Jaarlijks sterven circa 20.000 vrouwen aan hart- en vaatziekten. Voor de overgang worden vrouwen beschermd door de werking van geslachtshormonen, maar na de overgang neemt het risico op hart- en vaatziekten snel toe. Door niet te roken, gezond te eten en te bewegen vermindert het risico op hart- en vaatziekten. Maar uit meerdere onderzoeken blijkt dat leefstijlinterventies minder effect hebben bij vrouwen. Waardoor komt dat?

Chantal Leemrijse is senior-onderzoeker Eerstelijnszorg bij het NIVEL. Met subsidie van de Hartstichting kijkt zij samen met onderzoeker Joke Korevaar welke leefstijlinterventies effectief zijn in het verlagen van het risico op hart- en vaatziekten bij vrouwen rond de overgang, en welke interventies vrouwen wel of niet goed vol kunnen houden. 

Haalbaarheid

Leemrijse: ‘Het is duidelijk dat leefstijlinterventies alleen werken als mensen die de rest van hun leven vol kunnen houden. Vrouwen in en rond de overgang hebben het in deze levensfase druk met hun gezin en werk, maar ook met de toenemende zorg voor hun ouders. Dit alles bij elkaar maakt een drastische leefstijlverandering, waarbij je 3 tot 5 keer per week sport bijvoorbeeld, meestal onhaalbaar.’ 

Maar kennis ontbreekt over wat effectief is voor vrouwen rond de menopauze. ‘Wij vonden vrijwel geen effectieve programma’s in de literatuur die zich specifiek richten op vrouwen in de overgang, dus daar is wel echt een kennislacune,’ benadrukt Leemrijse. ‘De interventies die we vonden die wél effectief waren, richtten zich op vrouwen aan het einde of na de menopauze. De vrouwen uit de focusgroepen vonden deze interventies niet passen bij hun klachten en niet haalbaar in te passen in hun huidige levens, waarin zij ook zorg- en werktaken vervullen.’   

Meer kennis

‘In Nederland zijn zo’n 1,2 miljoen vrouwen in de overgang. Vrouwen kunnen 30 tot 40 procent van hun leven postmenopauzaal zijn. Het gaat dus om een grote groep en een onderschat probleem,’ vertelt Leemrijse. Vrouwen kunnen moeilijk informatie vinden, weten niet goed of adviezen die zij op internet vinden kwalitatief goed zijn en missen handvatten om hun overgangsklachten en leefstijl aan te pakken. 

Leemrijse: ‘Ook de huisartsen, diëtisten en fysiotherapeuten uit ons onderzoek gaven aan specifieke kennis over klachten en goede leefstijladviezen voor deze doelgroep te missen. Zo zijn er aanwijzingen dat veel van de burn-outklachten bij vrouwen rond deze leeftijd eigenlijk aan de overgang te wijten zijn. Als dat klopt krijgen die vrouwen nu niet de juiste hulp. Hoewel het niet het hoofddoel van ons onderzoek was, was een belangrijke bevinding dat vrouwen zich in hun klachten niet altijd serieus genomen voelen door met name huisartsen. Ze krijgen te horen dat het er nu eenmaal bij hoort, ook al hebben ze veel klachten.’ 

Interventie als medicijn

De uitdaging is om minder intensieve, maar toch effectieve interventies te ontwikkelen die zijn afgestemd op de specifieke behoeften en gezondheidsproblemen van vrouwen in de menopauze. Dat moeten dus interventies zijn die het risico op hart- en vaatziekten aanpakken, maar óók ingaan op de klachten van het hier en nu.

Leemrijse: ‘De vrouwen die wij spraken hadden allemaal veel last van overgangsklachten als spier- en gewrichtspijn, stress en vermoeidheid. Wat hen motiveert is direct resultaat. Dus een interventie die direct stress en pijn vermindert en bij voorkeur een sociaal element bevat. Dat helpt om de leefstijlverandering vol te houden. Vermindering van overgangsklachten was voor deze vrouwen bijna nog belangrijker dan hun gezondheid op lange termijn.’

Meer lezen?

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website