Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Nederlandse samenvatting / Summary in Dutch

Achtergrond. Recente richtlijnen geven aan wat optimaal klinisch handelen is bij patiënten met chronisch

hartfalen. Geïntegreerde zorg lijkt kosten-effectief in deze groep, vooral omdat dit het aantal en de duur van ziekenhuisopnames vermindert. Veel ambulante patiënten met mild hartfalen ontvangen zorg in verschillende settingen tegelijkertijd of volgtijdelijk. Informatie en scholing van zorgverleners omtrent de richtlijnen is een voorwaarde voor navolging van de richtlijnen, maar ook organisatorische factoren zijn mogelijk van invloed. Onderzoeksvragen. Deze cohort studie had tot doel om inzicht te geven in de huidige praktijk, om de potentiële doelmatigheid van verbeterde richtlijn navolging te bepalen, en om organisatorische factoren te identificeren die samenhangen met betere implementatie. Design.

Prospectief observationele studie. Studie populatie. Minimaal 200 patiënten met mild hartfalen (diagnose

door huisarts) zouden worden gerekruteerd in 40 praktijken en 12 maanden gevolgd. Er was geen experimentele interventie. Uitkomst en procesmaten. Primaire gezondheidsuitkomsten waren mortaliteit, ziekenhuisopname en patiënt gerapporteerde kwaliteit van leven. Aspecten van ontvangen medische zorg (proces indicatoren) werden gedocumenteerd met gestructureerde formulieren op basis van

medisch dossiers in de huisartspraktijk. Een economische evaluatie onderzocht de potentiële doelmatigheid van verbeterde navolging van richtlijnen. Organisatie factoren waren afkomstig uit theorieën over disease management, organisatiecultuur en economische theorie. Een korte vragenlijst bij zorgverleners werd gebruikt om deze factoren in kaart te brengen. Power/data analysis. De studie had de power om percentages te schatten met een nauwkeurigheid van tenminste 8%. Beschrijvende en multi-niveau regressie analyses werden uitgevoerd. Gezondheidsuitkomsten en proces indicatoren,

die richtlijnnavolging weergeven, vormen de afhankelijke factoren in deze analyses.

Economische evaluatie. De potentiële kosten-effectiviteit van optimale richtlijn navolging werd bepaald door patiënten met goede richtlijn navolging te vergelijken met patiënten met slechte richtlijn navolging. Een multiniveau

analyse werd gebruikt met zowel totaal aantal QUALY's als totale medische kosten in de observatie

periode als afhankelijke factoren.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Methoden Wij voerden een observationele studie uit in 42 Nederlandse huisartspraktijken met 72 huisartsen tussen januari 2005 en december 2006. Alle patiënten met de (huisarts) diagnose chronisch hartfalen kwamen in aanmerking. Na informed consent werden 511 patiënten ingesloten. Medisch dossiers werden bij maximaal 15 patiënten per praktijk doorgenomen. Gegevens over medicatie, patiëntkennemerken waaronder comorbiditeit en risicofactoren en aantal contacten met de huisarts in de observatieperiode (gemiddeld 10.8 maand) werden uit het medisch dossier gehaald. Specialistenbrieven werden bestudeerd om te bepalen of de diagnose in het ziekenhuis was gesteld. NYHA klasse, kwaliteit van leven en ontvangen leefstijl adviezen werden gemeten in twee patiëntvragenlijsten. Arts- en praktijkkenmerken zoals type praktijk, leeftijd en aantal jaren ervaring werden vastgelegd met behulp van schriftelijke vragenlijsten voor artsen.

