2 september 2010
Implementeren vergt een goede voorbereiding met kennis van zaken. Maar ook passie en slagkracht zijn hard nodig. Eens in de twee jaar prikkelt het landelijke implementatiecongres Kennis Beter Delen hoofd, hart en handen. Het is dé plek voor de zorgsector om nieuwe kennis over implementeren op te pikken en daarmee concreet aan de slag te kunnen. Zeventien landelijke (kennis)instellingen organiseren dit congres, ZonMw trekt de kar.
Het eerste lustrum van KBD vond plaats op 4 maart 2010 plaatsvinden in NBC Nieuwegein. Het was een succes. Bijna vijfhonderd deelnemers namen deel aan meer dan 40 sessies. Plenair kregen ze wijze lessen te horen uit twee ‘vreemde’ vakgebieden: veranderkunde en creativiteit. Het congresprogramma was volgens een relatieve buitenstaander ‘inhoudelijk nog nooit zo sterk geweest’. Bijna alle kennisinstituten, verenigd in de stichting Kennis Beter Delen, hadden doortimmerde sessies over hoe je zorgvernieuwing succesvol kunt aanpakken.
Rob de Wilde, veranderkundige, nam plenair de aftrap en schopte aardig wat stokpaardjes over zorg vernieuwen omver. “Als je zeilt, moet je de zeilen beheersen en niet de wind. Bij verandertrajecten gebeurt het vaak omgekeerd", begon hij. Door planmatig aan de slag gaan met een blauwdruk (87% van alle verandertrajecten) behaal je in 83 % van de gevallen je veranderdoelen bijvoorbeeld… niet. Vaak lopen er teveel projecten tegelijkertijd. Als in een bord spaghetti loopt alles langs elkaar heen. De werkvloer en het management begrijpen elkaar niet en de communicatie richt zich vooral op de boodschap: doe of zie het zo. Een participatieve aanpak, werkende weg dus, is veel succesvoller, volgens de Wilde. Niet steevast top-down afkondigen, ook niet altijd bottom-up begeleiden, maar ‘van binnen uit’. Dus samen betekenis čn richting geven aan de gewenste veranderingen.
De sfeer was als vanouds goed. Het was weer een gegons van jewelste in de wandelgangen, de informatiemarkt was druk bezocht, de catering voortreffelijk en na afloop bleven veel mensen napraten tijdens de borrel. Dat kwam vooral door de enerverende afsluiting van Manu de Bruyn, creativiteitsdeskundige, die een staaltje Vlaamse vertelkunst ten toon spreidde. Aan het eind van een zware congresdag bracht ze veel energie en enthousiasme op de deelnemers over om vooral creatief te zijn als je zorg vernieuwt. Dat mensen vooral in patronen denken en handelen, bleek toen iedereen een kameel tekende. Bij gemiddeld 90% werd het een zij-aanzicht van het beest, met de kop naar links en een staart, maar geen geslachtsdelen, zonder ondergrond. Rare beesten verschenen op papier bij de opdracht erna een kameel te tekenen die in geen 1.000 jaar te zien zou zijn.
Voor powerpoints en foto’s, zie KennisBeterDelen