Hoe leren verpleegkundigen en verzorgenden op de werkplek? Hoe brengen ze nieuwe kennis in praktijk? Niemand die het echt weet, zegt Jeroen Dikken, senior onderzoeker en hoofddocent verpleegkunde aan de Haagse Hogeschool. Het Connect-project onderzoekt dat nu met een leerinterventie over voeding en ondervoeding. Dat levert nuttige nieuwe inzichten op.

Jeroen Dikken

 

Kwetsbare ouderen zijn vaak ondervoed. Daardoor functioneren ze minder goed en herstellen ze slechter na ziekte. Dat laat onderzoek zien. Des te belangrijker is het dat verpleegkundigen en verzorgenden in de gaten houden wat hun patiënten en cliënten eten en drinken. Toch doen ze dat vaak niet. Ze vinden ‘voeding’ meer iets voor de diëtist, weten er te weinig van en hebben vaak stereotiepe ideeën over ouderen en eten. ‘Dat weten we uit een studie van promovenda Debbie ten Cate,’ vertelt Jeroen Dikken.

Kennisspel

Het thema voeding is daarom uitgekozen voor de Connect-studie, onderdeel van Ten Cate’s promotieonderzoek. Daarin gaat het om de vraag hoe verpleegkundigen en verzorgenden op de werkvloer door (bij)scholing leren. Veel deskundigheidsbevordering bestaat tegenwoordig uit e-learningmodules, zegt Dikken, maar het rendement daarvan is onduidelijk. De Connect-studie maakt gebruik van een bestaande leerinterventie: de game Redgrasp op het gelijknamige online platform waarop medische protocollen en richtlijnen zijn vertaald naar games.  

Een keer klikken

Samen met deskundigen en vertegenwoordigers van de doelgroep formuleerden en testten de onderzoekers 30 stellingen over voeding en ondervoeding bij ouderen. Deelnemers aan de studie – in totaal 341 verpleegkundigen en verzorgenden van 5 ziekenhuisafdelingen en 9 wijkteams – kregen 6 weken lang elke werkdag één stelling in hun mailbox. Zoals: ‘Ouderen genieten minder van eten omdat hun waarneming, geur en smaak verminderen.’ Ze hoefden enkel met ‘waar’ of ‘onwaar’ te reageren. Na doorklikken kregen ze meteen het antwoord. Ze konden ook de bron raadplegen. Al met al kostte reageren slechts 15 seconden per dag.

Leuke manier van leren

Van de deelnemers bleef 80% dagelijks meedoen. Ze vonden dat heel leuk, vertelden ze in de focusgroepen na afloop, al baalden ze wel als bleek dat hun antwoord fout was. ‘Dat is mooi! Want als je boos wordt omdat je het antwoord fout hebt, dóet het iets met je. Daardoor praatten ze er op hun werk over door. Dan leer je met elkaar. Ook over het leren in kleine beetjes waren ze positief.’

Geen verschillen

De deelnemers zeiden ook dat ze anders waren gaan werken. Maar uit dossieranalyses en observaties vóór en ná de leerinterventie bleken die verschillen in werkwijze niet. Dat effect zie je vaak na scholingen, zegt Dikken. ‘Deelnemers hebben het gevoel veel geleerd te hebben, maar ze gebruiken die kennis niet vanzelfsprekend in de praktijk. Ze vallen snel terug op oude gewoontes.’

In stukjes of ineens?

De 30 stellingen zijn ook in een vragenlijst in één keer via internet voorgelegd aan anonieme deelnemers. Zo kijken de onderzoekers ook of kleine beetjes kennis per keer aanbieden beter werkt dan veel kennis ineens. ‘Als blijkt dat kennis beter blijft hangen wanneer je elke dag één vraag beantwoordt dan als je alle kennis ineens voorschotelt, hebben eenmalige e-learningmodules weinig nut.’

Spelelement

Analyse van alle verzamelde data loopt nog. Dikken concludeert alvast dat alléén kennis aanbieden niet volstaat om verpleegkundigen en verzorgenden anders te laten werken. ‘We weten ook al dat het belangrijk is leren aantrekkelijk te maken met een spelelement en beter beklijft als de student er met collega’s over in gesprek gaat. Het onderzoek zal zeker nog meer bruikbare inzichten opleveren. Straks weten we veel meer over leren op de werkplek en hoe je dit kunt bevorderen.’

Ook interessant:

Dit artikel stond in de nieuwsbrief Kwaliteit van Zorg, editie april 2019. Wilt u de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan aan.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website