Resultaten 1. Onze studie had tot doel om de behandeling van chronisch hartfalen te beschrijven. De grote meerderheid van de patiënten kreeg diuretica (76.5%). 40.6% van de patiënten ontving ACEI en 20.7% kreeg ARB. 54.6% van de patiënten kreeg een B-blokker en 24.9% spironolactone. De score op een geaggregeerde maat voor richtlijn navolging was 53.3% (n=357). De aanbevolen doseringen werden zelden gehaald. De meerderheid had informatie gekregen over influzenza vaccinatie (91.1%). 41.6% had advies gekregen over fysieke inspanning en 54.7% had instructie gekregen om het lichaamsgewicht regelmatig te meten. 37.5% had het advies gekregen om zout- en vochtgebruik te minderen. 18.1% zei regelmatig contact te hebben met een praktijk assistent of verpleegkundige in de huisartspraktijk vanwege hartfalen. De mediaan van het aantal contacten met de huisarts in de observatieperiode was 7.

2. Onze tweede studie had tot doel om de potentiële doelmatigheid van richtlijn navolving te exploreren. De gemiddelde EQ-5D score was 0.68 (SD 0.26) en de mediaan van de jaarlijkse totale kosten was 1238 Euro (SD 15570). Betere navolving van richtlijnen hield geen verband met betere EQ 5D scores, maar wel met hogere kosten (P<0.00). 3 De derde studie ging in op de invloed van organisatorische kenmerken van huisartspraktijken. Weinig praktijken (10.2%) hadden speciale HVZ spreekuren, terwijl ongeveer 19% regelmatig klinische bijeenkomsten had rond hartfalen. Praktijkassistenten en -ondersteuneners waren in 81.3% betrokken bij het systematisch bepalen van risicoprofielen; in 98% bij huisbezoeken aan hartfalen patiënten; in 55.6% bij case-finding, en in 93.8% bij het geven van mondelinge of schriftelijke informatie aan patiënten. In 74.5% van de gevallen waren er schriftelijke afspraken over wanneer de assistent of verpleegkundige contact zou zoeken met een arts. 10.4% van de huisartsen gebruikte standaard verwijsformulieren. De totale formatie (fte) huisarts in een praktijk was positief gerelateerd aan goede farmacologische zorg (OR=1.45, p=0.01) net als het totaal aantal fte assistentie (OR=1.40, p=0.005). Toevoeging van leeftijd en geslacht van de patiënt aan het model veranderde dit niet. Groepscultuur was negatief gerelateerd aan kwaliteit van leven; hoe hoger de score op groepscultuur hoe later de score voor kwaliteit van leven (beta=-0.22, p=0.03). Wanneer leeftijd, geslacht en NYHA klasse werden toegevoegd als potentiële confounders, was deze relatie echter niet langer significant. In praktijken waar iemand verantwoordelijk was voor zelf-management van patiënten met hartfalen, rapporteerde de patiënten betere kwaliteit van leven (beta=-9.76, p=0.02). In praktijken waar materialen werden verstrekt over de behoeften van hartfalen patiënten, rapporteerden de patiënten eveneens betere kwaliteit van leven (beta=-9.24, p=0.02). Echter, beide relaties waren niet langer statistisch signficiant wanneer de analyse werd gedaan met leeftijd, geslacht en NYHA klasse in het model. Wij concluderen dat de behandeling van chronisch hartfalen mogelijkheden voor verbetering toont. Chronische hartfalen behandeling is (nog?) niet georganiseerd als gestructureerde chronische zorg.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Achtergrond. Recente richtlijnen geven aan wat optimaal klinisch handelen is bij patiënten met chronisch hartfalen. Geïntegreerde zorg lijkt kosten-effectief in deze groep, vooral om dit het aantal en de duur van ziekenhuisopname's vermindert. Veel ambulante patiënten met mild hartfalen ontvangen zorg in verschillende settingen tegelijkertijd of volgtijdelijk. Informatie en scholing van zorgverleners omtrent de richtlijnen is een voorwaarde voor navolging van de richtlijnen, maar ook organisatorische factoren zijn mogelijk van invloed.

 

Onderzoeksvragen. Deze cohort studie had tot doel om inzicht te geven in de huidige praktijk, om de potentiele doelmatigheid van verbeterde richtlijn navolging te bepalen, en om organisatorische factoren te identificeren die samenhangen met betere implementatie.

