie groep bestaat de follow-up uit twee maandelijkse CEA bepaling en een CT scan na één en twee jaar. Het startpunt van de interventie wordt bepaald door Randomisatie van de deelnemende klinieken.

Primaire uitkomst maat :percentage radicaal geopereerde patiënten voor metastasen. Secundaire uitkomstmaten:t overall overleving, overall kankervrije-overleving, tijd tot terugkeer van ziekte, kwaliteit van leven en kosten.

De verwachte toename van resectabele metastasen is van 10 naar 25 procent. 115 metatstesen per groep zijn nodig. Bij een te verwachten recidief percentage van 25 procent 460 patiënten per groep en na een correctiefactor 800 patiënten per groep zijn nodig..

In de economische evaluatie zullen kosten en uitkomsten van beide follow-up strategieën worden vergeleken. Tevens zullen de kosten per toegenomen levensjaar gecorrigeerd voor kwaliteit berekend worden.

De studie zal een looptijd hebben van drie jaar. Na een voorbereidingsperiode van drie maanden zal elke drie maanden gestart worden met implementatie van de computerondersteunde follow-up. De laatste drie maanden worden gebruikt voor analyse

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website