In een aanvullingsronde van het programma Infectieziektebestrijding zijn 12 projecten van maximaal 18 maanden gehonoreerd. Deze projecten starten allemaal in 2019 en zijn naar verwachting begin 2021 afgerond. Alle projecten zijn een vervolg op eerder gehonoreerde grotere projecten die in een vergevorderd stadium zijn.

Hela cells

Een overzicht van de gehonoreerde projecten

The Netherlands Chlamydia Cohort Study: The way forward in terms of chlamydia control

Drs. B.M. Hoenderboom (v), Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Chlamydia blijft de meest gerapporteerde bacteriële soa in Nederland. Een infectie kan ernstige gevolgen hebben voor vrouwen, zoals bekkenontsteking, ectopische zwangerschap en onvruchtbaarheid. In 2015 is het Nederlandse Chlamydia Cohort Study (NECCST) gestart. In het project wordt een nieuwe gegevensverzamelingsronde uitgevoerd om verdere gegevens over aan Chlamydia gerelateerde complicaties te verzamelen. De verlenging stelt de onderzoekers in staat lange termijn complicaties van een chlamydia infectie te onderzoeken.

Detectie van vaginale en rectale Chlamydia trachomatis-infectie na behandeling: wat is de rol van orale chlamydia en van het chlamydia genotype?

Dr. N.H.T.M. Dukers-Muijrers (v), Maastricht University, Care and Public Health Research Institute (Caphri)
Dit project is een vervolg op het oorspronkelijke project FemCure. In het net gehonoreerde project worden aanvullende laboratoriumanalyses en statistische verwerking van reeds verzamelde data uit de eerdere FemCure-studie gedaan. De FemCure-studie onderzocht de rol van anale infecties in de overdracht van Chlamydia tussen personen of tussen lichaamsgebieden van een persoon.

Relatie non-Hodgkin lymfoom en (chronische) Q-koorts

Dr. J.J. Oosterheert (m), Universitair Medisch Centrum Utrecht
De mogelijke relatie tussen Q-koorts en het non-Hodgkinlymfoom wordt grondig onderzocht. Dit gebeurt door gebruik te maken van beschikbare gegevens over een langere periode (t/m 2017) en een betere koppeling tussen Q-koortsblootstelling en aanwezigheid van non-Hodgkinlymfoom. De resultaten van dit onderzoek zullen meer duidelijkheid geven aan Q-koortspatiënten over de langetermijngevolgen van de ziekte.

‘Optimaliseren van de behandeling van chronische Q koorts: nieuwe diagnostische technieken’

Dr. J.J. Oosterheert (m), Universitair Medisch Centrum Utrecht
Een chronische-Q-koortsdiagnose stellen is ingewikkeld en duurt lang. Ook het effect van een behandeling is moeilijk te beoordelen. Dit project evalueert de waarde van de antistoffen voor het monitoren van de behandeling en onderzoek een nieuwe diagnostische methode, fluorescentie in-situ hybridisatie (FISH). De resultaten uit dit onderzoek kunnen richting geven aan verbetering van diagnostiek en behandeling van chronische Q-koortspatiënten.

Zoonotic relevance of Chlamydia gallinacea and C. avium in community acquired pneumonia in the Netherlands.

Dr. H.I.J. Roest (m), Wageningen Universiteit
Dit project doet onderzoek naar het mogelijke zoönotische potentieel (overdraagbaarheid van dier naar mens) van een nieuwe Chlamydia-soort in pluimvee. In samenwerking met laboratoria voor medische microbiologie die momenteel betrokken zijn bij toezicht op luchtweginfecties als longontstekingen (pneumonie) worden DNA-monsters verzameld en getest.

Zoönose als netwerk - Bevorderen van het intersectorale netwerk via de "One Health Hub"

Dr. N. Beerlage-de Jong (v), Universiteit Twente
Bij een uitbraak van een zoönose (zoals vogelgriep en Q-koorts) moeten zorg- en hulpverleners uit de veterinaire, publieke en humane zorg snel en intensief met elkaar samenwerken. Doordat de verschillende sectoren elkaars taal niet spreken en elkaars werkveld niet goed kennen, is samenwerking niet gemakkelijk. Dit project onderzoekt hoe technologie de intersectorale samenwerking kan ondersteunen. Met deze technologie, ontwikkeld in nauwe samenwerking met de zorg- en hulpverleners, leren zij gaandeweg elkaars taal en werkgebied kennen. Zo kunnen ze elkaar beter vinden en ontstaat meer wederzijds begrip voor een gezamenlijke aanpak bij uitbraken.

The role of the mycobiome in Clostridioides difficile colonization and infection.

