De Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) heeft de overgang gekozen als thema voor 2020. ‘We willen dat zorgprofessionals zich bewust worden van het feit dat de overgang veel meer behelst dan alleen opvliegers en nachtelijk zweten. De lichamelijke, mentale én sociale impact is een stuk complexer en veelomvattender.’

Dat vertelt Dorenda van Dijken, gynaecoloog bij het OLVG in Amsterdam. Al meer dan 20 jaar maakt zij zich sterk voor betere (h)erkenning van overgangsklachten. Haar focus: het verbeteren van kennis en het doorbreken van het taboe.

De meeste vrouwen krijgen klachten

Jaarlijks hebben ruim een miljoen vrouwen in de leeftijd van 40 tot 60 jaar in Nederland te maken met de overgang. Tachtig procent ondervindt daar in meer of mindere mate klachten van. Maar de menopauze is een ondergeschoven kindje in de Nederlandse gezondheidszorg, zegt Van Dijken. Naast gynaecoloog is ze voorzitter is van de Dutch Menopause Society (DMS), onderdeel van  Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG), de wetenschappelijke beroepsvereniging voor gynaecologen Nederland. ‘We lopen mijlenver achter omdat zorgprofessionals onvoldoende kennis hebben over de menopauze. Wij willen niet alleen dat Nederland een inhaalslag maakt, maar zelfs een voorloper wordt in de (h)erkenning van overgangsklachten.

Lichamelijke, mentale én sociale impact 

De NVOG nam het voortouw door de overgang als jaarthema te benoemen. Het voornaamste doel? Het opvullen van het kennishiaat door de ontwikkeling van multidisciplinaire (na)scholing, workshops en e-health filmpjes voor zorgprofessionals, zoals onder andere gynaecologen, huisartsen en bedrijfsartsen. Want er valt nog veel te winnen op het gebied van de overgang. Zo is het risico op arbeidsverzuim tijdens de menopauze groot. ‘Uit onderzoek blijkt dat een derde van het verzuim van vrouwen in deze leeftijdscategorie gerelateerd is aan overgangsklachten, zoals vermoeidheid , somberheid en concentratiestoornissen’, zegt Van Dijken. Veel artsen zeggen nog te vaak dat het vanzelf weer overgaat, waardoor vrouwen met serieuze klachten blijven rondlopen. Ook worden de klachten vaak in verband gebracht of verward met een burn-out of depressie.

Weg met het calvinisme

Naast het verbeteren van de kennis van zorgprofessionals moet ook de mindset van Nederlandse vrouwen veranderen, vindt Van Dijken. ‘Ze moeten meer voor zichzelf opkomen en het bespreekbaar maken. We zijn in Nederland calvinistisch ingesteld: de menopauze “hoort er nu eenmaal bij” en de gevolgen daarvan moeten we dus maar gewoon ondergaan. Nederlandse vrouwen zullen niet snel toegeven dat de klachten wel degelijk invaliderend kunnen zijn’, zegt Van Dijken. Het gevolg daarvan is dat vrouwen met overgangsklachten vaak niet de juiste behandeling krijgen. Mogelijkheden om klachten te verlichten of zelfs te verhelpen zijn er namelijk wel, maar worden in Nederland nog te weinig ingezet. Hormoontherapie is hier een voorbeeld van. ‘Slechts 5 procent van de vrouwen met ernstige overgangsklachten krijgt hormoontherapie, tegenover 10 tot 35 procent van de vrouwen in de landen om ons heen’, zegt Van Dijken. Eén van de redenen voor de terughoudendheid is dat er wordt gedacht dat hormoontherapie het risico op borstkanker zou verhogen. Volgens Van Dijken is dat een misverstand. Daar komt bij dat hormoontherapie een beschermend effect lijkt te hebben op het hart en zeker op de preventie van botontkalking. En dat is belangrijk, omdat vrouwen na de overgang meer risico hebben op die aandoeningen.

Gezond oud worden

Zolang het nodig is, blijft Van Dijken haar boodschap herhalen: door betere (h)erkenning van overgangsklachten kunnen we vrouwen de juiste behandeling bieden en zorgen we er voor dat zij zo gezond mogelijk oud kunnen worden. Die vasthoudendheid lijkt haar vruchten af te werpen: de huidige richtlijnen voor overgangsklachten worden momenteel herschreven en ook lijken zorgprofessionals zich bewuster te worden van de brede impact van overgangsklachten. Het geven van goede informatie over het omgaan met en eventueel behandelen van overgangsklachten helpt volgens Van Dijken al enorm. Daarnaast kunnen vrouwen zelf ook iets doen, bijvoorbeeld door hun voedingspatroon en leefstijl aan te passen. En voor vrouwen met ernstige klachten kan hormoontherapie uitkomst bieden. ‘Ik ben de beroepsvereniging dankbaar dat we er op deze manier voor kunnen zorgen dat vrouwen met overgangsklachten de aandacht krijgen die ze verdienen, zodat ze hun dagelijkse leven weer kunnen oppakken’, aldus Van Dijken. 

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website