In de regio Amsterdam richtten universitair medisch centra en hogescholen samen het Nursing Science and Innovation Center Amsterdam op. Opbrengsten: betere onderbouwing van het vak, meer wetenschappelijke posten, betere loopbaanpaden, uitwisseling onderwijs, onderzoek en praktijk en een positiever beeld van het vak verpleegkunde. Het maakt hoogleraren en lectoren Berno van Meijel en Bianca Buurman optimistisch over de toekomst.

Nog niet zo heel lang geleden was in de Amsterdamse regio maar 1 hoogleraar binnen het vakgebied, vertellen Berno van Meijel en Bianca Buurman. Dat was Anneke Francke (VUmc), die via het NIVEL bijzonder hoogleraar werd in de verpleging en verzorging in de laatste levensfase. Maar intussen is het palet rijker geworden. Van Meijel, lector bij Inholland, werd 3 jaar geleden hoogleraar GGZ verpleegkunde bij VUmc. Zijn collega Wilma Scholte Op Reimer kreeg naast haar decanaat aan de HvA een hoogleraarschap (complexe zorg, AMC). 'InHolland heeft destijds voor mij een leerstoel aangevraagd bij de VU', vertelt Van Meijel. 'Het initiatief tot samenwerking kwam vaak vanuit hogescholen.'

Wederzijds belang 

Het ZonMw-programma Tussen Weten en Doen zorgde daarna voor een meer structurele verbinding tussen hogescholen en de academische ziekenhuizen. Het belang van een stevige alliantie is wederzijds, vertelt Bianca Buurman, die onlangs als lector HvA benoemd werd tot hoogleraar (UvA, acute ouderenzorg). 'Universitaire ziekenhuizen krijgen zo meer aandacht voor maatschappelijke relevantie van hun onderzoek, en hogescholen voor wetenschappelijk onderzoek en toepassing van nieuwe kennis in de curricula.' Doordat verpleegkundigen meer mogelijkheden hebben om onderzoek te doen, krijgt het vak verpleegkunde een betere onderbouwing. Ziekenhuizen profiteren op hun beurt van hun samenwerking met hogescholen doordat er meer doorgroeimogelijkheden zijn voor verpleegkundigen, zegt Buurman: 'Dat maakt ze aantrekkelijker als werkgever.'

Verschillende doelgroepen

Het NSI Center, waaraan AMC/UvA, VUmc/VU, HvA en Inholland deelnemen, betekent een stap voorwaarts in de door ZonMw zo gewenste duurzame onderzoeksinfrastructuur. Groot voordeel, aldus Van Meijel, is het feit dat de senior stafleden tezamen uiteenlopende expertise meebrengen, zoals acute ouderenzorg, complexe zorg, palliatieve zorg, kwetsbare ouderengroepen en GGZ-zorg. 'Daarmee kun je thematisch mooi clusteren, zodat je gezamenlijk aanvragen kunt doen. En je kunt veel verschillende vraagstukken uit de praktijk aanpakken.'

Kennis toepassen

Wat verwachten de 2 verder van het samenwerkingsverband? Belangrijke opdracht volgens Buurman is het creëren van loopbaanpaden in de verpleegkunde. 'We zijn nu onderling aan het afstemmen hoe zo’n loopbaanpad eruit kan zien', vertelt Buurman. 'Nu kan een verpleegkundige zich alleen ontwikkelen door zich te specialiseren of door het management in te gaan. Door onze samenwerking kan een verpleegkundige uit het AMC ook promotieonderzoek doen, of docent zijn op de HvA. Dat vraagt om een passend functiehuis.' Daarnaast willen ze met het NSI Center graag wetenschappelijke kennis vertalen naar de praktijk, vult Van Meijel aan. 'Denk bijvoorbeeld aan het creëren van academische werkplaatsen, waar de verpleegkundig specialist lokaal iets kan organiseren rond zijn of haar onderzoek, of rond de vertaling van wetenschappelijke kennis naar de praktijk.'

Positie versterken

Het NSI Center hoopt de positie van de verpleegkundige binnen de multidisciplinaire samenwerking te versterken. Daaraan werkt bijvoorbeeld Buurman binnen haar complex care-programma voor oudere hartpatiënten. 'In de begeleiding thuis en in het ziekenhuis kan veel mis gaan. De verpleegkundige heeft daarom een belangrijke rol als casemanager. Uitgangspunt is: wat heeft de oudere hartpatiënt nodig om thuis weer zelfstandig te functioneren. Soms spelen er medicatiefouten, soms juist cognitieve problemen of angst. De rol van de verpleegkundige is om te signaleren en patiënten te begeleiden of de juiste expertise in te schakelen. Er zijn dus altijd andere disciplines betrokken. In het versterken van onze positie in deze multidisciplinaire samenwerking is veel winst te behalen.' Van Meijel vult aan: 'Dat moet doelgericht. Sommige dingen die verpleegkundigen vroeger deden moeten ze niet meer doen, en andere nieuwe dingen juist wel.'

Scheef

Opgeteld lopen er inmiddels tientallen promotietrajecten. Met het kersverse hoogleraarschap van Buurman erbij is het aantal wetenschappelijke posten binnen het NSI Center mooi op peil. Het team van 7 bestaat uit hoogleraren, lectoren en een senior onderzoeker, en er zijn plannen voor verdere uitbreiding. Landelijk is er nog wel een inhaalslag te maken. 'Als je het aantal hoogleraren verpleegkunde afzet tegen het aantal in de geneeskunde, is de verhouding nog altijd behoorlijk scheef: 9 tegenover 550', zegt Buurman. 'En dat terwijl er 200.000 verpleegkundigen zijn.' In dat licht is de oprichting van het Wetenschappelijk College Verpleegkunde door V&VN hoopgevend. 

Meer aanwas

Verpleegkunde is nu eenmaal een jonge wetenschap, beseffen ze. Hun wens voor de toekomst: nieuwe aanwas, zodat er meer senior-wetenschappers, lectoren en hoogleraren binnen het vakgebied werkzaam zijn. Voor de GGZ-verpleegkunde bijvoorbeeld is dit echt een uitdaging. 'En vergeet die tussenlaag niet, de verpleegkundig specialist', zegt Van Meijel. 'Die zit tussen onderzoek en praktijk in, en heeft de potentie om een verbindingsrol te spelen bij het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek.' De snelle veranderingen maken Buurman en Van Meijel optimistisch. Ze zien dat onderzoeksvaardigheden in de hbo-v-opleiding een steeds grotere rol krijgen. Buurman: 'Toen ik 10 jaar geleden promoveerde in het AMC, regeerden mensen met: hé, ik wist niet dat dat bestond. Intussen zijn er ontzettend veel hbo-v-studenten die een master gedaan hebben en die onderzoeksambities hebben.'

NSI Centrer

In maart 2017 richtten samenwerkingspartners AMC, HvA Inholland en VUmc samen het Nursing Science en Innovation Center Amsterdam (NSI Center) op. Insteek: multidisciplinair en praktijkgericht onderzoek, met een kernteam van 4 hoogleraren, 2 lectoren en een senior onderzoeker.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website