Dr. R.D. Zwittink (v), Leids Universitair Medisch Centrum
Clostridioides difficile is een bacterie die een ernstige darminfectie kan veroorzaken, vooral bij patiënten die zijn opgenomen in een zorginstelling en met antibiotica behandeld worden. Darmmicrobiotica spelen een belangrijke rol bij een darminfectie. Er is weinig bekend over de invloed van schimmels (mycobiota) bij een darminfectie. Dit onderzoek brengt de mycobiota van ziekenhuispatiënten in kaart om de interacties tussen schimmels, bacteriën en Clostridioides difficile en het ontstaan van deze darminfectie te begrijpen.

Modeling tick-borne encephalitis disease risk for The Netherlands

Dr. ir. C.J.M. Koenraadt (m), Wageningen University & Research
Het doel van het project is om een risicomodel te ontwikkelen voor de verspreiding van het tekenencephalitis virus. Sinds 2016 zijn de eerste gevallen van dit door teken overgedragen virus in Nederland gesignaleerd. Er wordt gebruik gemaakt van gegevens afkomstig van teken en wilde muizen (met name bosmuizen en rosse woelmuizen). Met name de rol van immuniteit in wilde muizen staat centraal, omdat vermoed wordt dat dit een belangrijke rol speelt in de overdracht van het virus tussen muis en teek.

Non-daily use of HIV Pre-exposure prophylaxis: a tale of two cities

Prof. dr. M. Prins (v), GGD Amsterdam
PrEP is een pil met hiv-remmers die een hiv-infectie kan voorkomen. De pil kan dagelijks (continue bescherming) of alleen tijdens bepaalde periodes (periodiek) worden ingenomen. In het AMPrEP (Amsterdam PrEP)-project en het Belgische Be-PrEP-ared-project is de toepasbaarheid van dagelijkse en periodieke PrEP onderzocht. In dit gezamenlijke project worden extra inzichten verkregen door de gegevens van beide studies samen te voegen. De onderzoekers willen beter begrijpen waarom men kiest voor dagelijks of periodieke PrEP. Ook wordt bestudeerd welke kenmerken geassocieerd zijn met het oplopen van een hiv- of hepatitis C-infectie.

Gini in a bottle: Impact of PrEP on sexual behavior and sexually transmitted infections in the MSM population

Prof. dr. M.E.E. Kretzschmar (v), Universitair Medisch Centrum Utrecht
Er zijn grote verschillen in seksueel risicogedrag onder mannen die seks hebben met mannen (MSM). De meeste MSM nemen weinig risico terwijl een kleinere groep mannen veel seksueel risicogedrag vertoont. In de laatste groep komen ook meer hiv-infecties en andere soa’s voor. Om het aantal nieuwe hiv-infecties in Nederland terug te dringen, wordt pre-exposure prophylaxe (PrEP) beschikbaar gesteld voor MSM met veel seksueel risicogedrag. Dit project brengt in kaart hoe het aantal nieuwe hiv-infecties en andere soa’s varieert over groepen (MSM) die verschillen in hun mate van seksueel risicogedrag.

Innate immune defense during pneumonia in the elderly: implications of cell-specific changes in the metabolome and lipidome

Prof. dr. T. van der Poll (m), Amsterdam Universitair Medisch Centrum
Longontsteking is wereldwijd de op drie na meest voorkomende doodsoorzaak en 's werelds leidende besmettelijke moordenaar, verantwoordelijk voor een naar schatting 3 miljoen doden per jaar. Ouderen zijn kwetsbaar voor pneumonie opgelopen buiten het ziekenhuis. Veel leeftijd-geassocieerde ziekten zijn gelinkt aan verzwakking van het immuun systeem, genaamd Immunosenescence. Immunoscenescence heeft een grote inpact op de aangeboren immuunrespons tegen bacteriele pathogenen. In dit project wordt de impact van longontsteking op het aangeboren immuunsysteem onderzocht.

Travel-Imported Arbovirus infections; measuring silent introductions (TIARA-silent)

Dr. S.J.M. Hahné (v), Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Door muggen overgebrachte infecties, in het bijzonder arbovirussen, vormen een snel groeiende wereldwijde dreiging. Het arbovirus wordt door buitenlandse reizigers mee naar huis genomen. Deze studie beoordeelt reis-geïmporteerde arbovirus-infecties en vult ze aan met het meten van asymptomatische arbovirus-infecties. Om de algehele nauwkeurigheid van de kwantitatieve schattingen te verbeteren, wordt de studiegroepgrootte uitgebreid.

Infectieziektebestrijding

Het programma Infectieziektebestrijding draagt bij aan de ontwikkeling van kennis om het aantal (ernstig) zieke mensen door infectieziekten te verminderen. Infectieziekten worden veroorzaakt door virussen, bacteriën of schimmels en vormen een risico voor de volksgezondheid. Voorheen gezonde mensen kunnen bijvoorbeeld te maken krijgen met een ernstige ziektelast na het oplopen van een infectie.

Meer informatie

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website