2 september 2010
Daartoe werd een risicoprofiel gemaakt van alle mensen van wie bekend was dat zij één van de risicofactoren hebben. Dat wil zeggen dat iedereen met hoge bloeddruk, diabetes mellitus, een hoog cholesterolgehalte of met een voorgeschiedenis van hart- en vaatziekten bij zichzelf of bij eerstegraads familieleden die jonger dan zestig jaar zijn, werd onderzocht op andere risicofactoren. Op basis van het risicoprofiel werd een behandeling gestart. Daarnaast kregen alle 60-jarigen die de huisarts bezochten een bloeddrukmeting aangeboden.
De resultaten van het project waren veelbelovend. Weliswaar werd geconstateerd dat er nog veel verbetering mogelijk was, maar het leidde ontegenzeglijk tot een betere opsporing van mensen met een hoog risico op hart– en vaatziekten.
Desondanks heeft de ledenvergadering van de LHV besloten om het project niet te continueren. De belangrijkste redenen daarvoor waren politiek-strategisch. Aangegeven werd dat de toenemende werkbelasting van huisartsen het hen onmogelijk maakte verder uitvoering te geven aan het project. Anderzijds werd in het project zelf geconstateerd dat voor deze screening de extra werkbelasting voor huisarts en assistent (gemiddeld vijftien uur in twee jaar tijd) acceptabel was.
Een gevolg van het besluit van de LHV is dat opsporing van hart- en vaatziekten weer terug is bij de bestaande praktijk: opsporing op basis van signalen of op verzoek van patiënten en in huisartspraktijken die daar zelf voor kiezen. De verwachting is dat de richtlijn Cardiovasculair risicomanagement een nieuwe impuls geeft aan preventie van hart- en vaatziekten in de huisartsenpraktijk.