Iedere verpleegkundige en verzorgende komt in aanraking met mensen in de palliatieve fase en hun naasten. Maar wie na de opleiding aan het werk gaat, heeft over het algemeen nog onvoldoende competenties op dit gebied. Samen met professionals, studenten, patiënten én naasten hebben verschillende mbo- en hbo-opleidingen palliatieve zorg ingebed in hun basiscurriculum.

Annemie Courtens en projectteam
v.l.n.r. Anne van Pol, Annemie Courtens, Annette Bour, Giel Vaessen

Hoe voer je een gesprek met een patiënt over de naderende dood? En wat kun je doen als mensen met zingevingsvragen zitten of angstig zijn? Met dit soort vragen worstelen verzorgenden en verpleegkundigen in opleiding. Dat bleek uit een enquête in een ZonMw-project  dat onderwijs over palliatieve zorg wil inbedden in de initiële opleiding. Projectleider is Annemie Courtens, coördinator palliatieve zorg van het Maastricht UMC+ en van het Consortium Palliatieve Zorg Limburg en Zuidoost-Brabant. ‘We hebben niet alleen studenten bevraagd, maar ook professionals en zorgmanagers. Daaruit kwam een lijstje zaken die pas opgeleide verzorgenden en verpleegkundigen nog onvoldoende in huis hebben, van het hanteren van meetinstrumenten tot het beheersen van gespreksvoeringstechnieken.’

Eyeopener voor studenten

Nicole Bemelmans is docent verpleegkunde aan de Gilde Opleidingen in Roermond, een van de deelnemende mbo-scholen. ‘Veel studenten associeerden palliatieve zorg met de stervensfase. Het was een eyeopener voor ze dat het om veel meer gaat. En ze missen inderdaad handvatten voor een gesprek. Terwijl je in je eerste stage al geconfronteerd kunt worden met mensen in de palliatieve fase.’ Volgens Courtens is er een grote scholingsbehoefte, juist in de initiële opleiding. ’Als palliatieve zorg al aan de orde komt, is het vaak pas in het derde of vierde leerjaar. Daarbij komt dat docenten vaak al langere tijd geen praktijkervaring hebben opgedaan. Het ontbreekt op scholen dus vaak aan actuele kennis over deze zorg.’

Community of practice

In het project hebben zeven opleidingen in Limburg en Zuid-Oost Brabant palliatieve zorg in hun basiscurriculum geïmplementeerd. Courtens: ‘Eerst hebben we vastgesteld welke competenties verpleegkundigen en verzorgenden moeten hebben en wat dat betekent voor hun opleiding. Daarvoor hebben we literatuuronderzoek gedaan, plus interviews met 50 docenten en zorgmanagers en 122 studenten. Patiënten en naasten hebben we gevraagd wat zij vinden dat een verzorgende of verpleegkundige moet kunnen.’ Docenten hadden zelf veel behoefte aan bij- en nascholing, zo bleek al snel. Daarom kwam er een scholing in 5 dagdelen voor docenten van mbo én hbo samen. Inmiddels is er in de regio een heuse ‘community of practice’ ontstaan, zegt Courtens. Daarin wisselen docenten, studenten, praktijkmensen en patiënten ervaringen en leermaterialen uit. 

Studenten worden experts

Bemelmans: ‘Ik voelde me door het project gestimuleerd om vakdocenten op al onze locaties te betrekken. De inbreng van studenten was ook zeer waardevol. Door samen te bedenken wat belangrijk is, ontstaat meteen veel meer draagvlak voor de lessen. En ze ontwikkelen zich ook zelf tot experts. Een van de studenten in het project is op haar stageplek zelfs gevraagd om binnen de organisatie ambassadeur voor palliatieve zorg te worden.’ Courtens noemt de inbreng van studenten heel relevant voor de invulling van het curriculum. ‘Studenten vinden het fijn om interactief te werken en concreet te oefenen met gesprekken. En ze horen graag verhalen uit de praktijk. Vandaar dat we gastlessen laten verzorgen, bijvoorbeeld door consulenten palliatieve zorg of door patiënten zelf.’

Jezelf veilig voelen

Volgens Bemelmans is het in alle gevallen belangrijk dat studenten aandacht en tijd ervaren voor hun eigen verhaal. ‘Over palliatieve zorg praten raakt aan je persoonlijke leven. Dus het begint met jezelf veilig voelen.’ Courtens is er trots op dat het project heeft laten zien hoe je met een multidisciplinaire groep van studenten, docenten, patiënten en professionals onderwijs kunt vernieuwen. En dan zodanig dat het goed aansluit bij de concrete behoeften in de praktijk. Bemelmans kan het alleen maar beamen: ‘Dit is niet iets wat uit een boekje haalt, je moet het leren in de praktijk.’

Drie gouden lessen voor docenten verpleegkunde aan mbo-/hbo-opleidingen

  1. Begin vroeg in het curriculum met palliatieve zorg – liefst nog vóór de eerste stage – en bouw van hieruit een doorlopende leerlijn op. Bespreek na een stage de ervaringen met palliatieve zorg.
  2. Besteed aandacht aan het werken met meetinstrumenten, gespreksvoering, zingevingsvragen, omgang met angst en boosheid, proactieve zorgplanning, gezamenlijke besluitvorming en de sociale kaart van de palliatieve zorg.
  3. Maak gebruik van consulenten palliatieve zorg en patiënten, naasten en nabestaanden die gastlessen kunnen verzorgen.

Leermaterialen

Voor de docenten verzorging en verpleegkunde heeft het project een website met leermaterialen ontwikkeld: www.edupal.nl. Daarop staan o.a. tekstbronnen, video’s , animaties, casuïstiek en powerpoint-presentaties. Het meerjarige programma O2PZ (www.o2pz.nl) neemt de opgedane resultaten mee in een landelijk onderwijsaanbod voor alle zorgverleners in de palliatieve zorg.

Meer informatie

Dit artikel staat in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg november 2019. Wilt u de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan aan

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website