20 november 2011
“Zwerfjongeren zijn letterlijk en figuurlijk het ondergeschoven kindje in Nederland.” Dat zegt onderzoekster Sandra Boersma van het Onderzoekscentrum maatschappelijke zorg (Omz) van UMC St Radboud. Mogelijk biedt Houvast, als krachtgerichte basismethodiek, uitkomst. Het Omz onderzoekt momenteel, met subsidie van ZonMw, de effectiviteit van deze interventie.
Nederland telde in 2010 officieel zo’n achtduizend zwerfjongeren, maar een eenduidige telling ontbreekt. “Vermoedelijk gaat het om veel meer jongeren”, zegt Boersma. De meerderheid van deze jongeren tot 23 jaar heeft meervoudige problemen, zoals psychiatrische stoornissen en verslavingen. Bovendien hebben ze vaak schulden en een karig sociaal netwerk. Maar ondanks deze zorgwekkende situatie wordt er door hulpverleners nog maar weinig methodisch gewerkt aan de aanpak ervan. “Er bestaan geen gestructureerde evidence based interventies. Zonde, want juist in deze kwetsbare periode kan goede begeleiding het verschil maken tussen verder afglijden of weer aanhaken bij de maatschappij.”
Zelfredzaamheid vergroten
Het grote aantal partijen dat zich bezighoudt met zwerfjongeren – onder meer gemeenten, provincies, rijksoverheid en jeugdzorg – maakt de aanpak lastig. Boersma: “De regie ontbreekt, instituten werken langs elkaar heen, maar aan de cliënt wordt niets gevraagd. Met de Houvast-methodiek, die bij Omz ontwikkeld is, moeten jongeren daarom juist de regie over hun eigen herstel krijgen. Het doel is hun zelfredzaamheid en zelfstandigheid te vergroten en hun kwaliteit van leven te verbeteren. Dit doen we door in te zetten op de krachten en talenten die jongeren hebben en niet de focus te leggen op de beperkingen en problemen.”
Inrichting onderzoek
In totaal doen ruim driehonderd jongeren uit twaalf opvangvoorzieningen mee aan het onderzoek. In de helft van de instellingen gebruiken de werkers de methode Houvast, in de andere helft met reguliere zorg. “Daarbij kijken we niet alleen naar de effectiviteit van de interventie op zaken als dagbesteding en middelengebruik, maar ook op specifieke zaken als zelfvertrouwen, zelfregulatie en psychische gezondheid. Daarnaast wordt gekeken in hoeverre een krachtgerichte bejegening medewerkers in opvangvoorzieningen ondersteunt en hun werkplezier vergroot.”
Bredere aanpak
Het onderzoek loopt nog tot 2014, maar de instellingen staan volgens Boersma ‘te springen’ om mee te doen. “De sector is enthousiast, maar er is een bredere aanpak nodig met álle partijen. De problematiek van zwerfjongeren staat momenteel volop in de schijnwerpers. Maar aandacht voor een integrale aanpak gericht op hun mogelijkheden en krachten lijkt nog toekomstmuziek.”
Meer informatie over het project en het programma Zorg voor Jeugd:
•Zorg voor Jeugd
•Project Effectiviteit en modelgetrouwheid van de Houvastinterventie in de opvang voor zwerfjongeren