Bevordert de Gezonde School-aanpak daadwerkelijk de gezondheid van leerlingen in het basis-, voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs? Dat is de kernvraag in de evaluatie van deze innovatieve aanpak, gesubsidieerd door ZonMw. Het onderzoek gaat begin april van start en wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband van negen GGD-en, de Universiteit van Maastricht, de Academische Werkplaatsen Limburg, Agora en Amphi, en TNO.

Geen eenvoudige opdracht

“We zijn allemaal ontzettend blij met deze subsidie”, vertelt Patricia van Assema. Zij is als universitair hoofddocent verbonden aan de vakgroep gezondheidsbevordering van de Universiteit Maastricht en is een van de kernonderzoekers in de evaluatie. “Het is geen eenvoudige opdracht, maar wel super relevant. We gaan niet alleen onderzoeken of de aanpak effectief is, maar ook wat nodig is om de aanpak effectief te laten zijn. We willen weten wat er precies gebeurt, zodat we ook adviezen kunnen geven over hoe de aanpak mogelijk verbeterd kan worden.”

De Gezonde School-aanpak

Gezonde School is een landelijk programma dat is bedoeld om via het onderwijs een gezonde leefstijl bij de Nederlandse jeugd te stimuleren. Het programma Gezonde School is een samenwerking tussen de po-raad, vo-raad en mbo-raad, GGD GHOR Nederland, RIVM, regionale GGD’en, de KVLO en gezondheidsfondsen. Het programma vormt een aanvulling op de reguliere ondersteuning door de GGD. Scholen kunnen via het programma Gezonde School financiële ondersteuning aanvragen. Per thema kunnen de scholen een Gezonde School-kwaliteitskeurmerk (vignet) verwerven, bijvoorbeeld op het gebied van voeding, bewegen en sport, roken en alcohol, welbevinden en relaties en seksualiteit. Ruim 1500 hebben hier al gebruik van gemaakt. Het is de bedoeling het programma de komende jaren nog op veel meer scholen te introduceren.

Welbevinden van de leerlingen

De komende 4 jaar gaat het samenwerkingsverband het effect van de Gezonde School op gezondheid, leefstijl, het welbevinden en de schoolprestaties van leerlingen nader onderzoeken. Patricia van Assema: “Daarnaast kijken we naar hoe scholen de aanpak uitvoeren. Sommige scholen zijn heel enthousiast, anderen veel terughoudender. We onderzoeken ook hoe de begeleiding vanuit de GGD verloopt. Het mooie aan dit onderzoek is dat we allemaal onze eigen expertise en netwerken kunnen inbrengen en dat zowel de praktijk als het wetenschappelijk onderzoek hierin vertegenwoordigd zijn.” Behalve de praktijkprofessionals en onderzoekers, gaan 2 promovendi met de evaluatie aan de slag. “We zitten nog midden in de sollicitatieprocedure, maar hopen zo snel mogelijk te kunnen beginnen”, besluit Patricia van Assema.

Voor meer informatie, kijk op:  

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website