12 maart 2010
Er is een groot aantal begrippen dat min of meer de term implementatie ‘raakt’, zoals kennistransfer, disseminatie, kwaliteitsverbetering, invoering, zorginnovatie, adoptie, verankering en borging. Al deze begrippen vallen volgens ZonMw onder het paraplubegrip ‘implementatie’.
Bij implementeren zijn er grofweg twee benaderingen te onderscheiden. In de praktijk worden vaak elementen van beide modellen gebruikt. Wat zijn de verschillen?
Top-down en planmatig
Hier gaat het om een planmatige, rationele, gestuurde ‘push’ benadering. De aanleiding ligt vaak in nieuwe inzichten of werkwijzen waarvan men invoering wenselijk vindt. Er is een duidelijk startpunt om te gaan implementeren.
Bottom-up en participatief
Uitgangspunt hier is het bestaan van een knelpunt of de behoefte aan verandering en de ervaring daarmee in de praktijk. Vaak is niet eens duidelijk wat het startpunt voor de verandering was. De communicatie en feedback tussen mensen bepalen uiteindelijk of de verandering wordt doorgevoerd. Allerlei fases en activiteiten van het implementatieproces lopen door elkaar heen, zoals het ontwikkelen, testen, verspreiden en invoeren.
Ervaring ZonMw
Voor het helder communiceren over implementatie, is in 2006 een Nederlands begrippenkader opgesteld. Deze lijst geeft een goed overzicht van in te zetten strategieën.
Een implementatiestrategie is een geheel van doelgerichte en samenhangende activiteiten om de invoering van een bepaalde werkwijze of product te bewerkstelligen, een bepaalde verandering tot stand te brengen of een blijvende verandering te realiseren.
Dat zijn factoren die een implementatieproces of de werking van een implementatiestrategie versterken of verzwakken.
Een deel van de vernieuwingen in de zorg komt op gang door wetenschappelijke bevindingen. Er is bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar de effectiviteit of doelmatigheid van het handelen in de praktijk. Daarbij kan het gaan om klinische praktijk, preventie en de zorg. Dit wordt ook wel aangeduid met de term evidence-based handelen (op grond van wetenschappelijk bewijs).
Er zijn vele goede voorbeelden van geslaagde veranderingen in de praktijk. Ook al zijn de resultaten niet altijd te verklaren, ze hebben wel een gewenst effect. Om die reden worden deze goede praktijken vaak overgenomen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om aantoonbaar veilige en effectieve zorg, kosteneffectiviteit en patiënten die sneller beter worden. In dat geval wordt gesproken van best practices.
Implementeren heeft alles te maken met vernieuwen. In dat opzicht wordt vaak gesproken over de kennis- of innovatiecyclus. Deze cyclus laat zien wat er bij komt kijken om een vernieuwing tot stand te brengen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het doen van onderzoek om tot nieuwe kennis te komen. Om het ontwikkelen en uittesten van een vernieuwing. En natuurlijk ook om het uiteindelijk invoeren van de vernieuwing.
Vernieuwen is nooit een lineair proces. Bovendien is elk onderdeel op zich ook weer een cyclus. Zo kan een best practice aanleiding geven tot nieuw onderzoek of onderzoek aanleiding geven voor het stopzetten van een jarenlange praktijk. Uiteindelijk zullen kennis en innovaties moeten doorstromen naar daadwerkelijk gebruik in de praktijk. Dit zijn de elementen uit de kennis- of innovatiecyclus:
Fundamenteel onderzoek
Dit onderzoek vloeit voort uit wetenschappelijke motieven om een bepaald verschijnsel te kunnen verklaren (bijvoorbeeld het ontstaan van kanker). Het nieuwsgierig zijn naar en het verkrijgen van nieuwe kennis staat voorop. De onderzoeker bestudeert daarbij fundamentele principes (zoals de celdeling). Vaak bestrijkt fundamenteel onderzoek een lange termijn, soms wel dertig jaar of langer.
Strategisch onderzoek
Bij dit onderzoek gaat het erom de resultaten uit fundamenteel onderzoek bruikbaar te maken voor praktische toepassingen. Ook kan het onderzoek bedoeld zijn om een bepaald klinisch of maatschappelijk probleem op te lossen. Een voorbeeld van zo’n onderzoeksvraag: kunnen we - kijkend naar wat we weten over afwijkende DNA-patronen - voorspellen hoe groot de kans is dat kanker na behandeling terugkomt? Bij strategisch onderzoek gaat het vaak om middellangetermijn onderzoek. Een bijzondere vorm van strategisch onderzoek is het translationeel onderzoek. Dit onderzoek is gericht op het vertalen van resultaten uit fundamenteel onderzoek naar klinisch onderzoek.
Toegepast onderzoek
Dit onderzoek komt rechtstreeks voort uit een specifiek en concreet probleem. Er is maar één doel: het probleem oplossen. De praktische toepassing staat voorop. Een voorbeeld: hoe zijn de huidproblemen als gevolg van het dragen van een beenprothese te voorkomen, zodat de mobiliteit van prothesedragers stabiel blijft? Meestal betreft het hier korttermijn onderzoek.
Ontwikkelingsprojecten
Bij deze stap wordt de kennis uit onderzoek vertaald naar vernieuwingen in de praktijk. Er worden nieuwe interventies, producten, behandelwijzen of protocollen ontwikkeld. Dat gebeurt op basis van onderzoekskennis of kennis uit best practices. De vernieuwingen worden bij wijze van proef eerst op kleine schaal en in een praktijkomgeving uitgeprobeerd. Evaluatieonderzoek toont vervolgens de resultaten aan. Een voorbeeld. De kennis over het ontstaan van doorligplekken wordt vertaald naar een handelingsprotocol voor verpleegkundigen. Dit protocol wordt eerst in de praktijk getoetst op toepasbaarheid en bruikbaarheid.
Implementatie
Dit proces is bedoeld om een vernieuwing te verspreiden én in te voeren in de praktijk. Een voorbeeld. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat 80 procent van alle artsen binnen twee jaar werkt volgens de nieuwe richtlijn die voorkomt dat baby’s onnodig pijn lijden na een operatieve ingreep? Vaak zijn dit langdurige processen omdat mensen hun werkwijze moeten veranderen en die nieuwe werkwijze moeten zien vol te houden. Bij het laatste spreekt men ook wel van borging of bestendiging van het implementatieresultaat.