Take-off is een subsidie van ZonMw en NWO die bedrijvigheid en ondernemerschap vanuit de Nederlandse kennisinstellingen stimuleert. En waarmee academische ondernemers onderzoeksresultaten naar de markt kunnen brengen. Marc van Moorsel is promovendus bij het UMC Utrecht en daarnaast COO van TargED Biopharmaceuticals. Dat bedrijf is, ondersteund door een Take-off subsidie in twee fasen, op weg om een baanbrekend medicijn dat bloedstolsels oplost te ontwikkelen. Hij vertelt over zijn ervaringen met Take-off.

Wat was je idee voor de innovatie?

Sommige bloedproppen zijn in bloedvaten niet snel op te lossen met bestaande medicatie. Wij hebben een eiwit ontwikkeld dat dit wel kan; het is inzetbaar bij de zeldzame auto-immuunziekte aTTP en ischemische beroerte.
Meestal eindigt een ontdekking met de publicatie van een artikel. Dat is een wetenschappelijk stuk tekst, maar nog geen product dat ooit een patiënt zal helpen om beter te worden. Er ontbreekt een vertaalslag tussen wat er in het lab van de academie wordt ontdekt en wat wordt opgepikt door farmaceuten om een product naar de patiënt te brengen. Het vormgeven van die vertaalslag beschouw ik als de innovatie.

Wat is er gedaan tijdens de haalbaarheidsstudie, fase 1?

Onderzoekers van CDL Research (UMC Utrecht), de afdeling waar ik promoveer, hebben een molecuul ontworpen, en de werkzaamheid in eerste instantie aangetoond met in vitro experimenten. Om überhaupt een kans op vervolgstappen te behalen, heb je in vivo-data (tests op levende organismen) nodig. Dat kun je via de wetenschappelijke weg proberen: een universiteit die de juiste in vivo ziektemodellen heeft lopen voorstellen om samen een artikel te schrijven. Of je betaalt er een commerciële partij voor. Voor ons was een combinatie mogelijk; door Take-off hadden we budget waarmee we ook wat ondersteunende mogelijkheden konden bieden richting de andere (in ons geval academische) partij; we zijn er serieus mee bezig, we denken dat dit een potentieel nieuw medicijn is. Als jullie voor ons de in vivo proof-of-concept (POC) studies doen, kunnen wij bijdragen in de kosten. Daarvoor zijn we terechtgekomen bij een expertise centrum met een voor ons geschikt diermodel: de KU Leuven (afdeling Kortrijk) in België. En er is alsnog een wetenschappelijke samenwerking uit gekomen. Het artikel wordt binnenkort gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Blood, waarbij we allemaal als auteurs worden vermeld.

Wat waren de grootste uitdagingen tot nu toe?

In eerste instantie; het vinden en kiezen van het juiste model om het medicijn te kunnen testen. Vervolgens de partij die dat in beheer heeft overtuigen de studie voor ons te doen. Het uitvoeren van zo’n studie gaat om tienduizenden euro’s waarvoor Take-off een perfect instrument is. Vervolgens: hoe maak je een eerlijke vergelijking met wat er op de markt is en wat is er, volgens internationale regels, nodig om het medicijn op de markt te krijgen? Van die stappen hadden we weinig verstand. Daarvoor hebben we uiteindelijk een industriële compagnon gevonden die weet hoe je van een proof-of concept (POC) in een dier naar POC in een mens kan komen. Met de drie collega’s uit het UMC en hem hebben we ons bedrijf opgericht. Die industriële ervaring leidde tot het opzetten van een klinische strategie en een productie strategie: hoe zorgen we voor optimale en schaalbare productie die voldoet aan alle kwaliteitseisen. Dan moet je weer bij een andere partij zijn; een industriële productiepartner.
Vervolgens ging een groot deel van Take-off 2 over in welke cel het medicijn kan worden gemaakt. Dat is allemaal kennis en kunde die wij niet in huis hadden, terwijl ons nieuwste collega dit al meermaals had gedaan. Het vinden van zo’n collega met deze kennis was een enorme horde, maar essentieel voor de succeskansen van een dergelijk wetenschappelijk initiatief. We hebben dit allemaal met die 250.000 euro subsidie opgestart. En met dit verhaal naar investeerders gegaan, met de vraag om de vervolgstappen, die tientallen miljoenen kosten, mogelijk te maken.

