De diagnose en de behandeling van patiënten met geheugenproblemen veranderen vaak naar aanleiding van een PET-scan. Dat blijkt uit onderzoek van arts-onderzoeker Arno de Wilde van het Amsterdam UMC, Alzheimercentrum, locatie VUmc, dat is gepubliceerd in het toonaangevende tijdschrift JAMA Neurologie. Het resultaat van de PET-scan leidt voor een kwart van de patiënten die de geheugenpoli bezoeken tot een nieuwe diagnose en/of een ander behandelplan.

Het onderzoek werd uitgevoerd bij ruim 500 patiënten die tussen januari 2015 en december 2016 de geheugenpoli van het Alzheimercentrum, locatie VUmc bezochten. Voorafgaand aan de PET-scan bepaalden neurologen een diagnose, hun vertrouwen in die diagnose en een behandelplan. Met behulp van de amyloïd PET-scan wordt gekeken naar de aanwezigheid van Alzheimereiwit, het zogenaamde amyloïd. Dit helpt de arts bij het ondersteunen of juist uitsluiten van de diagnose ziekte van Alzheimer. Na de PET-scan werden de diagnose, het vertrouwen in de diagnose en het behandelplan opnieuw opgesteld . In een kwart van de patiënten was dit een andere diagnose dan de diagnose die voorafgaand aan de scan was gesteld, waarbij het vertrouwen in de diagnose gemiddeld toenam. Bij 24% van de patiënten werd ook de behandeling aangepast.

De resultaten van dit onderzoek laten zien dat de amyloïd PET-scan gebruikt kan worden in de dagelijkse klinische praktijk van een geheugenpoli om patiënten een betere diagnose te geven. Met een betere diagnose kunnen patiënten en hun families een duidelijkere prognose en behandeling krijgen.

bron: VUmc

Meer informatie:

Naar boven
Direct naar: NavigatieDirect naar: InhoudDirect naar: Onderkant website