Professionals in de JeugdzorgPlus, de gesloten 24-uurszorg voor jongeren met ernstige gedragsproblematiek, voelen zich vaak niet gehoord. Ook ervaren ze dat hun ‘vakmensschap’ onvoldoende wordt erkend en herkend. Om te voorkomen dat jongeren in de JeugdzorgPlus (verder) in de knel komen, is het nodig dat er beter geluisterd wordt naar de groepsleiders die hier werken. En dat er oog is voor wat zij nodig hebben om dit complexe en specialistische werk goed uit te voeren. Dit blijkt uit recent onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) en het Verwey-Jonker instituut.

Tweejarig onderzoek naar het werk en arbeidsomstandigheden

In JeugdzorgPlus-instellingen worden jongeren met ernstige gedragsproblematiek begeleid. Het werk in deze (vaak gesloten) instellingen vraagt veel van professionals. Het vereist een breed palet aan kennis, vaardigheden en houding om jongeren optimaal te ondersteunen. In een tweejarig onderzoek zijn het werk en de arbeidsomstandigheden in de JeugdzorgPlus bestudeerd. En is er gekeken naar de competenties die bij het beroep van de jeugdprofessional horen. Ook is onderzocht aan welke veranderingen het beroep van jeugdprofessional in de JeugdzorgPlus onderhevig is. In het rapport ‘Werken aan de toekomst van JeugdzorgPlus’ zijn de bevindingen, aanbevelingen inclusief een samenvattend rapport gepubliceerd.

Professionals voelen zich niet gehoord

Het Lectoraat Samenwerkende Professionals van de HvA onderzocht hoe groepsleiders in de JeugdzorgPlus de kwaliteit van hun werk ervaren. En welke ideeën zij zelf hebben om deze te verbeteren. Ze haalden zelden gehoorde ervaringen van groepsleiders op tussen voorjaar 2020 en voorjaar 2021. Het tweede deel van het onderzoeksrapport heeft als titel ‘Ongehoord’ omdat een belangrijke uitkomst is dat de professionals in de JeugdzorgPlus zich vaak letterlijk niet gehoord voelen. En dat hun vakmensschap in onvoldoende mate wordt erkend en herkend. Het onderzoek geeft een inkijk in de praktijk van groepsleiders in de JeugdzorgPlus die elke dag met overtuiging, toewijding en ook humor, hun moeilijke en verantwoordelijke taken uitvoeren. Ondanks de vaak zware omstandigheden waarin zij hun werk verrichten.

Competenties voor werken in de JeugdzorgPlus

Het Lectoraat Jeugdzorg van de HvA deed onderzoek naar de competenties die bij het beroep van deze jeugdprofessionals horen. Het derde deel van het onderzoeksrapport ‘Competenties voor werken in de JeugdzorgPlus’ laat zien dat het om zeer specialistisch werk gaat. Het vergt specifieke expertise, grote flexibiliteit en het vermogen om bewust te handelen jegens zowel individuele jongeren als de groep als geheel. Om het werk vol te kunnen houden is naast goede zelfzorg, vooral goede ondersteuning nodig, evenals mogelijkheden om te leren op de werkvloer. Het rapport geeft bovendien een gedetailleerd overzicht van 4 centrale competenties, die zijn uitgewerkt in kernelementen en -activiteiten.

Werken aan de toekomst van JeugdzorgPlus

De beide onderzoeksrapporten zijn onderdeel van een drieluik met de titel ‘Werken aan de toekomst van JeugdzorgPlus’ onder penvoerderschap van het Verwey-Jonker Instituut, uitgevoerd in opdracht van ZonMw. Het eerste deel van het drieluik ‘Het brede arbeidsmarktperspectief in de JeugdzorgPlus’ werd uitgevoerd door het Verwey-Jonker Instituut en richt zich op het bredere arbeidsmarktperspectief van de jeugdzorgprofessional. Het samenvattend rapport ‘Werken aan de toekomst van JeugdzorgPlus’ geeft inzicht in de factoren die het werken in de JeugdzorgPlus aantrekkelijk kunnen maken en houden.

ZonMw-programma Longitudinale effectmonitor JeugdzorgPlus

ZonMw raadpleegt voor het uitzetten van onderzoeksvragen het ministerie van VWS en de JeugdzorgPlus-instellingen. Deze overkoepelende onderzoeksvraag naar werken in de JeugdzorgPlus is in overleg met hen geformuleerd. Het project is vanuit het programma Longitudinale effectmonitor JeugdzorgPlus gefinancierd.

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website