Waarom gebruikt iemand drugs, terwijl een ander weerstand kan bieden aan die verleiding? En waarom raakt de ene gebruiker verslaafd en de andere niet? Belangrijke vragen waar een ERANID-project onder leiding van dr. Uwe Verthein, van het Zentrum für Interdisziplinäre Suchtforschung van de Universität Hamburg, de komende jaren antwoord op probeert te vinden.

Het onderzoeksproject ‘Understanding Pathways to Stimulant Use’ richt zich daarbij op amphetamine-type stimulants (ATS) als ‘speed’, methecstasy en andere zogenaamde partydrugs. Deze narcotica staan wereldwijd op de tweede plaats van meest gebruikte illegale drugs. Verthein: ‘Opvallend is dat er mensen zijn die enkel af en toe een pilletje nemen en daar geen enkele last van hebben, terwijl anderen er verslaafd aan raken met alle problemen van dien. Wij willen weten waar die verschillen door veroorzaakt worden.’

Kwalitatief en kwantitatief onderzoek

Om dat te onderzoeken werkt een consortium van onderzoeksinstituten uit 5 landen (Duitsland, Polen, Nederland, Engeland en Tsjechië) mee aan het project, waarbinnen zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek plaatsvindt. ‘We beginnen in 2017 met het kwalitatieve onderzoek waarbij in die 5 landen zo’n 270 gebruikers en niet-gebruikers geïnterviewd worden. Daarna volgt in 2018 het kwantitatieve deel waarbinnen we zo’n 2.000 mensen een vragenlijst voorleggen, vertelt Verthein. Het project focus daarbij op the impact of individual differences, social influences, environment and culture on drug use pathways.

6 onderzoeksgroepen

Het wordt een grote uitdaging al deze personen voor het onderzoek te vinden. Te meer daar de onderzoekers 6 verschillende doelgroepen willen bevragen: dependant users, users in remission, frequent non-dependant users, formerly non-dependant users, non frequent users and non-stimulant users. Die laatste groep betreft mensen die wel met deze drugs in aanraking komen maar ze niet gebruiken. ‘Om in alle 5 landen voldoende grote groepen van deze mensen te vinden moeten we creatief zijn’, legt Verthein uit. Daarom maken we gebruik van de sneeuwbalmethode. Hebben we iemand uit een groep gevonden dan vragen we deze persoon of hij of zij ook anderen kan aandragen om mee te doen aan ons onderzoek.’

Internationaal vergelijken

Ook al is het totaal aantal mensen dat aan het onderzoek meedoet behoorlijk groot, per doelgroep, per land gaat het maar om relatief kleine aantallen. Dat gaat het straks ingewikkeld maken om verschillen tussen landen te kunnen bepalen. Toch ziet Vertheim daar wel mogelijkheden toe, omdat in de analyses sommige groepen kunnen worden samengevoegd. Al benadrukt hij wel dat vergelijkingen tussen landen gecompliceerd zijn omdat de situatie per land verschillend is: andere omstandigheden, verschillend drugsbeleid en wellicht een iets andere opbouw van de onderzoeksgroep.

Samenwerken

Samenwerking met andere landen is een voorwaarde om binnen ERANID subsidie te krijgen. Ook al deed Tsjechië officieel niet als financier mee aan de eerste ERANID-subsidieronde, het land neemt wel deel aan deze studie. Verthein: ‘Wij hebben van oudsher goed en succesvol contact met deze onderzoeksgroep en zij wilden graag meedoen. Ze brengen daarvoor eigen budget mee.’ Sowieso wordt het ERANID-project niet Europees gefinancierd, maar krijgt elke deelnemende onderzoeksgroep financiering vanuit de eigen landelijke overheid. Deze overheden hebben hun middelen min of meer ‘bij elkaar gelegd’ om internationale samenwerking te stimuleren en gezamenlijk meer ‘massa’ te kunnen maken.

Stimulerend

Die internationale samenwerking is niet nieuw voor Vertheim. ‘Wij doen dat al zo’n 20 jaar. Het is erg stimulerend om van collega’s uit andere landen te leren. Iedereen brengt zijn of haar eigen expertise mee en dat is boeiend. Daar worden we sterker van. Al kost het soms wel wat meer tijd.’ Onlangs was de eerste kick-off meeting. In totaal zullen de onderzoeksgroepen de komende drie jaar een keer of vier bij elkaar komen. Daarnaast zijn er uiteraard allerlei informele onderlinge ontmoetingen, want de onderzoekers komen elkaar geregeld tegen. ‘Tijdens zo’n formele bijeenkomst gaan we niet alles tot op de puntjes uitwerken’, vertelt Vertheim. ‘We bespreken de hoofdlijnen en elkaars standpunten, waarna we achteraf via de mail de definitieve stukken maken.’

Lucky

Na 3 jaar moet het project zijn afgerond. Een fikse klus, al is Verthein blij dat het gelukt is om voor zo’n relatieve lange periode financiering te vinden. ‘Tegenwoordig duren de meeste projecten hooguit 1 tot 2 jaar. Gewoonweg omdat er niet meer geld te verdelen is. So we’re lucky.’ Hij hoopt dat het project niet alleen zal leiden tot meer inzicht en mooie publicaties maar dat ze ook aanbevelingen kunnen doen om verslaving aan deze drugs te voorkomen. ‘But for that we’ll need powerfull results. That’s what we’re aiming for.’

ERANID

ERANID, European Research Area Network on Illicit Drugs, is een internationaal samenwerkingsverband in het kader van de Europese Unie. Het is gericht op het toegankelijk maken van bestaande kennis op het gebied van drugsgebruik en het uitzetten van onderzoek op gebieden waar nieuwe kennis nodig is. In ERANID werken verschillende wetenschappelijke disciplines en diverse Europese landen samen. ZonMw is namens Nederland één van de partners in het samenwerkingsverband en coördineert het traject.

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website