Het programma 'Palliantie. Meer dan zorg' wil de palliatieve zorg de komende jaren merkbaar verbeteren voor de patiënt en diens naasten. Daarvoor is het nodig de kwaliteit van zorg systematisch te monitoren. Kwaliteitsindicatoren zijn een bruikbaar instrument.

Inzicht in de kwaliteit van zorg krijg je door het meten van kwaliteitsindicatoren. Voor de palliatieve zorg zijn er wereldwijd diverse indicatorensets ontwikkeld. Volgens prof. dr. Anneke Francke, hoogleraar Verpleging en verzorging in de laatste levensfase (NIVEL en VUmc), is het tijd voor een goede selectie. ‘Het is verstandig om nu, aan het begin van het ZonMw-programma, te bedenken wat we in ieder geval moeten meten.’ Dr. An Reyners, medisch oncoloog aan het UMC Groningen: ‘We willen graag weten wat Palliantie de komende 5 jaar gaat bereiken. Maar we kijken ook al verder. Er is een indicatorenset nodig die structureel inzetbaar is en goed aansluit bij de dagelijkse zorgpraktijk.’

Koppelen van bestaande gegevens

Volgens Francke is het alvast mooi dat de Palliantieprojecten verplicht zijn om bepaalde indicatoren te meten. Dat levert op enige termijn goed vergelijkbare gegevens op over de kwaliteit van zorg en de verbeteringen die de projecten realiseren. ‘Maar we kunnen nog meer doen. Er worden op veel plekken al relevante gegevens geregistreerd. Denk aan de zorgregistraties in de eerste lijn, de CQ-index of de symptomendagboeken in de hospicezorg. Door de gegevens uit deze bronnen te koppelen, kun je interessante kennis verzamelen over kwaliteit.’

Dicht op de huid zitten

‘Een dergelijke methodiek is een vorm van retrospectief onderzoek’, aldus Reyners. Nog mooier is het volgens haar om ook prospectief onderzoek te doen. ‘Daarmee ga je heel dicht op de huid van de betrokken mensen zitten. Je volgt ze op de voet in het proces en bevraagt ze over hun overwegingen en keuzes. Dat levert relevante kennis op die je niet uit analyses van bestaande registraties haalt.’ Reyners licht het toe met een voorbeeld: ‘De meeste mensen geven aan thuis te willen sterven. Toch overlijden nog altijd veel mensen in het ziekenhuis. Is dat een bewuste keuze, of speelden er andere dingen waardoor het uiteindelijk toch ongewild zo uitpakte? Dat kom je alleen te weten als je betrokkenen ernaar vraagt en daaruit lessen trekt voor de palliatieve zorg.’

Nazorg kan beter

Volgens Francke en Reyners gaat er al veel erg goed. Duidelijke verbeterpunten zijn de nazorg en de steun aan naasten. Volgens Francke verliezen met name ziekenhuizen de naasten snel uit het oog zodra een patiënt is overleden. Terwijl goede palliatieve zorg ook nadrukkelijk om hen gaat. De zorg is dus niet ‘klaar’ na het overlijden. Reyners ziet dat de kwaliteit van de zorg te veel afhankelijk is van individuele betrokkenheid van zorgverleners. ‘Er is nog geen sprake van gestandaardiseerde zorg. Ik zou willen streven naar continue zorg, waarin iedereen weet waar hij of zij verantwoordelijk voor is.’
Anneke Francke en An Reyners zijn beiden (naast prof.dr. Agnes van der Heide en dr. Yvonne Engels) betrokken bij een initiatief van Palliantie om een impuls te geven aan het structureel meten van kwaliteitsindicatoren in de palliatieve zorg.

Dit artikel verscheen in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg juli 2015. Wilt u onze nieuwsbrief ontvangen? Meld u nu aan.

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website