‘Ik heb te horen gekregen dat ik doodga. Maar tot die tijd leef ik.’ Zo luidt de slogan van de publiekscampagne die de landelijke overheid in juni 2019 lanceerde. Eind november gaat de campagne een volgende fase in, om nog meer mensen te kunnen bereiken.

Vrouw met schildersezel

Nog altijd associëren veel mensen – niet alleen burgers maar ook zorgprofessionals – palliatieve zorg met pijnbestrijding in de stervensfase. Terwijl palliatieve zorg veel breder is. Fred Lafeber, beleidscoördinator palliatieve zorg bij het ministerie van VWS, noemt dit kennishiaat een belangrijke aanleiding voor de publiekscampagne die de landelijke overheid in juni 2019 heeft gelanceerd. Het doel is het publiek beter bekend te maken met wat palliatieve zorg inhoudt. Lafeber: ‘Het gaat erom dat mensen op tijd het gesprek aangaan over de laatste levensfase en zich al in een vroeg stadium oriënteren op wat er in deze fase mogelijk is.’ En dat is veel meer dan mensen zich vaak realiseren, van thuiszorg via de wijkverpleging, met een professional praten over levensvragen, tot contact met lotgenoten.

Meer dan de stervensfase

De belangrijkste campagne-uiting is de website Overpalliatievezorg.nl, met tips, ervaringen en links naar websites van organisaties die kunnen helpen. Drie knoppen leiden de bezoeker meteen naar belangrijke thema’s: ‘Zo begint u het gesprek’, ‘Er is zorg en hulp voor u’ en ‘Keuzes om te maken’. Lafeber: ‘In 2018 hebben we een flitspeiling gedaan. Daaruit bleek dat ongeveer een derde van de mensen zegt te weten wat palliatieve zorg is. Maar als je doorvraagt, denken ze dus vrijwel allemaal aan de stervensfase. Met de campagne willen we uitdragen dat het er in palliatieve zorg juist gaat om ondersteuning en hulp vanaf het moment dat je kwetsbaar wordt of te horen krijgt niet meer te kunnen genezen.’ Het tweede doel is mensen – zowel burgers als professionals – de weg te wijzen naar plekken waar ze terecht kunnen met vragen of een verzoek om hulp. Op de website staat die informatie nu mooi op één plek, aldus Lafeber.

Herkenbare verhalen

In de campagne vertellen mensen die palliatieve zorg ontvangen hun verhaal. Ook degenen die deze zorg geven komen aan het woord. Daarnaast zijn er advertorials in (regionale) kranten, ervaringsverhalen in magazines en er is een folder. Volgens Lafeber kiezen veel overheidscampagnes bewust voor verhalen uit het echte leven. ‘Het spreekt mensen meer aan en de informatie wordt veel herkenbaarder. In ons geval kunnen we zo ook de verscheidenheid aan situaties in de palliatieve fase laten zien. Heel mooi is een filmpje met Ingrid, vrijwilligster in een hospice. Naast verhalen van mensen in de palliatieve fase laten we nu ook mensen uit de zorg aan het woord, zowel professionals als vrijwilligers.’

Over het léven

De reacties van publiek en professionals zijn over het algemeen erg positief, aldus Lafeber. De score is hoger dan bij de gemiddelde campagne van VWS. De echte verhalen maken volgens hem duidelijk indruk. Wel valt op dat sommige mensen dichtklappen bij het woord ‘dood’, vervolgt hij. Zij hebben dan als het ware geen oog meer voor de belangrijke boodschap van de campagne: palliatieve zorg gaat juist over het léven dat iemand nog rest. Lafeber: ‘In de vervolgcampagne zullen we dat nog wat sterker gaan benadrukken. Tussen ongeveer eind november en de kerst zullen de campagnespotjes gericht worden uitgezonden. Daarna blijft de website in de lucht. Naast de publiekssite is er palliaweb.nl, waar professionals handvatten en hulpmiddelen vinden.

Elkaar informeren

De campagne betrekt nadrukkelijk ook regionale organisaties en zorgverleners die daar werken. Lafeber: ‘We kunnen het natuurlijk niet alleen. De campagne stimuleert organisaties en professionals om anderen zoveel mogelijk over palliatieve zorg te vertellen en ze te wijzen op de materialen.’ Lafeber hoopt dat mensen er elkaar op gaan aanspreken, of het nu de huisarts is of een goede vriend of vriendin. ‘Voor mij is de campagne geslaagd als er straks vrijwel niemand meer tussen de wal en het schip valt. Dus dat mensen niet langer denken: ik kan niet meer genezen, dus voor mij is er geen zorg meer mogelijk.’

Meer informatie

Dit artikel staat in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg november 2019. Wilt u de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan aan

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website