 

Design. Prospectief observationele studie

 

Studie populatie. Minimaal 200 patienten met mild hartfalen (diagnose door huisarts) zouden worden gerecruteerd in 40 praktijken en 12 maanden gevogld. Er was geen experimentele interventie.

 

Uitkomst en procesmaten. Primaire gezondheidsuitkomsten waren mortaliteit, ziekenhuisopname en patient gerapporteerde kwaliteit van leven. Aspecten van ontvangen medische zorg (proces indicatoren) werden gedocumenteerd met gestructureerde formulieren op basis van medisch dossiers in de huisartspraktijl. Een economische evaluatie onderzocht de potentiele doelmatigheid van verbeterde navolging van richtlijnen. Organisatie factoren waren afkomstig uit theorieën over disease management, organisatiecultuur en economische theorie. Korte vragenlijst bij zorgverleners werden gebruikt om deze factoren in kaart te brengen.

 

Power/data analysis. De studie had de power om percentages te schatten met een nauwkeurigheid van tenminste 8%. Beschrijvende en multi-niveau regressie analyses zullen worden uitgevoerd. Gezondheidsuitkomsten en proces indicatoren, die richtlijnnavolging weergeven, vormen de afhankelijke factoren in deze analyses.

 

Economische evaluatie. De potentiele kosten-effectiviteit van optimale richtlijn navolving werd bepaald door patiënten met goede richtlijn navolging te vergelijken met patiënten met slechte richtlijn navolging. A multiniveau analyse werd gebruikt met zowel totaal aantal QUALY's als totale medische kosten in de observatie periode als afhankelijke facotren.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Methoden

Wij voerden een observationele studie uit in 42 Nederlandse huisartspraktijken met 72 huisartsentussen jan 2005 en december 2006. Alle patienten met de (huisarts) diagnose chronisch hartfalen kwamen in aanmerking. Na informed consent werden 511 patienten ingesloten. Medisch dossiers werden bij maximaal 15 patienten per praktijk doorgenomen. Gegevens over medicatie, patientkennemerken waaronder comorbiditeit en risicofactoren en aantal contacten met de huisarts in de observatieperiode (gemiddeld 10.8 maand) werd uit het medisch dossier gehaald. Specialisten brieven werden bestudeerd om te bepalen of de diagnose in het ziekenhuis was gesteld. NYHA klasse, kwaliteit van leven en ontvangen leefstijl advises werd gemeten in twee patient vragenlijsten. Arts- en praktijk kenmerken zoals type praktijk, leeftijd en aantal jaren ervaring werden vastgelegd met behulp van schriftelijke vragenlijsten voor artsen.

 

Resultaten

1. Onze studie had tot doel om de behandeling van chronisch hartfalen te beschrijven. De grote meerderheid van de patienten kreeg diuretica (76.5%). 40.6% van de patienten ontving ACEI en 20.7% kreeg ARB. 54.6% van de patienten kreeg een B-blokker en 24.9% spironolactone. De score op een geaggreeerde maat voor richtlijn navolging was 53.3% (n=357). De aanbevolen doseringen werden zelden gehaald.

De meerderheid had informatie gekregen over influzenza vaccinatie (91.1%). 41.6% had advies gekregen over fysieke inspanning en 54.7% had instructie gekregen om het lichaamsgewicht regelmatig te meten. 37.5% had het advies gekregen om zout- en vochtgebruik te minderen. 18.1% zei regelmatig contact het hebben met een praktijk assistent of verpleegkundige in de huisartspraktijk vanwege hartfalen. De mediaan van het aantal contacten met de huisarts in de observatieperiode was 7.

 

2. Onze tweede studie had tot doel om de potentiele doelmatigheid van richtlijn navolving te exploreren. De gemiddelde EQ-5D score was 0.68 (SD 0.26) en de mediaan van de jaarlijkse totale kosten was 1238 euro (SD 15570). Betere navolving van richtlijnen hield geen verband met betere EQ 5D scores, maar wel met hogere kosten (P<0.00).

