Binnenkort starten nieuwe onderzoeken naar het risico van een infectieziekte die wordt overdragen door een mug, teek of vleermuis. Daarmee wordt de kennis vergroot over non-alimentaire zoönosen. Dit is belangrijk omdat meer en nieuwe ziektekiemen in Nederland een risico vormen door gedrags- en klimaatveranderingen.

tijgermug

Overdraagbare infectieziekten van dier naar mens

ZonMw financiert onderzoek naar incidentie, prevalentie en verspreiding van naar infectieziekten die buiten de voedselketen (non-alimentair) om van dier naar mens overdraagbaar kunnen zijn (zoönosen). Het doel is om het aantal besmettingsbronnen terug te dringen en ziektegevallen te voorkomen.

Vroegsignalering

Het risico van de introductie in Nederland van infectieziekten die worden overdragen door muggen, vleermuizen of teken staat centraal in 4 langlopende projecten en een pilotproject:

  • De mug. Een langlopend project onderzoekt niet alleen incidentie en prevalentie van het zikavirus in Nederland. Het gaat in het laboratorium ook na hoe het virus zich in de cellen van mug en mens gedraagt. En in hoeverre welke soorten muggen bij welke temperaturen het virus kunnen verspreiden. Een pilotproject maakt gebruik van een App om kennishiaten in te vullen over reisgerelateerde import van door muggen overgedragen ARBO-virussen bij gezonde reizigers.
  • De vleermuis. Vleermuizen kunnen een hoog risico voor zoönosen zijn vanwege hun soortenrijkdom, kuddegedrag en de neiging in de nabijheid van de mens te leven. De zoönotische bedreiging van vleermuizen in Nederland is echter nog onduidelijk. Dit project onderzoekt de virale diversiteit in vleermuizen en het zoönotische risico van deze virussen.
  • De teek. Twee langlopende projecten onderzoeken incidentie en prevalentie van teken-encefalitis en andere door tekenbeten overgebrachte ziektes. Een van de doelen van de onderzoeken is een verbeterde risico-inschatting, adviezen/richtlijnen en diagnostiek. Onderzoek naar de ziekte van Lyme heeft binnen ZonMw een eigen programma.

One Health

Bij een van de gehonoreerde projecten onderzoekt een multidisciplinair team de transmissie van Campylobacter, via de omgeving. Campylobacter is een van de belangrijkste zoönose in Europa. De disciplines humaan, veterinair en milieu werken in dit project samen (One Health). Voor de bestrijding van zoönosen is zo’n geïntegreerde aanpak van belang.

Rabiës

Op preventie van rabiës (hondsdolheid) richten 2 gehonoreerde pilotstudies zich:

  • Een kostenbatenanalyse: leidt een enkele dosis van rabiësvaccin even snel en adequaat tot een anamnestische antilichaamrespons als een 3-dosis vaccin?
  • Wie loopt het meest gevaar rabiës op te lopen? Hoe kan deze groep beter worden gewaarschuwd zodat de blootstelling aan rabiës vermindert?

De resultaten van beide studies kunnen grote invloed hebben op de klinische praktijk.

Risicoperceptie en –communicatie

Tot slot wordt onderzocht hoe verschillend experts, burgers en media risico’s van non-alimentaire zoönosen waarnemen. Ook wordt gekeken hoe de communicatie tussen de verschillende groepen verbeterd kan worden.

Negen projecten gehonoreerd

Internationale referenten en de programmacommissie hebben 9 subsidieaanvragen gehonoreerd:

  • 3 korte studies van 18 tot 24 maanden
  • 6 langer lopende projecten van 36 tot 48 maanden

Dit was de uitkomst van de beoordeling van 15 subsidieaanvragen. Deze 15 bleven over na de 1e beoordeling van de 28 projectideeën die waren ingediend. Aan de 2e subsidieronde ging een eerdere ronde vooraf. Van die 1e ronde binnen dit programma zijn 6 projecten in 2014 gestart.

Meer informatie


Naar boven
Direct naar: NavigatieDirect naar: InhoudDirect naar: Onderkant website