Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

zie eindverslag

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

zie eindverslag

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Osteoporose-gerelateerde fracturen vormen een belangrijk probleem voor de gezondheid van ouderen. Ieder jaar zijn er in Nederland ongeveer 16.000 heupfracturen en meer dan 60.000 andere fracturen. De onlangs verschenen NHG standaard en de CBO richtlijn bevelen aan om patiënten met een hoog fractuurrisico op te sporen in de huisartsenpraktijk met behulp van een risicoscore. Op basis van de risicoscore kan een huisarts beslissen om een patiënt door te verwijzen voor een botdichtheidmeting. De Nederlandse richtlijnen benadrukken de centrale rol van de huisarts (HA) bij ‘case-finding’, maar het is niet duidelijk hoe dit in de praktijk het best geïmplementeerd wordt. Met dit voorstel willen we de effectiviteit en de kosten-effectiviteit nagaan van het gebruik van een eenvoudig te hanteren risicoscore (gebaseerd op de richtlijnen) via 2 implementatie strategieën binnen de huisartspraktijk. De volgende onderzoeksdoelen zijn geformuleerd:

1. Ontwikkelen en valideren van een gemakkelijke te gebruiken risicoscore om

oudere vrouwen met een hoog fractuurrisico op te sporen in de huisartspraktijk.

Met behulp van data van de ERGO onderzoek, Rotterdam (ongveer 3000 vrouwen>= 60 jaar) en de LASA (Longitudinal Aging Study Amsterdam) studie, Amsterdam (ongeveer 600 vrouwen >= 61 jaar) hebben wij een eenvoudige risicoscore ontwikkeld die snel kan worden afgenomen met de computer. De risicoscore bestaat, naast leeftijd, uit de volgende vijf vragen: eerdere fractuur na 50e, gebruik van een loophulpmiddel, roken, lichaamsgewicht<=63 kg en gebruik van orale corticosteroïden.

2. Vergelijken van de (kosten)effectiviteit van twee verschillende implementatie

strategieën om de risicoscore in te bedden in de huisartspraktijk.

Vanaf mei t/m december 2006 worden tenminste 34 huisartspraktijken geïncludeerd uit de regio’s Zuid-Holland, Zeeland en Noord-Brabant, die blind gerandomiseerd worden in twee groepen. In de interventiegroep wordt de risicoscore gedurende een half jaar afgenomen door de praktijkassistent of praktijk ondersteuner bij zoveel mogelijk vrouwen van 60 jaar en ouder, die zich melden aan de balie voor een afspraak, voor informatie, of voor het afhalen van recepten. In de controlegroep wordt de risicoscore gedurende een half jaar afgenomen bij vrouwen van 60 jaar en ouder die bij de huisarts komen voor een consult voor een willekeurige medische reden. In overeenstemming met de NHG standaard neemt de huisarts de risicoscore af op medische indicatie. De belangrijkste uitkomstmaten zijn: het gebruik van de risicoscore, de (tijds)belasting voor de huisarts/praktijkassistente en voor de patiënt, de detectiegraad, behandeling (therapie en verwijzing voor botdichtheidmeting).

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Ad 1. Ontwikkelen en valideren van een gemakkelijke te gebruiken risicoscore om

oudere vrouwen met een hoog fractuurrisico op te sporen in de huisartspraktijk.

Met data van het ERGO onderzoek, Rotterdam (ongveer 3000 vrouwen>= 60 jaar) en de LASA (Longitudinal Aging Study Amsterdam) studie, Amsterdam (ongeveer 600 vrouwen >= 61 jaar) hebben wij een eenvoudige risicoscore ontwikkeld die snel kan worden afgenomen met de computer.

 

Het vijf-jaar absolute risico op een heup fractuur was 3.9% (0.3) in ERGO en 3.1% (0.6) in LASA, en het tien-jaar absolute risico op een heup fractuur was 8.4% in ERGO.

De volgende risicofactoren werden geïdentificeerd in modellen voor heupfracturen en kwetsbaarheids fracturen: leeftijd (70-79, 80+ vs. <60-69), eerdere fractuur na 50e, gebruik van een loophulpmiddel, roken, lichaamsgewicht<=63 kg en gebruik van orale corticosteroïden. Het absolute risico op een heup fractuur varieerde van 1.6% in vrouwen met een leeftijd van 60-69 jaar, zonder een van de risicofactoren, tot 31% in vrouwen met een leeftijd van 80 jaar en ouder met twee of meer risicofactoren. Bij een afkappunt van 10% om in de aankomende 10 jaar een heup te breken, wordt 27% van de vrouwen gedefinieerd als hoog risico.

2. Vergelijken van de (kosten)effectiviteit van twee verschillende implementatie

strategieën om de risicoscore in te bedden in de huisartspraktijk.

