Geen zorg zonder mantelzorg

Column door Willy Tiekstra

Woensdagmorgen, 8.30 uur. Ik loop vandaag stage bij 2 vrijwilligers van de vervoersdienst van mijn organisatie (WOEJ, Welzijn Oud en Jong in Leidschendam-Voorburg). Met Zorgbus 2 halen wij 4 mensen, 3 vrouwen en een man in een rolstoel, op om hen naar hun dagbestedingsactiviteiten in een woonzorgcentrum te brengen. Voordat wij arriveren belt vrijwilliger Jetske alvast om onze komst aan te kondigen. En inderdaad staan onze passagiers steeds keurig op ons te wachten. Ze zijn niet alleen: hun partners lopen voor de zekerheid nog even mee naar het busje. Ik zie hoe de man van mevrouw B. haar jas dichtknoopt en ervoor zorgt dat haar mondkapje goed over haar neus zit. Hij zwaait nog even bij het wegrijden. Een man op leeftijd, licht voorovergebogen. Zijn blik een mengeling van bezorgdheid, maar ook opluchting. Hij heeft, totdat de bus zijn vrouw in de namiddag weer terugbrengt, even de tijd voor zichzelf.

Zoals overal is ook in Leidschendam-Voorburg het beleid erop gericht om ouderen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen. Waar dit voor ouderen in eerste instantie vaak nog geen problemen oplevert, neemt hun behoefte aan ondersteuning thuis naar mate ze ouder worden gaandeweg toe. Het aanbod van WOEJ sluit hier zo goed mogelijk op aan: onze professionals bieden informatie, advies en begeleiding op zowel praktisch als psychosociaal gebied. Ondertussen bezoeken vrijwilligers ouderen en hun mantelzorgers thuis en ondersteunen ze. Al enige tijd zie ik dat welzijnsorganisaties steeds meer een rol krijgen toebedeeld op een terrein dat traditioneel bij zorginstellingen thuishoort, namelijk de zorg voor kwetsbare inwoners, vaak zieke en demente ouderen. Een wat mij betreft niet wenselijke situatie, die vraagt om steviger netwerken in de wijk, waarin welzijn, gemeente, 1e lijn en specialistische zorg snel kunnen schakelen om de broodnodige ondersteuning te kunnen bieden.

Langer thuis blijven wonen en daarmee thuis kunnen sterven, heeft grote gevolgen voor mantelzorgers: de periode waarin zij thuis voor hun zieke naaste zorgen wordt langer en strekt zich vaker uit tot de palliatieve fase. Het belang, maar ook de zwaarte van hun taak neemt navenant toe. De nabijheid die mantelzorg in de laatste fase met zich meebrengt, biedt troost voor zowel de naaste als de mantelzorger. Maar de fysieke en mentale belasting en daarmee het risico op overbelasting is groot. Dat moet anders, vind ik. Er is extra inzet nodig voor het welzijn van mantelzorgers. Inzet, bijvoorbeeld in de vorm van vrijwillige buddy’s, van praktische en psychosociale hulp door professionals die ook in staat zijn vroegtijdig overbelasting te signaleren, van respijtzorg en het tijdig opschalen naar specialistische zorg. Het programma Palliantie II kan hier aan bijdragen en ik wil mij daar als lid van de programmacommissie graag voor inzetten. Zodat mijnheer en mevrouw B. bij elkaar kunnen blijven, tot het einde.

Willy Tiekstra
Lid programmacommissie Palliantie II en directeur-bestuurder van WOEJ, een welzijnsorganisatie in Leidschendam-Voorburg