15 november 2011
Zo normaal mogelijk opgroeien, ook als je uit huis geplaatst bent. Dat kan in een zogeheten gezinshuis, met 2 (gezinshuis)ouders die 7 dagen per week, 24 uur per dag verantwoordelijk zijn. “We gaan er nog steeds van uit dat opgroeien in een gezinssituatie het beste is”, vertelt onderzoeker Jan Willem de Zeeuw. “Omdat dat wel wat vraagt van de ‘ouders’ van zo’n gezin, is het netwerk van groot belang. Een speciaal instrument helpt hen nu inzicht in dat netwerk te krijgen en het sterker te maken.”
Wordt een kind uit huis geplaatst vanwege een probleem, dan komt het terecht in een internaat, een pleeggezin of een gezinshuis. De Zeeuw: “Die laatste is echt kleinschalig en vooral gericht op het opvangen en opvoeden van kinderen. Minder op behandeling van het probleem, zoals in een internaat meestal aan de orde is. De ervaring leert dat het leiden van een zo normaal mogelijk leven in een gewone buurt zorgt voor minder stress en dat het probleem van het kind alleen daardoor al vermindert.”
Wederzijdse relatie
Een gezinshuis kan – net als een ‘gewoon’ gezin - echter niet bestaan zonder goed contact met de omgeving. Allereerst voor het functioneren van het gezinshuis zelf. De Zeeuw: “De ouders dragen een hele verantwoordelijkheid. Praktische en emotionele steun van vrienden, familie en buren, en een goede relatie met professionals als de huisarts en leerkracht zijn dan noodzaak.” Daarnaast heeft de buurt belang bij een goede relatie met het huis. “Gezinshuisouders kunnen een voorbeeld zijn voor andere ouders, of een gemakkelijk aanspreekpunt. Zo vraagt de moeder van een druk jongetje eerder advies aan die andere ‘moeder’ op het schoolplein dan aan iemand van jeugdzorg of het CJG-loket. En het is een duurzame variant van jeugdhulp, want die andere moeder woont maar een paar straten verderop.” Dat is ook het doel van ZonMw, die dit deel van het project subsidieert: het versterken van vrijwillige inzet.
Instrument versterkt netwerk
Om gezinshuisouders te ondersteunen heeft De Zeeuw in opdracht van de Rudolphstichting, de Community scan ontwikkeld. “Dit instrument brengt het sociale en professionele netwerk in kaart en laat zien waar dat netwerk sterker gemaakt kan worden. Ook laat het de ouders zien wat zij voor de buurt kunnen betekenen.” Uiteindelijk hoopt De Zeeuw dat er 10.000 kinderen een plek kunnen krijgen in een gezinshuis. “En dat die ‘gezinnen’ verbonden zijn met de buurt of de ‘pedagogische civil society’. Zo bieden zij kinderen een thuis, de buurt laagdrempelige zorg en kunnen zijzelf weer gebruikmaken van vrijwillige inzet vanuit de buurt. Kortom, kwalitatief goede zorg met een sterk netwerk als basis.”
Meer informatie
Lees meer op de website van Alliantie Kind in Gezin, die als doelstelling heeft dat over 10 jaar 10.000 kinderen ‘inhuisgeplaatst’ worden.
Voor meer informatie over het programma Vrijwillige inzet voor en door jeugd en gezin :