Onderzoekers van de HELIUS-cohortstudie ontdekten dat Amsterdammers met een Turkse, Marokkaanse of Surinaamse afkomst vrijwel net zo vaak covid-19 antistoffen in hun bloed hebben als Amsterdammers van Nederlandse komaf. De - kleinere - groep Ghanezen is een uitzondering, bij hen is dit percentage hoger. Dat zegt Karien Stronks, hoogleraar public health van Amsterdam UMC.

Zij leidt samen met twee collega-hoogleraren het onderzoek naar COVID-19 en etniciteit van Amsterdam UMC, de GGD Amsterdam en expertisecentrum Pharos. Deze studie wordt gefinancierd door ZonMw.

Met het onderzoek kunnen de ernst en de gevolgen van de pandemie voor migrantengroepen in Nederland duidelijk worden gemaakt. Zo worden ook mogelijke aangrijpingspunten voor beleid en eventuele noodzaak voor specifieke maatregelen helder, met als doel het aantal infecties te verminderen en de prognose van degenen die besmet zijn te verbeteren.

Meer informatie

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website