Vaders hebben een belangrijke rol in het behandelen van angst bij kinderen. Dit is één van de uitkomsten uit het onderzoek dat is gedaan naar welke factoren een rol spelen in de effectiviteit van cognitieve gedragstherapie bij kinderen van 8-18 jaar.

Andere resultaten uit het onderzoek zijn dat jongens sneller minder angstsymptomen hebben dan meisjes bij de behandeling. En dat behandelaars met een opleiding cognitieve gedragstherapie sneller effect hadden dan andere behandelaren. Bij kinderen die veel steun van ouders, behandelaar en omgeving ervaren namen de angstklachten sterker af. 

Werkzame factoren

In het onderzoek zijn kind kenmerken, zoals geslacht, leeftijd en comorbiditeit meegenomen. Ook kenmerken van de ouders zijn meegenomen, zoals psychopathologie en betrokkenheid. Verder kenmerken van de behandelaar, zoals opleiding en ervaring. Maar ook de relatie tussen kind-ouder-behandelaar (alliantie, mate van ervaren steun) is meegenomen en de setting (basis- versus specialistische GGZ).

Uit het onderzoek is gebleken dat kind- of ouderkenmerken niet voorspellen welk gezin naar de basis of specialistische zorg verwezen werd. Deze kenmerken voorspellen ook niet voor wie de behandeling wel of niet succesvol was. 

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector 

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: NavigatieDirect naar: InhoudDirect naar: Onderkant website