Hoewel vroegtijdig handelen essentieel is in het voorkomen van kindermishandeling, zijn bewezen effectieve preventieve interventies nauwelijks beschikbaar. In het project ‘Effectief vroegtijdig handelen ter voorkoming van kindermishandeling Fase 1 Consortium en voorstudie’, is een overzicht gemaakt van kennis over ‘Wat Werkt Wanneer, bij Wie, en Waardoor’ (5Ws) ter voorkoming van kindermishandeling.

De Universiteit van Amsterdam, Universiteit Utrecht, Rijksuniversiteit Groningen en Erasmus Universiteit Rotterdam hebben een consortium gevormd waarbinnen expertise vanuit verschillende disciplines en sectoren rondom het thema: ‘het bevorderen van het voorkómen, signaleren, stoppen en behandelen van (de gevolgen van) kindermishandeling’ is gebundeld. Daarbij zijn 4 deelstudies uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam, het NJi en Stichting Alexander: (1) een meta-analyse naar de effectiviteit van (elementen van) preventieve interventies ter voorkoming van kindermishandeling, (2) kwalitatief onderzoek naar meningen van professionals over de 5Ws, (3) kwalitatief onderzoek naar meningen van jongeren en ouders over wat werkt ter voorkoming van kindermishandeling, en (4) een inventarisatie van de inzet en effectiviteit van preventieve interventies in Nederland.

Resultaten

De resultaten van de deelstudies lieten zien welke (elementen van) interventies effectief zijn volgens de wetenschappelijke literatuur, praktijkprofessionals en ouders en kinderen. Daarnaast kwamen een aantal knelpunten naar voren uit de (gecombineerde) uitkomsten van de 4 deelonderzoeken.

De meta-analyse liet zien dat interventies ter voorkoming van kindermishandeling gemiddeld een significant maar klein effect hebben. Uit de interviews met praktijkprofessionals, ouders en kinderen kwam een aantal belangrijke werkzame elementen naar voren, zoals positieve insteek, interventies gericht op zowel ouders als kinderen, goede communicatie met ouders en kinderen, adequate regievoering, en goede kwaliteit professionals. De inventarisatie van de inzet en effectiviteit van preventieve interventies in Nederland liet zien dat er zeer beperkt Nederlands onderzoek beschikbaar is.

De uitkomsten van de 4 deelonderzoeken maken onder andere zichtbaar dat kennis over de werkzaamheid van interventies zeer beperkt is, dat interventies niet de meest effectieve kenmerken bevatten, dat voor de keuze van best passende interventies geen tools beschikbaar zijn, dat scholen, huisartsen, consultatiebureaus, GGZ instellingen en jeugdzorginstellingen beter moeten signaleren en vaker melden, en dat het huidige het aanbod van interventies ontoereikend is.

Vervolg

In de subsidieoproep ‘Consortium Vroeg preventieve interventies Fase 2’ wordt het eerder genoemde samenwerkingsverband uitgenodigd om een subsidieaanvraag in te dienen voor een vervolgonderzoek dat zich richt op onderzoek dat leidt tot een effectiever aanbod aan vroeg preventieve interventies voor verschillende vormen van kindermishandeling, voor verschillende doelgroepen en settings, dat een bijdrage levert aan het voorkomen van kindermishandeling.

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website