Het product dat bloedstolsels afbreekt: Microlyse

Microlyse is een medicijn tegen bloedproppen; verstoppingen in een bloedvat. Die komen voor bij allerlei ziektes: hart- en herseninfarcten, in de longen bij COVID-19, maar ook bij ziekten gekenmerkt door trombose in de kleinste bloedvaten.
Microlyse wordt intraveneus ingebracht en lost van binnenuit de prop op en herstelt daarmee de toevoer van zuurstof en voedingstoffen naar weefsels en organen.
Sinds eind jaren 90 is het medicijn tPA op de markt; dat werkt door toedienen van een ‘overdosis’ aan een lichaamseigen enzym dat bloedproppen in het bloedvat afbreekt. Sommige bloedproppen blijken echter ongevoelig voor afbraak door tPA. Dat heeft te maken met de opbouw van de prop; waar tPA onderdeel A van de prop aanpakt maar onderdeel B onaangetast laat, doet Microlyse dat met beide onderdelen.
Beide middelen activeren het enzym plasmine dat als schaartje werkt om de prop op te lossen. Maar als onderdeel A van de prop in het vat niet toegankelijk is voor tPA of ontbreekt, kan het de plasmine niet activeren. Uit onderzoek blijkt dat onderdeel A vaak aan de binnenkant van een prop zit. Daarentegen is onderdeel B altijd aanwezig én bereikbaar voor Microlyse vanuit het bloedvat. Door onderdeel B aan te pakken, breekt Microlyse de prop effectiever en sneller af.

Het onderliggende patent van Microlyse biedt ruimte voor allerlei toekomstige varianten, maar het kan nu al het verschil maken in een groot aantal ziektes. Dat wekt vertrouwen bij investeerders die het bedrijf momenteel benadert voor de financiering van vervolgstudies.

Wat moet er nog gebeuren voordat het medicijn op de markt is?

Als eerste aantonen dat productie van het medicijn in grote hoeveelheden schoon en zuiver kan gebeuren. Tweede stap is de toxiciteitstests bij dieren; tenslotte klinische studies in mensen. We hopen in 2027 klaar voor de markt te zijn. Er zullen nog tientallen miljoenen euro’s doorheen gaan voordat we op het punt zijn dat we toelating tot de markt kunnen verwachten; en dan moet alles perfect verlopen. Er blijft een kans dat er een grotere klinische fase 3-studie nodig is, die twee jaar vertraging oplevert. Maar als dit lukt, dan is Microlyse een middel met wereldwijde impact. Omdat trombose bij zoveel ziektes de onderliggende oorzaak is.

Tips voor andere Take-off aanvragers?

Zeker bij Take-off 2: weet wat er ná die fase nodig is om vervolgstappen te kunnen zetten. Dan is de eerste 250.00 van Take-off 2 fantastisch en kun je een eerste kritische stap doen. Bij het vervolgtraject naar de markt heb je investeerders nodig. Breng in kaart hoeveel je voor 1-4 jaren na Take-off 2 nodig hebt voor de volgende stappen. Als je zo’n visie hebt bij het schrijven van je businessplan, dan maak je een grotere kans je plan gehonoreerd te krijgen. De beoordelingscommissie zal zien dat je de Take-off als springplank gebruikt, wat precies met de doelstelling overeenkomt. En gebruik de kern van je aanvraag voor de subsidie later ook om investeerders te overtuigen.

Take-off: twee fasen

Fase 1: haalbaarheidsstudies

Voor een haalbaarheidsstudie kunnen onderzoekers in dienst van universiteit of NWO-onderzoeksinstituut binnen Take-off een financiering aanvragen van 20.000 tot maximaal 40.000 euro. Daarmee kan een haalbaarheidsstudie worden gedaan naar de commerciële toepassing van vernieuwende ideeën en de start van bedrijvigheid op basis van kennisinnovaties uit kennisinstellingen. Een haalbaarheidsstudie leidt tot een rapportage met daarin de mogelijkheden van een start-up.

Fase 2: vroegefasetrajecten

Take-off vroegefasetrajecten verstrekt subsidies in de vorm van een geldlening tot een maximum van € 250.000 aan start-ups voor de uitvoering van vroegefasetrajecten op basis van kennisinnovaties uit Nederlandse universiteiten en de door NWO erkende onderzoeksinstituten. Voor Take-off vroegefasetrajecten worden subsidies in de vorm van een geldlening verstrekt, waarover rente verschuldigd is. Het onderdeel vroegefasetrajecten is uitsluitend bedoeld voor innovatieve nieuwe bedrijvigheid. Bij het indienen van een aanvraag voor een vroegefasetraject moet een haalbaarheidsrapport meegestuurd worden. Dit kan het resultaat zijn van een Take-off fase 1 zijn, maar mag ook op andere wijze zijn verkregen.

Lees meer over de Take-off subsidie.

Meer informatie

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website