In het door ERANID gefinancierde project D.U.R.E.S.S. staat de beleving centraal tijdens het herstel en re-integratie van mensen die verslaafd zijn. Of, om het in de woorden van hoofdonderzoeker Giuseppe Carrà uit Italië te zeggen: ‘It’s about their personal subjective perspective’.

Portretfoto van Giuseppe Carrà

 

D.U.R.E.S.S. staat voor Drug Use Recovary Environment and Social Subjectivity. Doel is te kijken welke factoren een rol spelen bij succesvol afkicken en re-integreren. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de 3 deelnemende landen: Italië, Frankrijk en Portugal. Volgens professor Carrà, van de University of Milano-Bicocca, is aan dit onderzoek vooral het gebruik van original and mostly unexplored sources, bijzonder.

Dagboeken

Eén van dergelijke bronnen bestaat uit gezondheidsdagboeken van mensen die in behandeling voor hun verslaving zijn. Cliënten in de 3 genoemde landen houden 6 maanden dagelijks een dagboek bij. Ze beschrijven daarin hoe hun persoonlijke beleving is voor, tijdens en na de behandelingsperiode. Carrà: ‘We want to learn from there subjective experiences. How is treatment working for them? How is there mood? How do they feel?’ Het bijzondere hieraan is dat er gebruik wordt gemaakt van kwalitatieve onderzoeksgegevens, terwijl verslavingsonderzoek meestal gebaseerd is op kwantitatieve gegevens. ‘It’s a radical different view’, says Carrà. ‘These personal diaries will provide the basis for data collection in our study. They will of course be analysed and we will conduct additional interviews with some of our diarists.’

Focusgroepen

Een volgende stap is dat mede op basis van de analyse van de dagboekteksten, focusgroepen worden georganiseerd met 8 of 9 deelnemers, allen (voormalige) drugsgebruikers. Ook hier staat weer de subjectieve beleving van de deelnemers centraal. In deze focusgroepen bespreken de onderzoekers met de deelnemers de belangrijkste thema’s die uit de dagboeken naar voren kwamen. Carrà: ‘For these groups we will use trained and experienced research moderators. It’s extremely important to ensure confidentiality and to offer a comfortable, quiet and private surrounding free from distractions.’

Societal actors

Een andere bron van informatie vormen de mensen die lopende het project veel contact hebben met de cliënten. ‘These societal actors can be relatives, members of services staffs or NGO-volunteers’, legt Carrà uit. In individuele diepte-interviews wordt deze mensen gevraagd naar hun beleving van de periode waarin de cliënten trachtten te herstellen. Wat vonden zij van de behandeling? Hoe vonden zij de cliënten reageren? ‘Of course we wil compare these statements with the subjective experiences of the cliënts. Is there a gap? Do they think or interpreted differently?’vertelt Carrà. ‘For example, we want to know if the cliënts did get what they felt they needed. And if not, why not.’

Ook kwantitatieve gegevens

Al deze kwalitatieve gegevens worden uiteindelijk gerelateerd aan kwantitatieve gegevens over plaatselijke omgevingsfactoren. Carrà: ‘Social circumstances differ. There may be social environmental factors involved. For example the area where people live. Is it a deprived area or an affluent area? Does this influence the subjective experiences during treatment?’ Tot slot zijn er ook nog verschillen tussen de 3 landen die in het onderzoek worden verwerkt. ‘We will try to understand how different cultures, national environments and countries' specific policy settings interact with recovery and socioeconomic reintegration.’

Data analyse

Het analyseren van alle data wordt een forse klus waarbij wetenschappers uit verschillende disciplines samenwerken. ‘Ultimately, the question is how the integration of socioenvironmental aspects into therapeutic processes can improve recovery outcomes and the reintegration of former drug users’, zegt Carrá. ‘For example, what is the role of social capital, of family, community, informal care, work and housing, self-regulation or self-stigma?’

Uitkomsten

Carrà zegt dat het hem uiteindelijk te doen is om meer wetenschappelijk onderbouwde behandelingen: ‘Of course we hope to find ways to improve or reshape excisting therapeutic services. Client experiences will give clues for a more human, and more effective treatment.’ Hij is ook zeer tevreden met het onderzoeksteam: ‘We are lucky to be working with so many distinguished members of the international research community, in particular Tim Greacen from France, Marta Pinto from Portugal and Giovanni Viganò from Italy. The scientific quality of our research partners is extremely high. We can learn from the differences between our countries. At the end, this research program will help to understand both the EU-bodice and single member states how to improve the effectiveness of treatment.’ 

ERANID

Het European Research Area Network on Illicit Drugs (ERANID) is een internationaal samenwerkingsverband in het kader van de Europese Unie. Het is gericht op het toegankelijk maken van bestaande kennis op het gebied van drugsgebruik en het uitzetten van onderzoek op gebieden waar nieuwe kennis nodig is. In ERANID werken verschillende wetenschappelijke disciplines en diverse Europese landen samen. ZonMw is namens Nederland één van de partners in het samenwerkingsverband en coördineert het traject.

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website