Projectomschrijving

Na een operatie voor dikke-darmkanker komen patiënten onder controle (of “follow-up”) om uitzaaiingen in een zo vroeg mogelijk stadium op te sporen. De huidige studie onderzoekt de beste manier van nazorg: een intensieve follow- up wordt vergeleken met de gangbare follow-up. Bij de intensieve nazorg moesten patiënten vaak bloedonderzoek ondergaan op de zogeheten tumormarker CEA (een stofje dat vaak stijgt in het geval van uitzaaiingen), daarbij hoefden zij minder vaak vaak bij hun arts te komen dan bij de gangbare nazorg. De belangrijkste uitkomsten waren de mogelijkheid om de uitzaaiingen nog te kunnen genezen en de kosten van het nieuwe protocol.

Resultaten
Uit de resultaten bij 3223 patiënten blijkt dat de gevonden uitzaaiingen significant vaker konden worden genezen in de groep die vaak op CEA werd gecontroleerd. Het protocol blijkt ongeveer vergelijkbare kosten met zich mee te brengen als de nu geldende richtlijn.

Bekijk de bijbehorende richtlijn in de FMS Richtlijnendatabase

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website