Op dit moment zijn er 23 huisartspraktijken geïncludeerd. In totaal hebben zij bij tenminste 50 vrouwen de risicoscore afgenomen. Een kwart hiervan heeft een hoog risico. Verder zijn er nog geen resultaten bekend.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Osteoporosis related fractures (mainly hip, wrist, upper humerus and vertebral fractures) are an important health care problem. They occur mainly in women and incidence increases sharply with age. Treatment can prevent many of these fractures. For cost-effective prevention we need to be able to identify high risk individuals in who bone mineral density (BMD) measurement might be indicated. This approach, using easy clinical risk factors, is called Case Finding. This was advocated in the Dutch Osteoporosis guidelines (1) and this will also be key to new international guidelines.

 

The Dutch guidelines also stress the central role of the general practitioner (GP) in Case Finding, but it remains unclear how this should be implemented in practice. In this proposal we want to measure the effectiveness and analyze the cost-effectiveness of implementing Case Finding using an easy-to-use risk score and compare two strategies for its use in general practice.

 

1. We will combine relevant clinical risk factors in a single risk score (1 page questionnaire with approximately 6 easy questions based on the guidelines) and estimate the corresponding 10-year fracture risk using Dutch registration data and data from the Rotterdam Study. During this time we will also prepare the logistics for the main study. (first part year 1)

 

2. In the main study we will use this risk score during one year in 30 randomized general practices. In half the practices the GP, after careful instruction, will be asked to use the risk score questionnaire in women aged 60 and over. Whether or not to use the risk score will be left to his/her discretion. In the other half, the GP assistant will be asked to do the same in the whole target group, previous to the GP visit. Here, there will be careful instruction of both GP and GP assistant. We anticipate that about 4500 women from the target group will visit their GP during this 1 year. Study outcome variables are usage of the risk score, detection rates, diagnostic decisions (ex. BMD measurement), therapeutic decisions, and patient compliance. (second part year 1 till early year 3)

 

3 Finally we will conduct an economic evaluation using the study outcomes to compare the cost-effectiveness of both approaches. (year 2 and 3)

 

Aan osteoporose gerelateerde botbreuken (vooral heup, maar ook pols, bovenarm en wervel fracturen) zijn een belangrijk probleem voor de gezondheidszorg. Ze treden vooral op bij vrouwen en de incidentie neemt sterk toe met de leeftijd. Met een adequate behandeling kan een belangrijk deel van deze breuken vermeden worden. Voor een kosteneffectieve preventie moeten personen met een hoog risico opgespoord kunnen worden. Hierbij kan het meten van de bot mineraal dichtheid (BMD) overwogen worden. Deze benadering, waarbij eenvoudige klinische indicatoren gebruikt worden als eerste stap wordt Case Finding genoemd. Dit werd bepleit in de CBO Consensus Osteoporose (1), en dit zal ook centraal staan bij nieuwe internationale richtlijnen.

 

De Nederlandse richtlijnen benadrukken de centrale rol van de huisarts (HA) bij Case Finding maar het is niet duidelijk hoe dit in de praktijk het best geïmplementeerd wordt. Met dit voorstel willen we de effectiviteit en de kosten-effectiviteit nagaan van het gebruik van een eenvoudig te hanteren risicoscore (gebaseerd op de richtlijnen) via 2 implementatie strategieën binnen de huisartspraktijk.

 

1.We zullen de relevante klinische risicofactoren combineren in een eenvoudige risicoscore (1 A4 vragenlijst met naar schatting 6 eenvoudige vragen, gebaseerd op de richtlijnen) en het overeenkomstige 10-jaar fractuurrisico inschatten met Nederlandse registratie gegevens en gegevens uit het ERGO onderzoek, Rotterdam. Gedurende deze periode zullen we ook de logistiek van het hoofdonderzoek voorbereiden (eerste helft jaar 1).

 

2. In het hoofdonderzoek zullen we deze risicoscore gedurende 1 jaar gebruiken in 30 huisartspraktijken die gerandomiseerd zullen worden. In de helft van deze praktijken zal de huisarts uitgebreid geïnstrueerd worden over het hanteren van deze risicoscore. Daarna zal gevraagd worden deze score gedurende een jaar toe te passen bij vrouwen ouder dan 60 jaar bij wie de HA dit relevant vindt. In de andere helft van de huisartspraktijken zal aan de praktijkassistent gevraagd worden deze score toe te passen bij iedereen uit dezelfde doelgroep, waarna de resultaten aan de huisarts worden gegeven. In deze praktijken zal zowel de huisarts als de praktijkassistent uitvoerig geïnstrueerd worden. We voorzien dat ongeveer 4500 vrouwen uit de doelgroep hun HA zullen bezoeken gedurende dit jaar. Uitkomstmaten zijn: het gebruik van de risicoscore, detectie rates, diagnostische (vb BMD meeting) en therapeutische beslissingen, en compliance bij de patiënten (tweede helft jaar 1 tot begin jaar 3).

 

3. Er zal een uitgebreide economische analyse gebeuren op basis van de uitkomsten van dit onderzoek om de kosten-effectiviteit van beide strategieën te vergelijken (jaar 2 en 3).

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website