ZonMw heeft recent de workshop ‘Onderzoeksevaluatie: wat is het effect van de huidige financieringspraktijk in Nederland?' georganiseerd. Deze workshop was een resultaat van het onderzoeksproject ‘Follow the Money’, dat werd gefinancierd als onderdeel van het Onderzoeksprogramma Bevorderen van Verantwoorde Onderzoekspraktijken. Een publiek van ongeveer dertig onderzoekers en financiers, afkomstig uit allerlei verschillende vakgebieden en instellingen, besprak de voor- en nadelen van de bestaande financieringspraktijken en kwam met ideeën ter verbetering.

Te veel laag-risico- en top-down-wetenschap

Projectleider Gerben ter Riet van UMC Amsterdam en Hogeschool van Amsterdam leidde de workshop in. Hierna presenteerde Stepahanie Meirmans (postdoctoraal onderzoeker UMC Amsterdam) resultaten over hoe concurrende onderzoeksfinanciering de wetenschappelijke praktijk beïnvloedt en wat de ervaringen van wetenschappers hierbij zijn. Ze had veertien interviews en twaalf groepssessies gehouden met onderzoekers uit de geesteswetenschappen, natuur- en biomedische wetenschappen in Nederland en Zwitserland. Hieruit bleek dat de wetenschappers vooral, maar zeker niet uitsluitend, negatief waren in hun beoordeling. Wetenschappers waarschuwden voor gevaren zoals een te strakke planning en bureaucratie in het onderzoek, te veel laag-risico- en top-down-wetenschap en onrealistische verwachtingen die tot onbedoelde neveneffecten leiden. De verwachtingen en waarden van onderzoekers en financiers kunnen in de praktijk dusdanig uiteenlopen dat de onderzoekers hun motivatie kwijtraken. Opvallend genoeg bleken de wetenschappers in Zwitserland veel positiever dan hun Nederlandse collega’s over hun situatie en hun relatie met financiers van wetenschappelijk onderzoek.

Andere ervaringen van wetenschappers in verschillende landen

Een aantal workshopdeelnemers voegde extra perspectieven toe aan de perceptie van de wetenschappers. Barend van der Meulen van het Rathenau Instituut vond het opmerkelijk dat de ervaringen van wetenschappers in de twee landen zo verschillend waren, gezien de grote overeenkomsten tussen het Nederlandse en Zwitserse wetenschapssysteem op macroniveau. Zijn hypothese was dat vooral de relatie tussen wetenschappers en hun financiers een belangrijk verschil vormt. De in Zwitserland werkzame wetenschappers hadden het gevoel dat het hún onderzoek was, in tegenstelling tot de wetenschappers in Nederland, die een gevoel van afstand en consumentisme ervoeren. Pieter Huistra van de Universiteit Utrecht, de andere postdoc in het project, wees er in zijn bijdrage over de geschiedenis van onderzoeksfinanciering   op dat wetenschappers al veel langer terughoudend zijn ten opzichte van hun financiers, maar dat deze terughoudendheid de laatste tijd wellicht groter is geworden door een toename van de macht en het belang van financiers.

Concurrentie tegenover samenwerking

Sonja Jerak-Zuiderent (UMC Amsterdam) voegde een antropologisch perspectief toe aan de discussie. Zij doet etnografisch onderzoek naar de wetenschappelijke praktijk, om erachter te komen wat ‘het bedrijven van goede wetenschap’ wil zeggen in het dagelijkse werk van onderzoekers. De belangrijkste conclusie van Jerak-Zuiderent was dat onze neiging om de wetenschap te bekijken vanuit het oogpunt van concurrentie wordt tegengesproken door een groot deel van de samenwerking tussen wetenschappers. Die neiging is dan ook minstens gedeeltelijk misplaatst. De noodzaak om verder te denken dan de concurrentie werd ook veel gehoord in het tweede deel van de workshop. Dat deel was gewijd aan constructieve veranderingen in het financieringssysteem.

Onderzoeksevaluatie verdelen tussen financiers en onderzoekers

Op basis van haar interviewmateriaal gaf Meirmans een aantal suggesties voor het bevorderen van goede wetenschap, wetenschappers en evaluatiepraktijken. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan meer aandacht voor langetermijndoelstellingen die verder gaan dan economische doelstellingen, bottom-up-wetenschap, meer tijd en ruimte voor wetenschappers om dingen uit te proberen zonder prestatiedruk, minder evaluaties en meer zorg bij het doen van deze dingen. Vanuit zijn eigen ervaring voegde Jeroen Geurts van ZonMw de behoefte aan meer diverse vormen van evaluatie toe. Hij deelde zijn droom voor onderzoeksfinanciering die de wetenschap zou moeten bevorderen in de vorm van bottom-up interdisciplinaire ‘netwerken van netwerken’. Dat leverde een zeer vruchtbare discussie op. Gerd Folkers van de Zwitserse Wetenschapsraad (SWR) gaf een kijkje in de voor- en nadelen van het Zwitserse financieringssysteem en illustreerde enkele elementen waardoor dit systeem zo succesvol is: een financiering met hoge risico's en hoge potentiële opbrengst, een mix van financieringsinstrumenten, een zekere mate van scepsis ten opzichte van evaluatoren en een vaste overtuiging dat de financiering moet worden vormgegeven ‘met de onderzoekers en voor de onderzoekers’. Hieruit trok Herman Paul van de Universiteit Leiden, voorzitter en projectleider van de workshop, de conclusie dat de weg voorwaarts voor onderzoeksevaluatie gedeeld moet worden door financiers en onderzoekers.

Meer informatie

Auteur: dr. Pieter Huistra, departement Geschiedenis en Kunstgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website