 

3 De derde studie ging in op de invloed van organisatorische kenmerken van huisartspraktijken. Weinig praktijken (10.2%) hadden speciale HVZ spreekuren, terwijl ongeveer 19% regelmatig klinische bijeenkomsten had rond hartfalen. Praktijkassistenten en -ondersteuneners waren in 81.3% betrokken bij het systematisch bepalen van risicoprofielen; in 98% bij huisbezoeken aan hartfalen patienten; in 55.6% bij case-finding, en in 93.8% bij het geven van mondelinge of schriftelijke informatie aan patienten. In 74.5% van de gevallen waren er schriftelijke afspraken over wanneer de assistent of verpleegkundige contact zou zoeken met een arts. 10.4% van de huisartsen gebruikte standaard verwijsformulieren.

De totale formatie (fte) huisarts in een praktijk was positief gerelateerd aan goede farmacologische zorg (OR=1.45, p=0.01) net als het totaal aantal fte assistentie (OR=1.40, p=0.005). Toevoeging van leeftijd en geslacht van de patient aan het model veranderde dit niet. Groepscultuur was negatief gerelateerd aan kwaliteit van leven; hoe hoger de score op groepscultuur hoe later de score voor kwaliteit van leven (beta=-0.22, p=0.03). Wanneer leeftijd, geslacht en NYHA klasse werden toegevoegd als potentiele confounders, was deze relatie echter niet langer significant.

In praktijken waar iemand verantwoordelijk was voor zelf-management van patienten met hartfalen, rapporteerde de patienten betere kwaliteit van leven (beta=-9.76, p=0.02). In praktijken waar materialen werden verstrekt over de behoeften van hartfalen patienten, rapporteerden de patienten eveneens betere kwaliteit van leven (beta=-9.24, p=0.02). Echter, beide relaties waren niet langer statistisch signficiant wanneer de analyse werd gedaan met leeftijd, geslacht en NYHA klasse in het model.

 

Wij concluderen dat de behandeling van chronisch hartfalen mogelijkheden voor verbetering toont. Chronische hartfalen behandeling is (nog?) niet georganiseerd als gestructureerde chronische zorg.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Background: Recent guidelines describe optimal clinical care for patients with chronic heart failure. Co-ordinated disease management may be cost-effective in this group, particularly because these programmes reduce numbers and length of hospitalisations. Many ambulatory patients with mild heart failure receive care in different settings simultaneously or intermittedly. Information and education of care providers related to the guidelines is needed, but actual adherence to recommendations in the guidelines is also determined by organisational factors.

 

Research questions: The proposed cohort study aims to provide insight into current practice, estimate potential efficiency of improved guideline implementation, and examine organisational factors associated with better implementation.

 

Design: Prospective observational study.

 

Study population: A total of 200 patients with mild chronic heart failure (diagnosis by GP) will be recruited through 40 general practices and followed for 12 months. An experimental intervention or implementation strategy is not planned.

 

Outcome and process measures: Primary health outcomes are mortality, hospital admission and patient reported quality of life. Items of medical care received by patients (process indicators) will be documented with structured forms on the basis of medical records in general practice. An economic evaluation examines the potential efficiency of improved adherence to guidelines. Organisational factors are based on theories on disease management, organisational culture and economic theory. Short questionnaires will be administered in care providers to documents these factors.

 

Power/data-analysis: The study is powered to provide percentages with an accuracy of at least 8%. Descriptive and multilevel regression analyses will be performed. Health outcomes and process indicators, reflecting guideline adherence, are dependent factors in these analyses.

 

Economic evaluation: The potential cost-effectiveness of optimal guideline implementation will be estimated by comparing patients who received optimal clinical care with patients who received less than optimal care with respect to costs and outcomes. A multilevel analysis will be used with both total Qualys lived and total medical cost per patient during the observation period as dependent.

 

Time schedule: Month 1-6 elaboration of instruments, practice recruitment. Month 7-20: Inclusion of patients, measurements. Month 21-24: Data analysis, economic evaluations, report.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website