Dit is de samenvatting van de aanvraag.
De Wet Toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl) die in 2002 in werking is getreden heeft tot doel de zorgvuldigheid van levensbeëindigend handelen door artsen te vergroten en biedt artsen een wettelijk kader om verantwoording af te leggen over dat handelen. Nederland is daarmee een van de weinige landen ter wereld met een wet die levensbeëindigend handelen door artsen onder voorwaarden toestaat. De wet verplicht artsen om de toepassing van euthanasie of het verlenen van hulp bij zelfdoding te melden aan de gemeentelijk lijkschouwer. Een van vijf Regionale Toetsingscommissies euthanasie beoordeelt vervolgens of daarbij aan de wettelijk vastgestelde zorgvuldigheidseisen is voldaan. Bij de eerste evaluatie van de Wtl bleek dat het aantal gevallen van euthanasie en hulp bij zelfdoding in 2005 lager was dan voor de inwerkingtreding van de wet (in 2001). Het percentage gemelde gevallen was wel gestegen ten opzichte van eerdere jaren: in 1990 werd 18% van het totaal aantal gevallen van euthanasie gemeld; in 1995, 2001 en 2005 waren deze percentages 41%, 54% en 80%. Het absolute aantal gemelde gevallen van euthanasie is sinds de inwerkingtreding van de Wtl met gemiddeld ruim 100 gevallen per jaar gestegen, van 1882 in 2002 tot 2636 in 2009. Hier is vooralsnog geen sluitende verklaring voor.
Het tweede evaluatieonderzoek beoogt inzicht te geven in de doeltreffendheid en neveneffecten van de Wtl, negen jaar na de inwerkingtreding ervan. Daartoe wordt nagegaan hoe de praktijk van medische beslissingen rond het levenseinde er thans uitziet, op welke wijze de bepalingen in de Wtl in de praktijk worden toegepast, en welke problemen en knelpunten zich daarbij voordoen. Als de bevindingen daartoe aanleiding geven worden aanbevelingen gedaan om beleid of wetgeving aan te passen.
Het onderzoek bestaat uit vier deelonderzoeken:
I. Juridisch onderzoek.
Dit deelonderzoek richt zich op een beschrijving en analyse van de juridische ontwikkelingen die zich sinds de vorige evaluatie in relatie tot de Wtl hebben voorgedaan. Er zal een literatuuronderzoek worden uitgevoerd. Ook zullen interviews worden gehouden met een aantal deskundigen. Het onderzoek zal zich met name richten op ontwikkelingen met betrekking tot de inhoud en de interpretatie van de wettelijke bepalingen en op de relatie tussen de wetgeving enerzijds en richtlijnen/standpunten uit de beroepsgroep anderzijds. Daarbij zullen onder meer de aanbevelingen uit het vorige evaluatieonderzoek worden betrokken.
II. Evaluatie van het functioneren van de RTe’s
Het functioneren van de RTe’s wordt onderzocht door een analyse van de jaarverslagen, een steekproef van dossiers van getoetste gevallen uit 2010, en een vragenlijstonderzoek onder de leden van de RTe’s. Daarmee zal worden nagegaan welke invulling de RTe’s sinds de inwerkingtreding van de Wtl hebben gegeven aan de zorgvuldigheidseisen en welke weerslag dat heeft gehad op het meldingsgedrag van artsen, op welke wijze de RTe’s onderling samenwerken en afstemmen en in hoeverre er uniformiteit bestaat in de taakopvatting en –uitvoering, hoe de terugkoppeling naar de meldend arts en eventuele andere betrokkenen plaatsvindt. In diepte-interviews met leden van de RTe´s wordt nagegaan wat hun opvattingen zijn over het huidige systeem van melding en toetsing en welke knelpunten zij daarin zien.
III. Praktijkonderzoek
In dit deelonderzoek worden met kwantitatieve en kwalitatieve methoden gegevens verzameld over ontwikkelingen in de praktijk. Er zal een vragenlijstonderzoek uitgevoerd worden onder een steekproef van artsen om inzicht te krijgen in verschuivingen in de praktijk sinds de vorige wetsevaluatie, bijvoorbeeld in het aantal verzoeken om euthanasie. Daarnaast zullen er diepte-interviews met artsen en nabestaanden plaatsvinden om meer inzicht te krijgen in hun opvattingen en ervaringen, bijvoorbeeld ten aanzien van het melden van euthanasie en redenen om niet te melden.
IV. Integratie
De bevindingen uit elk deelonderzoek worden in samenhang geanalyseerd en besproken in een aantal focusgroepen met artsen, RTe-leden, juristen en ethici.
In alle deelonderzoeken wordt rekening gehouden met bevindingen uit recent of lopend onderzoek, dat veelal door leden van het onderhavige consortium werd of wordt uitgevoerd, om doublures te voorkomen en voort te kunnen bouwen op reeds bestaande kennis.
Onderdeel van programma:
Evaluatie Regelgeving
Dossiernummer: 34001003 Startdatum: 1 juli 2011
Status:
Lopend
Looptijd:
2011
2012
Dr. A. van der Heide
Projectleider en penvoerder, Erasmus MC
Aan de slag met de resultaten van dit project? Maak zelf een implementatieplan