Het ministerie van VWS heeft ons opdracht gegeven voor het formuleren van een vervolg op het programma Antibioticaresistentie voor de periode 2022-2025.

De komende tijd zullen wij belangrijke stakeholders consulteren over:

  • de toepassing van de opgedane kennis tot nu toe
  • onderzoeksvragen uit de praktijk van onder andere de curatieve en de langdurige zorg

Het programma zal ook open staan voor onderzoeken naar resistentie tegen antimicrobiële middelen en heeft dus een bredere scope dan het huidige programma Antibiotica Resistentie. VWS zal een budget van 9,6 miljoen euro beschikbaar stellen voor zowel een nationale als internationale aanpak.

Internationaal

Ook de Nederlandse bijdrage aan het Joint Programming Initiative on Antimicrobial Resistance (JPIAMR) en/of aan het One Health AMR Partnership onder Horizon Europe zal voortgezet worden in het nieuwe programma. Een snelle, internationale en multidisciplinaire aanpak van antimicrobiële resistentie draagt bij aan een optimale gezondheid van mens, dier en milieu (OneHealth).

Antimicrobiële resistentie

Het tegengaan van antimicrobiële resistentie en de ontwikkeling van nieuwe middelen en methoden om resistentie te voorkomen, is wereldwijd van groot belang. Onze programma's Priority Medicines Antimicrobiële Resistentie (AMR) en Antibioticaresistentie (ABR) hebben als doel een bijdrage te leveren aan het beheersen en oplossen van de problematiek van antimicrobiële resistentie. Vanuit verschillende aandachtsgebieden is hieraan gewerkt. Binnen beide programma's en onze bijdrage aan JPIAMR zijn in totaal 93 projecten gehonoreerd.

Micro-organismen (zoals bacteriën, schimmels, virussen en parasieten) veranderen en worden resistent als zij worden blootgesteld aan medicijnen. Het risico bestaat dat mensen overlijden aan een onschuldige infectieziekte als een blaasontsteking omdat de bacterie niet gevoelig is voor antibiotica. Wij financieren onderzoek, verspreiden de kennis die onderzoek oplevert en stimuleren de toepassing van die kennis.

Succesvolle aanpak

Een mooi voorbeeld van een succesvolle aanpak is het project RAPDIF, gefinancierd door onder andere het programma AMR. Onderzoekers uit Nederland en Burkina Faso ontwikkelden een nieuwe malariatest. Zij zochten uit welke bacteriën, naast de malariaparasiet, koorts uitlokken. Het RAPDIF-onderzoek werd uitgevoerd bij jonge kinderen in Burkina Faso die koorts hebben.

Onderzoekscoördinator dr. Henk Schallig en zijn internationale team ontdekten dat deze kinderen vaak antibiotica én malariamedicijnen krijgen, ook als niet duidelijk is wat de achterliggende oorzaak van de koorts is. ‘Uit ons onderzoek blijkt dat in 50 tot 90% van de gevallen antibiotica-behandeling niet helpt bij die kinderen'. Dankzij hun nieuwe malariasneltest krijgen zieke kinderen met koorts in Afrika de juiste diagnose en de juiste medicatie. Hierdoor helpen we antimicrobiële resistentie een halt toe te roepen. Henk Schallig ontving daarvoor een ZonMw Parel.

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website