“De patiënt en diens naasten ervaren aandacht voor wat voor hen van betekenis is en ontvangen passende ondersteuning bij spirituele en existentiële vragen en behoeften”, zo luidt de standaard in het Kwaliteitskader palliatieve zorg.

Spiritualiteit en/of geestelijke verzorging speelt een belangrijke rol in hoe mensen omgaan met ziekte of kwetsbaarheid. Ook speelt het een rol in hoe mensen innerlijke rust ervaren en inzicht verwerven over wat van waarde is voor hun leven. De confrontatie met de dood en beperkingen op fysiek, psychisch en/of sociaal gebied hebben invloed op het ervaren van doel en betekenis van het leven. Vaak leidt deze confrontatie tot het opnieuw waarderen van het levensverhaal. Dit kan gepaard gaan met een spirituele worsteling of leiden tot een verrijking van het levensverhaal. Voor de meesten is het een combinatie van beide. De tijd en ruimte die iemand nodig heeft om de confrontatie met de dood en beperkingen onder ogen te zien en een plaats te geven in het leven, verschilt per individu.
Aandacht voor wat voor de patiënt van betekenis is, houdt volgens het kwaliteitskader in dat1 :

  1. Aandacht voor spiritualiteit een fundamenteel onderdeel is van patiënt- en naastengerichte zorg, die recht doet aan de waardigheid van alle betrokkenen.
  2. De zorgverlener zich bewust is van eigen waarden en overtuigingen, erkent dat zijn eigen spiritualiteit deel uitmaakt van zijn professionele functioneren en zijn persoonlijke waarden, spirituele en existentiële overtuigingen niet oplegt aan patiënten, naasten of collega’s.
  3. Zorgverleners gerichte scholing hebben gevolgd, in staat zijn spirituele behoeften te signaleren en over (basis-)vaardigheden beschikken voor het verlenen van spirituele zorg.
  4. In de communicatie met de patiënt en diens naasten respect wordt getoond voor hun spirituele overtuigingen, uitingen en rituelen.
  5. De zorgverlener aandacht heeft voor het levensverhaal van de patiënt en in staat is om te herkennen waar de patiënt zin en betekenis aan ontleent of is kwijtgeraakt. De zorgverlener heeft aandacht voor de waarden, wensen en behoeften met betrekking tot het spiritueel welbevinden van de patiënt en diens naasten en inventariseert met welke aspecten zij willen dat zorgverleners rekening houden in de zorg die zij bieden.
  6. De zorgverlener aandacht heeft voor wat de patiënt en diens naasten raakt en beweegt in de confrontatie met ziekte en verlies, in staat is om spirituele nood of existentiële crisis te herkennen en deze, zo nodig met behulp van (gevalideerde) meetinstrumenten, nader in kaart te brengen. Onderwerpen die de patiënt en diens naasten bezig kunnen houden zijn onder meer:
  • angst, verdriet, berusting, boosheid en verzet in relatie tot het ervaren van zin en betekenis;
  • het zoeken naar betekenis in het verleden (levensverhaal), het heden (van betekenis zijn/of betekenis ervaren ook als je ziek bent) en de toekomst (afscheid en de dood);
  • existentiële- en zingevingsvragen, vragen over identiteit, lijden en dood, schuld en schaamte, verzoening en vergeving, vrijheid en verantwoordelijkheid, hoop en wanhoop,  liefde en vreugde, behoefte aan rituelen;
  • de meest waardevolle zaken voor een persoon zoals de relatie tot zichzelf, naasten, cultuur, ethiek en moraal en het leven zelf;
  • levensbeschouwelijke overwegingen en fundamenten; geloof, overtuiging, de relatie tot het zichzelf overstijgende of goddelijke en de natuur;
  • belemmeringen en risico’s voor spiritueel welbevinden.
    In overleg met de patiënt en diens naasten neemt de zorgverlener passende en preventieve maatregelen. Ongeacht waar de patiënt zich bevindt, wordt indien gewenst of nodig (onder meer in het geval van een crisissituatie) een expert ingeschakeld.
  1. De patiënt en diens naasten de ruimte krijgen voor het beleven van hun eigen levensbeschouwelijke overtuiging en voor wie zij in dit kader willen ontmoeten. Waar gewenst krijgen zij (professionele) ondersteuning bij voor hen belangrijke gebruiken en rituelen.
  2. In afstemming met de patiënt en diens naasten bepaald wordt wat met betrekking tot het spiritueel welbevinden en spirituele nood van de patiënt en diens naasten wordt opgenomen in het individuele zorgplan en onder de aandacht gebracht moet worden bij overdracht van zorg.

1 Waar in de criteria spiritueel staat, wordt ook religieus en zingeving bedoeld.

Projecten Palliantie op het domein van de spirituele dimensie

Het Palliantie programma draagt met 15 projecten bij aan het kwaliteitskader palliatieve zorg op het gebied van geestelijke verzorging ofwel spirituele dimensie.

Lopende projecten op het domein van spirituele dimensie

Naast de drie PLOEG-projecten die in oktober 2018 gehonoreerd zijn, lopen er nog enkele projecten uit Palliantie. Meer dan Zorg. op het domein van de spirituele dimensie:

‘Als niet alles is wat het lijkt: Praten met patiënten en naasten over zingeving en betekenisgeving’ (844001304)
Dit project wil de spirituele zorg meer inbedden in de reguliere zorg. Door middel van een digitale werkplaats kan multidisciplinaire zorg worden geïmplementeerd in het zorgproces en kunnen professionals geschoold worden. Daarnaast worden implementatiecoaches opgeleid die de spirituele dimensie in Nederland kunnen implementeren (afronding project op 1 april 2019).

‘Spirituele zorg en rituelen in de eerste lijn’ (844001309)
In dit project wordt een trainingsmodule voor ritueel handelen ontwikkeld waarmee huisartsen en verpleegkundigen toegerust worden om de spirituele dimensie van mensen in de palliatieve zorg die thuis verblijven te ontsluiten. Dit project heeft als doel om spiritualiteit concreet te maken en de verlegenheid over spiritualiteit weg te nemen (afronding project op 1 april 2019).

‘DIAMAND: DIaloog op basis van het Ars Moriendi model voor autochtone en Allochtone Nederlanders en mensen met Dementie’ (844001504)
Het doel van dit project is om patiënten, naasten en zorgverleners te ondersteunen om samen in gesprek te gaan over wat van waarde is, steun en kracht geeft, en welke keuze passen bij de palliatieve fase. Het veelgebruikte gespreksmodel, het ars moriendi model, wordt verfijnd en aangepast zodat het aansluit bij verschillende groepen patiënten en ook de toegang tot spirituele en ethische zorg verbeterd (afronding project op 1 juni 2021).

‘Doorontwikkeling van het goede voorbeeld 'Proactieve palliatieve Zorgplanning' naar 'Proactieve Pallatieve zorgplanning 2020' (844001515)
In dit project wordt het bestaande goede voorbeeld ‘Proactieve palliatieve zorgplanning’ doorontwikkeld. Het project ontwikkelt een hulpmiddel voor patiënten om het gesprek met de arts voor te bereiden. Voor zorgverleners ontwikkelt het project een training waarin ze vertrouwd raken met het herkennen en verkennen van zingevingsvragen (afronding project op 1 maart 2021).

Bron: Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland, IKNL/Palliactief, 2017

Dit artikel stond in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg, editie april 2019. Wilt u de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan aan.

 

 

 


Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website