ZonMw - Beeldmerk 2 september 2010
 
 

Fasen

Diverse theorieën beschouwen implementatie als een proces dat individuen, teams of organisaties stapsgewijs moeten doormaken om tot verandering te komen. Vaak worden soortgelijke stappen genoemd, maar liggen de accenten net weer anders. Dit is een van de indelingen die wordt gebruikt.

1. Oriëntatie

In deze fase gaat het erom de deur naar de vernieuwing open te zetten. De doelgroep moet zich ervan bewust worden, er interesse in krijgen en erbij betrokken raken. Dat kan bijvoorbeeld door ze op grote lijnen te informeren over de vernieuwing. Het gaat erom de vernieuwing zo te presenteren dat mensen nieuwsgierig raken. In dit stadium moeten mensen ook het gevoel krijgen dat de vernieuwing cruciaal is voor het eigen werk of dat een (latente) behoefte kan worden ingewilligd.

2. Inzicht

In deze fase wordt de doelgroep geïnformeerd over wat de vernieuwing precies inhoudt. Het gevoel moet ontstaan dat de verandering noodzakelijk is: doorgaan op de oude weg is niet langer acceptabel. Ook is het belangrijk dat de mensen inzicht krijgen in hun oude werkwijze en in de meerwaarde die de veranderingen met zich meebrengen.

3. Acceptatie

In deze fase ligt de nadruk op het motiveren van de doelgroep om écht te veranderen. Men moet ervan doordrongen raken dat veranderen zinvol is en dat zij ook in staat zijn om te veranderen. De mensen krijgen bijvoorbeeld de kans om de voor- en nadelen van de nieuwe werkwijze tegen elkaar af te wegen. Dit is ook het moment om te besluiten de verandering in gang te zetten. Men neemt zich voor om op korte termijn anders te gaan werken. De betrokkenen moet zich in deze fase ook een goed beeld kunnen vormen van wat hen te wachten staat. Hoe is de vernieuwing in te passen in de eigen praktijk? Welke problemen kunnen zich daarbij voordoen? En hoe zijn die op te lossen? De overtuiging moet groeien dat de verandering ook voor hen haalbaar is.

4. Veranderen

In deze fase is het de bedoeling een start te maken met de verandering in de praktijk. De doelgroepen krijgen de kans om op kleine schaal de vernieuwing uit te voeren en er ervaring mee op te doen. Ze oefenen in vaardigheden en zetten zonodig veranderingen in gang binnen hun organisatie. Door met de vernieuwing aan de slag te gaan, merken zij dat deze nuttig, werkbaar én haalbaar is.

5. Behoud van verandering

In deze fase gaat het erom ervoor te zorgen dat de vernieuwing beklijft. Dat kan bijvoorbeeld door de vernieuwing een structurele plek te geven in bestaande routines (zoals protocollen). Maar ook door de vernieuwing in te bedden binnen de organisatie, zodat de toepassing ervan mogelijk blijft. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om organisatorische en financiële randvoorwaarden.

 
 

ZonMw, Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie