2 september 2010
De belangrijkste wens van vrijwel iedereen is om zijn of haar leven zo zelfstandig mogelijk en naar eigen opvattingen en voorkeuren in te richten. Een redelijke tot goede gezondheid is daarvoor een van de basisvoorwaarden. Als er problemen zijn met de gezondheid en met het dagelijks functioneren is er de gezondheidszorg en de sociale voorzieningen om hierin verbetering te brengen. Niet alle aandoeningen en beperkingen kunnen echter geheel worden voorkomen of hersteld. Als dat nodig is zullen mensen voor korte of langere tijd in intramurale instellingen, zoals in ziekenhuizen, revalidatie-instellingen of verpleeghuizen moeten verblijven. Het overheidsbeleid is erop gericht het zelfstandig thuis wonen zo lang mogelijk te laten voortduren en als de intramurale zorgverlening toch noodzakelijk is, de duur daarvan zo kort mogelijk te houden en de terugkeer naar huis te bespoedigen. Vaak zijn daarvoor in de thuissituatie tijdelijk of permanent hulpmiddelen en voorzieningen nodig. Meestal is een samenhangend pakket aan hulpmiddelen en voorzieningen nodig, ook wel aangeduid als thuiszorgtechnologie, om zelfstandig leven en wonen mogelijk te maken.
Het doel van het programma was om de mogelijkheden voor behandeling, verpleging en verzorging van mensen thuis uit te breiden of te versterken door middel van innovatie en een doelmatige en veilige inzet van technologie.
Het programma is een onderzoeksprogramma, verdeeld in drie opeenvolgende onderzoeksstadia (pilotprojecten, richtlijn- en/of evaluatieprojecten en implementatieprojecten).
Het begrip ‘technologie’ is breed opgevat. Het omvat het gehele scala van diagnostiek en therapeutische hulpmiddelen en procedures. Het gaat om de stimulatie van doelmatige toepassing van zowel geavanceerde als van eenvoudige hulpmiddelen. Het betreft zowel bestaande als nieuwe technologieën. Technologieën die vallen binnen het domein van het programma zijn te onderscheiden in vier categorieën:
In de jaren negentig werd er vanuit de overheid een tweetal programma’s uitgevoerd die zich bezig hielden met toepassing van (medische) technologie in de thuissituatie. Door het ministerie van VWS (toen WVC) werd in 1991 het stimuleringsprogramma Thuiszorgtechnologie geïntroduceerd en was het CVZ (het College voor zorgverzekeringen, destijds Ziekenfondsraad) uitvoerder van het programma Medische apparatuur thuis.
Gezien de overeenkomsten van beide programma’s werd halverwege de jaren negentig besloten beide programma’s samen te voegen tot één programma. Dit resulteerde in 1997 tot de lancering van het programma Thuiszorgtechnologie.
De werkgroep Thuiszorg van ZonMw voert het programma uit in opdracht van het College voor zorgverzekeringen.
Het programma thuiszorgtechnologie is een onderzoeksprogramma, waarin in vier opeenvolgende onderzoeksstadia kennis over technologieën ontwikkeld wordt. In onderstaand schema vindt u de onderzoeksvragen van de verschillende stadia van het programma.
Indeling programma thuiszorgtechnologie
Pilotproject; Is de voorziening haalbaar en relevant?
Evaluatieproject; Moet het een reguliere voorziening worden of blijven?
Richtlijnontwikkeling; Wat zijn de voorwaarden voor doelmatige toepassing
Implementatieproject;Op welke wijze kan worden geïmplementeerd?