De resultaten van 4 verdiepende onderzoeken van het ZonMw-programma Longitudinale effectmonitor JeugdzorgPlus zijn nu beschikbaar. Het onderzoek is uitgevoerd op 3 onderwerpen: gezinsgericht werken, follow-up en meisjes binnen JeugdzorgPlus.

Werkt gezinsgericht werken?

Ja, het lijkt erop dat gezinsgericht werken in de JeugdzorgPlus positieve effecten heeft. Bij jongeren in JeugdzorgPlus-instellingen is vaak sprake van ernstige, complexe problemen. Bij een effectieve behandeling van deze problemen is er aandacht voor het sociale systeem van de jongere. Dit onderzoek heeft in kaart gebracht op welke manier JeugdzorgPlus-instellingen ouders betrekken, welk effect dat heeft en door welke factoren dat effect wordt beïnvloed. Er blijkt al veel contact met ouders te zijn vanuit de instellingen. Wel verschillen instellingen in de mate van gezinsgericht werken, in hoe competent medewerkers zich hierin voelen en hoe ze denken over het betrekken van ouders.

Op leefgroepen waar meer gezinsgericht wordt gewerkt, is het verblijf van jongeren korter, gaan zij vaker terug naar huis en wordt vaker gezinstherapie ingezet. Gezinsgericht werken lijkt voor verschillende groepen jongeren en ouders even positief te zijn. Gezinstherapie wordt nog relatief weinig ingezet. Hier lijkt ruimte voor verbetering.

Follow-upmeting en respons

Het doel van de Monitor JeugdzorgPlus is meer inzicht krijgen in het resultaat van begeleiding en behandeling in de gesloten jeugdzorg. De follow-upmeting, zes maanden na het verblijf in JeugdzorgPlus, is daarom belangrijk.

7 van de 12 JeugdzorgPlus-instellingen verzamelen follow-upgegevens, waarbij de non-respons hoog is (gemiddeld 62%). Volgens deskundigen is voor een hogere respons bij follow-up een investering nodig in kennisgedreven werken, waarbij de verzamelde gegevens worden gekoppeld aan betrokkenen. Hierdoor kan een gevoel van eigenaarschap ontstaan dat noodzakelijk is voor een succesvolle follow-upmeting. Jongeren hechten niet zozeer aan de inhoud maar vooral aan contact met vertrouwde relaties uit de tijd in JeugdzorgPlus. 

Lees de rapportage 'Follow-upmeting monitor JeugdzorgPlus. Achtergronden bij de responscijfers'

Meisjes binnen JeugdzorgPlus

Binnen het onderwerp Meisjes binnen JeugdzorgPlus zijn twee projecten uitgevoerd.

Genderverschillen in problematiek, behandelplan en genderspecifiek werken 

In dit project is onderzoek gedaan naar genderverschillen in problematiek, behandelplan en genderspecifiek werken. Hoewel jongens en meisjes vaak om dezelfde redenen in JeugdzorgPlus worden geplaatst, laat dit onderzoek zien dat meisjes vaker dan jongens worden geplaatst vanwege zorgen over loverboy-problematiek en verstoorde seksuele ontwikkeling. Jongens worden vaker geplaatst vanwege externaliserende problematiek.

In JeugdzorgPlus-instellingen lijkt er een toenemende focus op meisjes en meisjes-specifieke problematiek. In veel gevallen heeft de behandeling in JeugdzorgPlus-instellingen een genderspecifieke focus. Het is belangrijk dat de behandeling aansluit bij de risico’s, problematiek en behandelbehoeften van de jongere.

Lees de rapportage 'Meisjes in JeugdzorgPlus. Een onderzoek naar genderverschillen in problematiek, behandelplan en genderspecifiek werken'.

Doelgroep kenmerken en de mate van sekse-specifiek werken

Dit onderzoek was ook gericht op de mate van gendersensitiviteit in de behandelplanning. 

Behandeling in residentiële jeugdhulp is van oorsprong gebaseerd op gedragsproblematiek bij jongens, omdat vooral jongens een hoge mate van antisociaal gedrag en delinquentie laten zien. In dit onderzoek is gekeken in hoeverre er sprake is van sekse specifieke behoeften van jongens en meisjes in de behandeling binnen JeugdzorgPlus. Daarnaast is bekeken of hier in de behandeling rekening mee wordt gehouden.

Resultaten laten zien dat er verschillen zijn tussen jongens en meisjes in de problematiek bij opname. De problematiek kan liggen op zowel het individuele als op gezins- en omgevingsdomein. De problematiek bij meisjes is gelijkmatiger en meer verspreid over de domeinen. Meisjes ontvangen vaker een gezinsinterventie dan jongens, voor individuele interventies is geen verschil. Wel zijn er verschillen in type interventies die bij jongens en meisjes worden ingezet. Deze interventies lijken aan te sluiten bij de verschillen in problematiek tussen jongens en meisjes. In de dossiers zijn weinig sekse-specifieke handelingsadviezen terug te vinden, maar uit interviews met professionals blijkt dat het handelen afgestemd wordt op de specifieke unieke behoeften van een jongere.

Lees de rapportage 'Meisjes in JeugdzorgPlus: Doelgroep kenmerken en de mate van sekse specifiek werken'.

ZonMw-programma Longitudinale effectmonitor JeugdzorgPlus

Met de monitor JeugdzorgPlus wordt op een onafhankelijke wijze meetbare en vergelijkbare gegevens verzameld over de jongeren die verblijven in de JeugdzorgPlus-instellingen. Halfjaarlijks wordt door Jeugdzorg Nederland een landelijke rapportage opgesteld op basis van gegevens uit de monitor JeugdzorgPlus. Met de informatie die de monitorrapportages opleveren worden onderzoekshypothesen geformuleerd en onderzocht. De tweede fase van het ZonMw-programma is bedoeld voor verdiepend onderzoek.

Meer weten?

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website